Kapitaalverzekering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kapitaalverzekering is een vorm van levensverzekering waarbij de verzekeraar bij het in leven zijn van de verzekerde op de vooraf overeengekomen datum het verzekerde bedrag uitkeert.

Uitkering bij leven[bewerken]

Kenmerkend van de kapitaalverzekering is dat de verzekering uitkeert wanneer de verzekerde in leven is. Bij overlijden vóór de einddatum volgt in principe geen uitkering. Tegen extra premie kan er echter wel een uitkering bij overlijden worden verzekerd. Deze uitkering kan bestaan uit een restitutie van de premie of een vooraf overeengekomen bedrag. In België wordt voor deze twee vormen respectievelijk de terminologie verzekering met uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling van de premies (UKZT) en verzekering met uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de premies (UKMT) gehanteerd.

Gemengde verzekering[bewerken]

Een kapitaaluitkering kan ook zowel een uitkering bij leven als een even hoge uitkering bij overlijden bevatten. Deze vorm van kapitaalverzekering wordt een gemengde verzekering genoemd.

Sparen of beleggen[bewerken]

Bij een kapitaalverzekering kan de verzekerde kiezen uit een spaar- of beleggingsverzekering. Bij een spaarverzekering is een minimale uitkering gegarandeerd (als gevolg van winstbijschrijving kan de uitkering hoger uitvallen). Bij een beleggingsverzekering wordt de premie belegd in één of meer beleggingsfondsen, waardoor de hoogte van de uitkering onzeker is.

Spaarverzekering[bewerken]

Bij een spaarverzekering vergoedt de verzekeraar een vaste rente over de ingelegde premies. Op enkele uitzonderingen na is deze rente op dit moment rond de 2.4%. De rente staat voor de hele looptijd van de verzekering vast. Naast de rente vergoedt de verzekeraar ook zogenoemde winst. De winst is niet vergelijkbaar met de bedrijfseconomische winst. De winst in de zin van een levensverzekering is, kort samengevat, afhankelijk van het volgende.

Bij de vaststelling van de premie van een levensverzekering gaat de verzekeraar uit van drie grondslagen:

  1. interest;
  2. sterfte;
  3. kosten.

De verzekeraar berekent aan de hand van deze grondslagen de premie. In de premie is geen onderdeel ‘winst’ opgenomen. De verzekeraar reserveert dus geen deel van de premie voor zichzelf. De verzekeraar behaalt zijn winst uit het gunstiger berekenen van de grondslagen. Als voorbeeld interest: De verzekeraar weet dat hij 4% rente kan ontvangen. Bij de berekening van de premie gaat de verzekeraar echter uit van 3%. 1 procentpunt is dan de winst voor de verzekeraar. Ook bij de grondslagen sterfte en kosten wordt deze methodiek toegepast.

De verzekerde deelt mee in deze winst van de verzekeraar, waardoor het rendement op bijvoorbeeld 4 of 5% kan uitkomen.

Beleggingsverzekering[bewerken]

Bij een beleggingsverzekering worden de ingelegde premies belegd in beleggingsfondsen. De beleggingsfondsen waarin wordt belegd zijn naar keuze van de verzekeringnemer. Bij bepaalde beleggingsfondsen met een laag risico geeft de verzekeraar vaak een garantierendement van bijvoorbeeld 2,5%. Het spreekt voor zich dat beleggen bepaalde risico’s met zich meebrengt.

Fiscale aspecten (Nederland)[bewerken]

In Nederland is het opgebouwde kapitaal van een kapitaalverzekering belast in box 3. De betaalde premies zijn niet aftrekbaar en de uitkering is niet belast. Als de kapitaalverzekering is gekoppeld aan de eigen woning dan gelden andere regels: een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) is een fiscaal gunstige regeling waarbij de kapitaalverzekering wordt aangewend voor de aflossing van de eigenwoningschuld, zie aldaar.

Vóór 1 januari 2001 was in principe de in de uitkering begrepen rente belast, maar onder bepaalde voorwaarden niet.

