Kaper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kaper was de kapitein van een (particulier) schip met toestemming van een land om schepen van vijandige landen aan te vallen en hun lading in beslag te nemen. Een (groot) deel van de buit moest de kaper afstaan aan het land dat hem die toestemming had gegeven. Deze toestemming heet een kaperbrief.

Daarnaast is kaper een metonymie voor het schip waarmee de kaapvaart bedreven wordt.

Etymologie[bewerken]

Kaper[bewerken]

Over de oorsprong van het woord "kapen" zijn verschillende theorieën in omloop: 1. Afleiding van het Fries woord kâpia = "kopen", herinnerend aan het ontstaan van de kaperij uit de koopvaardij; 2. afleiding van het Latijnse woord capere = nemen; 3. ontstaan onder invloed van "kaap": a) oorspronkelijk "van kaap naar kaap varen", of b) afkomstig van het van het voorgaande begrip afgeleide "kapen" = "op de uitkijk staan". Mogelijkheid 1 wordt gewoonlijk als de meest waarschijnlijke verklaring beschouwd.[1]

Vrijbuiter[bewerken]

Een vrijbuiter is een avonturier of iemand die zich niet stoort aan de algemeen gangbare opvattingen of gebruiken. Vaak wordt het woord gebruikt in de betekenis van "zeerover", dus "kaper".

Het woord "vrijbuiter" is in het Nederlands voor het eerst bekend uit de zestiende eeuw, aanduidend iemand die "ten vrijbuit" voer, dus een zeerover.

Het Nederlandse woord "vrijbuiter" is overgenomen in het Duits als Freibeuter, in het Engels als freebooter, in het Deens als fribytter, in het Zweeds als fribytare [2] en in het Frans als flibustier, dat vervolgens als 'filibuster' is ontleend in vele andere talen, waaronder Baskisch, Catalaans, Deens, Engels, Esperanto, Georgisch, Iers-Gaelisch, IJslands, Indonesisch, Maltees, Noors, Perzisch, Swahili, Urdu, Wels en Zweeds.

Kaper of piraat?[bewerken]

Kapen was misschien de facto maar niet de jure hetzelfde als piraterij of zeeroverij. Een kaper overviel schepen van landen, die met zijn land in oorlog waren. Zijn kaperbrief was in essentie een piraterij-vergunning, welke hem beschermde tegen vervolging wegens piraterij, echter alleen in het land dat de kaperbrief had uitgevaardigd. Werd de kaper door de vijand gearresteerd, dan volgde meestal een veroordeling tot de doodstraf wegens piraterij .

Oorsprong[bewerken]

De kaapvaart kwam tot stand in de 13e eeuw doordat landen de succesvolle piraterij gingen inzetten voor hun eigen doeleinden: het vullen van de eigen schatkist ten koste van de economie van een vijandig land.

Victualiënbroeders[bewerken]

De Victualiënbroeders waren piraten, die hun carrière begonnen in 1392 als kapers in dienst van Mecklenburg en Zweden, gericht tegen Denemarken en de Hanzestad Lübeck. Het begon met het veroveren van Deense en Lübeckse schepen in de Oostzee ter bevoorrading van Stockholm. Al gauw werkten de Victualiënbroeders voor zichzelf: in 1393 plunderden zij Bergen, in 1394 veroverden zij Malmö en het eiland Gotland. Van dat eiland werden zij in 1398 door de Duitse Orde verdreven. Dit betekende de definitieve overgang naar de piraterij.

Hoogtij[bewerken]

De kaapvaart vierde zijn grootste successen in de maritieme conflicten tussen de Europese grootmachten van de Nieuwe Tijd: Engeland, Frankrijk, Spanje, de Republiek, Portugal en Zweden.

Sir Francis Drake[bewerken]

Sir Francis Drake diende koningin Elizabeth I van Engeland en vocht niet alleen als kaper, maar ook tegen de Spaanse Armada.

Watergeuzen[bewerken]

De Watergeuzen waren verschillende groepen kapers met een kaperbrief van Willem van Oranje. Tussen 1567 en 1572 vormden zij de enige militaire tegenstand van betekenis tegen het Spaanse bewind. Op 1 april 1572 veroverden de Watergeuzen onder leiding van Lumey van der Marck het stadje Den Briel op de Spanjaarden. Ook de slag in de Zuiderzee in mei 1574 werd door hen gewonnen, de Spaanse admiraal Maximiliaan van Bossu werd door hen gevangengenomen. Na hun veroveringen richtten zij, tot woede van Willem van Oranje, een waar bloedbad aan.

