Karel Dillen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel Dillen
Afbeelding gewenst
Volledige naam Karel Cornelia Constentijn Dillen
Geboren Antwerpen, 16 oktober 1925
Overleden 's-Gravenwezel, 27 april 2007
Regio Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Land Vlag van België België
Functie Publicist
Politicus
Partij 1957 - 1971 VU
1977 - 1978 VNP
1978 - 2004 Vlaams Blok
2004 - 2007 Vlaams Belang
Functies
 ? - ? Redacteur Opstanding
1956 - ? Redacteur Dietsland Europa
1957 - ? Voorzitter VU-Jongeren
1962 - ? Voorzitter Were di
1968 - ? Uitgever Dietsland Europa
1975 - ? Hoofdredacteur Ter Waarheid
1965 - 1992 Redacteur 't Pallieterke
1977 - 1978 Partijvoorzitter VNP
1978 - 1996 Partijvoorzitter Vlaams Blok
1978 - 1987 Volksvertegenwoordiger
1987 - 1989 Senator
1989 - 2003 Europees Parlementslid
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Media

Karel Cornelia Constentijn Dillen (Antwerpen, 16 oktober 1925 - 's-Gravenwezel, 27 april 2007) was een Belgisch politicus, Vlaams-nationalist en medeoprichter van het Vlaams Blok.

Zijn zoon Koen zetelde in het Europees Parlement en ook een van zijn dochters, Marijke is in de Vlaamse politiek actief.

Levensloop[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Aan het Koninklijk Atheneum in Antwerpen behaalde Karel Dillen in 1943 een humanioradiploma. Enkele Vlaams-nationalistische leraars drukten er een blijvende stempel op de jonge Dillen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hij geen deel uit van een collaborerende organisatie, maar noemde zichzelf wel een "passieve zwarte" in die periode. Hij woonde bijeenkomsten van Nieuwe Orde-groeperingen bij. In Antwerpen hoorde hij van razzia's op Joden. In september 1944 zag hij van op afstand de repressie, onder meer tegen gewezen schoolmakkers.

Dillen huwde in 1959 en werd vader van vier kinderen.

Bediende[bewerken]

Dillen werkte, onder andere, gedurende 37,5 jaar bij de Antwerpse Taximaatschappij (1947 - 1985; rond 1970 wordt dit bedrijf door Renault overgenomen).

Vlaams-nationalist[bewerken]

In de lente van 1947 begon de Vlaams-nationale carrière van Dillen. Hij kwam in contact met het Sint-Arnoutsvendel, een jeugdgroepering van Wim de Roy. Hij hield er zich voornamelijk met de ideologische vorming bezig. Hier leerde hij Walter Bouchery kennen, oprichter van het Vlaams-nationaal weekblad Opstanding. Dit was de officieuze spreekbuis van de Vlaamse Concentratie, een uitgesproken Vlaamse, federalistische en anti-repressiepartij. Deze partij werd op 14 mei 1949 opgericht en verdween in 1954 als gevolg van interne moeilijkheden.

Dillen maakt deel uit van de redactie en publiceerde in Opstanding - waar hij de harde kern van het Vlaams-nationalisme leerde kennen.

Eind 1949, begin 1950 was Dillen medeoprichter, samen met Herman Senaeve en Toon Van Overstraeten, van een radicaal Groot-Nederlands jongerengroepje: de Jong Nederlandse Gemeenschap (JNG). Zij organiseerden bijeenkomsten over onder andere Cyriel Verschaeve, een algemene amnestie-eis, Reimond Tollenaere enz. Ze beschouwden zichzelf als de enige puren uit de Vlaamse Beweging, de opvolgers van het Diets radicalisme uit de jaren dertig. De JNG ging manifesteren op de IJzerbedevaart en het Vlaams Nationaal Zangfeest, die volgens hen te veel ingepalmd werden door de CVP. Het JNG richtte in mei 1956 het tijdschrift Dietsland Europa op. Dillen werd hoofdredacteur. Tot de jaren zeventig bleef het zijn voornaamste spreekbuis.

In het begin van de jaren zestig was Dillen voorzitter van Were di, een elitair-radicale, Groot-Nederlandse, antikapitalistische, anticommunistische en anti-Belgische groep. In 1968 versmolt deze groep met Dietsland Europa. In 1975 nam Dillen ontslag uit Were di. Vanaf 1975 werd hij de eerste hoofdredacteur van het pas opgerichte Ter Waarheid dat werd uitgegeven tot 1979. Het werd een blad met hetzelfde gedachtegoed als Were di.

Vanaf 1965 werd hij een belangrijk medewerker aan het Antwerpse satirische weekblad 't Pallieterke.

In 1977 was Dillen stichtend lid van Protea (genoemd naar de nationale bloem van Zuid-Afrika), een Vlaams-Zuid-Afrikaanse vriendschapsclub en een belangrijke pro-apartheidslobby.

Volksunie[bewerken]

Bij de verkiezingen van 1954 gingen een aantal Vlaams-nationalisten een coalitie aan met vertegenwoordigers van de middenstand en het Boerenfront, onder de naam Christelijke Vlaamse Volksunie. Dillen was hier niet bij betrokken. Evenmin bij de oprichting van de Volksunie, bij het uiteenvallen van de CVV, na de verkiezingen van 1954. Dillen sympathiseerde wel met de Volksunie maar werd pas lid in 1957. Op 1 juli 1957 werd hij voorzitter van de, nieuw opgerichte, Volksuniejongeren (VUJO).

