Kapitein-generaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maurits van Oranje, stadhouder, kapitein-generaal en admiraal van Holland en Zeeland 1585.
1590 Stadhouder van Utrecht en Overijsel.
1591 Stadhouder van Gelderland.

De kapitein-generaal was in vroeger tijden in veel Europese legers de hoogste militaire leider. In de Republiek der Verenigde Nederlanden werd de functie doorgaans vervuld door degene die stadhouder van het gewest Holland was (de functie van stadhouder bestond nl. niet op het niveau van de Unie, anders dan die van kapitein-generaal en admiraal-generaal van de Unie). Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd John Churchill tot luitenant-kapitein-generaal benoemd, terwijl de functie zelf vacant werd gelaten. Hij was al kapitein-generaal van het Engelse leger.[1]

De herkomst van het woord dateert uit de periode dat de benaming generaal (= algemeen) werd toegevoegd aan bestaande militaire rangen om een hogere reeks rangen te maken, zoals de sergeant-majoor-generaal, de luitenant-generaal, de kapitein-generaal en soms de kolonel-generaal. Later verdween daaruit (een deel van) de oorspronkelijke rang, zodat sergeant-majoor-generaal veranderde in majoor-generaal (Engels: major general) of generaal-majoor en kapitein-generaal in generaal.

In een enkel geval bleef de kapitein-generaal bestaan naast, of eigenlijk bóven, de generaals en is daarmee vergelijkbaar met de maarschalken uit latere perioden. In Spanje kent men nog steeds de rang capitán general, die boven de generaals en admiraals staat.

Noten[bewerken]

  1. Zie Churchill, W.S. (1968): Marlborough. His Life and Times, Charles Scribner's Sons, pp. 264, 286

Zie ook[bewerken]