Kapucijnluiaard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kapucijnluiaard
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2014)
Bradypus variegatus BCN.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Pilosa (Luiaards en miereneters)
Familie: Bradypodidae (Drievingerige luiaards)
Geslacht: Bradypus
Soort
Bradypus variegatus
Schinz, 1825
Verspreidingsgebied van de kapucijnluiaard
Verspreidingsgebied van de kapucijnluiaard
Afbeeldingen Kapucijnluiaard op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kapucijnluiaard op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De kapucijnluiaard (Bradypus variegatus) is een zoogdier uit de familie van de drievingerige luiaards (Bradypodidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Heinrich Rudolf Schinz in 1825.

Onderzoekers ontdekten in 2014, dat diverse organen door extra weefsel aan het skelet zijn bevestigd. Zij ontleedden twee exemplaren en merkten op dat de nieren met bindweefsel aan het bekken waren gehecht, maag en lever waren door middel van vliezen aan de onderste ribben bevestigd. Alhoewel dit bindweefsel zo'n twintig jaar terug al bij de tweevingerige luiaard werd opgemerkt, schonken biologen daar toentertijd verder weinig aandacht aan. Blijkbaar komt deze mutatie bij alle luiaards voor; andere zoogdieren hebben dit bindweefsel niet. De luiaard bespaart energie door dit extra weefsel tijdens de ademhaling. De uiteindelijke energiebesparing is afhankelijk van de tijd, die de luiaard ondersteboven hangt; echter per individu zijn hierin grote verschillen zichtbaar.

Deze soort slaapt 16 uur per dag, klimt een keer per week naar beneden om te ontlasten en brengt de rest van zijn leven in de bomen door. De bladeren die ze eten, leveren hen slechts 140 kilocalorieën per dag op.[2]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Kapucijnluiaard op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Ook de luiaardlever is gemaakt om te hangen, NRC Handelsblad, 24 april 2014, Wetenschap blz. 19