De West-Indische Compagnie[bewerken]

Piet Hein was sinds 1623 als kapitein in dienst van de West-Indische Compagnie, een handelsorganisatie die kaapvaart als een van haar doelstellingen had. In 1628 veroverde hij de helft van de Spaanse Zilvervloot. De twaalf schepen bevatten 12 miljoen gulden aan goud, zilver en andere handelswaar. Met de opbrengst kon het leger van de Republiek acht maanden betaald worden. De aandeelhouders kregen dat jaar een dividend van 70% uitgekeerd. Dit was het grootste kaapvaartsucces voor de WIC. Aan de andere kant betekende dit een ramp voor Spanje, omdat hiermee de helft van de jaarlijkse inkomsten uit zijn Amerikaanse koloniën verloren ging.

In 1674 ging de WIC bankroet. Na een 'doorstart' werd kaapvaart als activiteit afgestoten.[bron?]

Duinkerker kapers[bewerken]

De in de Nederlandse geschiedschrijving bekende Slag bij Nieuwpoort in 1600 tussen het Spaanse leger en de expeditie van de Republiek onder Maurits van Oranje vond plaats tijdens een veldtocht van die laatste tegen de hinderlijke Duinkerker kapers.

In het Rampjaar 1672, het eerste jaar van de Hollandse Oorlog, verkreeg de Duinkerkse Jan Baert van de Franse koning Lodewijk XIV een kaperbrief. Hij slaagde erin om 81 Hollandse handelsschepen te veroveren. In 1678 trad hij in dienst van de Franse marine, waar hij soortgelijke activiteiten ontplooide. (Slag bij Texel (1694) ).

Robert Surcouf uit Saint-Malo was een andere zeevaarder die kaapte onder de Franse vlag.

Oostendse kapers[bewerken]

Ook in Oostende waren kapers actief. Het was hier dat Jan Baert zijn ervaring opdeed alvorens terug te keren naar Duinkerke.

De beroemdste Oostendse kaper is echter Jacob Besage die in een zeeslag op 26 augustus 1629 Piet Hein ombracht. Enkele uren later overleed hijzelf aan zijn verwondingen.

Amerikaanse Kaapvaart[bewerken]

Tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog gebruikten de Britten kapers tegen de Verenigde Staten. In de Amerikaanse Burgeroorlog werden de VS opnieuw opgeschrikt door kapers, ditmaal van de Geconfedereerde Staten van Amerika. De CSS Alabama wordt vaak gezien als kaper, maar was dit eigenlijk niet omdat het schip in overheidshanden was.

Einde[bewerken]

Een van de problemen met kaapvaart was dat de kaper niet altijd binnen de grenzen van zijn kaperbrief bleef opereren. De kaperbrief stond meestal alleen toe om schepen aan te vallen die onder een bepaalde vlag voeren. Op volle zee kon het echter maanden duren vooraleer men een schip aantrof dat aan de kaperbrief voldeed en bovendien voldoende buit aan boord had. Het aandeel in de buit dat naar de kaperbemanning ging, was lager dan in de piraterij, waar de kapitein meestal slechts het dubbele kreeg van een gewoon bemanningslid. Ook hoefden piraten niets af te staan aan een land. Dit kon leiden tot een dermate grote ontevredenheid dat de bemanning op piraterij kon overstappen.

Om zich te beschermen tegen kapers, voeren schepen vaak met vlaggen en papieren van verschillende landen. Zo toonde een Brits schip aan de Engelse kaper William Kidd Franse papieren, omdat Kidd zelf een Franse vlag gehesen had. Kidd ging vervolgens tot inbeslagname over, hetgeen uiteindelijk leidde tot zijn veroordeling en executie wegens piraterij.

Bij de Verklaring van Parijs van 1856 zwoeren de Europese machten de kaapvaart dan ook af. Andere landen (waaronder de Verenigde Staten) volgden bij de Haagse Conventies van 1899 en 1907.

Beroemde kapers[bewerken]

Kapers in de wereldoorlogen[bewerken]

Duitse oorlogsschepen hebben in beide wereldoorlogen koopvaardijschepen belaagd, wat hen de naam kapersschip bezorgde. Beroemde kapers uit de Eerste Wereldoorlog zijn Nikolaus Graf zu Dohna-Schlodien die kapitein was van de hulpkruiser SMS Möwe en Felix von Luckner, kapitein van SMS Seeadler. In de Tweede Wereldoorlog werden raiders, omgebouwde koopvaardijschepen, ingezet. Waarvan HSK Kormoran er één was. Berucht in de Tweede Wereldoorlog werd vooral het vestzakslagschip Admiral Graf Spee onder bevel van kapitein Hans Langsdorff.

Kapingen in de moderne tijd[bewerken]

Kapingen in de moderne tijd zijn bijvoorbeeld vliegtuigkapingen en treinkapingen, meestal als terroristische daad.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vries, J. de en F. de Tollenaere, Prisma Etymologisch woordenboek, Uitgeverij Het Spectrum BV, Utrecht, 14e druk, 1986.
  2. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/vrijbuiter