Oude regime[bewerken]

Het oude regime was van toepassing tot de invoering van de Brede Herwaardering op 1 januari 1992. Onder bepaalde voorwaarden kunnen de regels uit het oude regime nog van toepassing zijn voor verzekeringen, afgesloten voor 1992 (zie verderop bij overgangsrecht). Bij het oude regime gold de hoofdregel dat de rente die in de uitkering aanwezig is, is belast (rente = uitkering minus betaalde premies). De rente was echter onbelast wanneer aan de volgende voorwaarden werd voldaan:

  • Er is gedurende ten minste twaalf jaar premie betaald, en tijdens de duur van de verzekering heeft de hoogste premie niet meer bedragen dan:
    • vijf keer de laagste premie bij een duur van de verzekering van niet meer dan vijftien jaar;
    • tien keer de laagste premie bij een duur van de verzekering van niet meer dan twintig jaar;
    • vijftien keer de laagste premie bij een duur van de verzekering van niet meer dan dertig jaar;
    • twintig keer de laagste premie bij een duur van de verzekering van meer dan dertig jaar.

Het was niet van belang of het om een uitkering bij leven of bij overlijden gaat. Wel gelden er aanvullende voorwaarden bij overlijden vanaf 72-jarige leeftijd om de uitkering onbelast te ontvangen.

Brede Herwaardering[bewerken]

De Wet Brede Herwaardering werd ingevoerd op 1 januari 1992. Voor kapitaalverzekeringen wijzigde de vrijstelling. Uitkeringen bij leven en overlijden werden niet langer gelijkwaardig gezien. De rente in de uitkering bij leven was vrijgesteld indien:

  • De uitkering niet meer bedraagt dan € 28.134,-- en er gedurende ten minste vijftien jaren aaneengesloten premie is betaald;
  • De uitkering niet meer bedraagt dan € 95.294,-- en er gedurende ten minste twintig jaren aaneengesloten premie is betaald;
  • De hoogste premie niet meer heeft bedragen dan tien keer de laagste premie.
  • Voor gehuwden geldt een dubbele vrijstelling.

De genoemde bedragen konden cumuleren, de in totaal (voor het hele leven van de belastingplichtige) vrijgestelde uitkering was dus € 123.428.

Deze regeling is alleen voor aflossing van de eigenwoningschuld in 2001 gecontinueerd. De formulering is aangepast: de bedragen zijn bij elkaar opgeteld, dit totaal geldt bij minstens 20 jaar premiebetaling. Het lage bedrag bij minstens 15 jaar premiebetaling cumuleert sindsdien niet meer met het hoge bedrag, maar geldt uitsluitend als niet aan de 20-jaarseis is voldaan.

Overgangsrecht[bewerken]

Voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 14 september 1999 geldt een speciale regeling.[1][2] De verzekeringnemer mag de verzekering naar keuze omzetten in een kapitaalverzekering eigen woning (de verzekering verhuist dan naar box 1) of voortzetten in box 3. Bij voortzetting in box 3 wordt over het gespaarde gedeelte in beginsel vermogensrendementsheffing geheven. Er gelden echter vrijstellingen:

Voor een vóór 1992 afgesloten kapitaalverzekering die aan de voorwaarden van het oude regime voldoet geldt voor de opgebouwde waarde een vrijstelling van € 123.428 (niet geïndexeerd) in box 3, en is bij uitkering het volledige rentebestanddeel (zonder maximum) onbelast in box 1.

Voor een in de periode van 1 januari 1992 t/m 13 september 1999 afgesloten kapitaalverzekering die binnen de toenmalige voorwaarden voor vrijstelling valt geldt ook weer dat in box 3 en 1 niets verschuldigd is.

Het verzekerd kapitaal en de premie mogen na 14 september 1999 niet zijn verhoogd en de looptijd mag niet zijn verlengd. De vrijstelling in box 3 geldt tot en met 2029.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Koets, J.J. (2007) Woekerpolis en hypotheekdrama. Vlaardingen:J.J. Koets/Groenoord. ISBN 978-90-810598-3-1
  • Haverkorn van Rijsewijk, R.A. (2006) Assurantietermen & Wetsartikelen. Rotterdam:Media Business Press. ISBN 90-74864-97-X
  • Kluwer (2007) Fiscaal Memo januari 2007. Deventer:Kluwer. ISBN 978-90-13-03997-9
  • Opleiding "Erkend Hypotheekadviseur", Nibe-SVV (2007)
  • Opleiding "Assurantiebemiddeling A-levensverzekering", Nibe-SVV (2006)
  1. http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/belastingtarieven/inkomstenbelasting/box-3
  2. Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, Hoofdstuk 2. Overgangsrecht, Artikel I. Overgangsrecht inkomstenbelasting, AL. Kapitaalverzekeringen die via box I worden afgewikkeld, AM. Kapitaalverzekeringen: voorwaardelijke vrijstelling aangegroeide rente, AN. Kapitaalverzekeringen: vrijstelling in box III.