In de jaren 60 boekte de Volksunie de ene overwinning na de andere. Dit leidde tot een streven naar pragmatisme. Bovendien voerde de partij een steeds progressievere koers. Dillen was hier radicaal tegen en nam in 1971 ontslag uit de partij. Tot zijn tegenstrevers binnen de partij behoren vooral Hugo Schiltz, Nelly Maes, André de Beul en Maurits Coppieters. Tot zijn voornaamste medestanders behoorden Leo Wouters, Hector Goemans, Rudi van der Paal, Bob Maes, Walter Peeters en Mia Dujardin (de meesten van Were di-strekking).

Vlaams Blok en Vlaams Belang[bewerken]

Op 1 oktober 1977 richtte Dillen de Vlaams Nationale Partij (VNP) op, uit onvrede met de mede-ondertekening, op 24 mei 1977, door de Volksunie, van het Egmontpact. Dillen was op dat ogenblik politiek dakloos. Hij werd op de stichtingsvergadering tot voorzitter "voor het leven" aangeduid. Hij kreeg bovendien de macht om zijn opvolger zelf aan te duiden. Dit werd op 8 juni 1996 Frank Vanhecke. Deze beweerde (in De Standaard, 11 maart 2000) dat Dillen die macht kreeg uit de frustratie van de (gewezen) Volksunie-mensen. Die hadden gezien hoe, via democratische verkiezingen, Hugo Schiltz aan de macht gekomen was en hoe hij - in hun ogen - de beginselen van de VU had verraden.

Voor de verkiezingen van 17 december 1978 ging de VNP in een kartel, als Vlaams Blok, samen met de Vlaamse Volkspartij (VVP) van Lode Claes. Dillen werd volksvertegenwoordiger. Met 2807 voorkeurstemmen was hij als enige verkozen voor de Kamer (voornamelijk dankzij stemmen uit Antwerpen). De VVP verdween van het politieke toneel na de Europese verkiezingen van 1979, waar ze slechts 1% van de stemmen haalt.

Op 8 november 1981 en 13 oktober 1985 werd Dillen telkens herverkozen op de lijst van het Vlaams Blok. Op 12 maart 1987 volgde Gerolf Annemans Dillen op als kamerlid, in het kader van een verjongingsoperatie binnen het Vlaams Blok.

Bij de parlementsverkiezingen van 13 december 1987 werd Dillen tot senator in het Belgisch parlement verkozen.

Bij de Europese verkiezingen van 18 juni 1989 werd Dillen, met 36.000 naamstemmen, Europees parlementslid (in de senaat werd hij door Wim Verreycken opgevolgd). Hij was er aanvankelijk actiever dan in het Belgisch parlement. In Europa vormde hij samen met het Franse Front National (met onder andere Jean-Marie Le Pen) en de Duitse Republikaner (met onder andere Franz Schönhuber) de Technische Fractie Europees Rechts.

Karel Dillen nam op 8 juni 1996 ontslag als voorzitter van het Vlaams Blok. Hij duidde Frank Vanhecke als zijn opvolger aan en zetelde daarna als erevoorzitter in het partijbestuur.

Op 18 juni 2003 werd Dillen in het Europees parlement opgevolgd door Philip Claeys, nadat Dillen om gezondheidsredenen ontslag nam.

Bij de omvorming van het Vlaams Blok naar Vlaams Belang werd Dillen de allereerste lidkaart aangeboden en behield hij zijn functie als erevoorzitter.

Overlijden en begrafenis[bewerken]

Karel Dillen overleed op 81-jarige leeftijd. Hij had reeds geruime tijd zware gezondheidsproblemen. Dillen overleed bij zijn dochter Marijke in 's-Gravenwezel. Hij werd op 5 mei 2007 begraven na een dienst in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen. Op deze dienst was onder andere de Franse politicus Jean-Marie Le Pen aanwezig.[1][2]

Ideologie[bewerken]

Karel Dillen wilde voor het Vlaamse volk een onafhankelijke Vlaamse republiek in een Europa van de regio's.

Voor Dillen waren fascisme en nationaalsocialisme, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, historische begrippen, verwijzend naar een afgesloten periode uit de Europese geschiedenis. Fascist werd volgens hem door zijn tegenstanders als scheldnaam gebruikt, zonder de historische context ervan te kennen.

Rechts was voor Dillen "het vechten voor waarden die dreigen verloren te gaan. Het was het besef te behoren tot een volk, een Europese cultuur waaruit een economische gemeenschap volgt. Rechts was respect voor het leven, in de brede betekenis, respect voor ieder individu." Radicaal was voor hem "compromisloos zijn, niet zwichten voor de vleespotten van Egypte."

Het migrantenvraagstuk is voor Dillen een nationalistisch onderwerp. Sporadisch schreef Dillen erover in Dietsland Europa in de jaren zeventig. Werk in eigen streek geldt voor iedereen, ook voor niet-Europese vreemdelingen.

Dillen streefde er naar eigen zeggen naar om de traditionele waarden van het zogenaamde "Avondland" in ere te houden.

Bibliografie[bewerken]

Boeken:

  • Antwerpen … Groenplaats 9 (samensteller) (1959)
  • Wim Maes (1970)
  • Wij, marginalen (1987)
  • Europese gedichten: bijeengebracht en ingeleid (1991)
  • Vlaanderen in Straatsburg. Deel 1 (1991)
  • Vlaanderen in Straatsburg. Deel 2 (1992)
  • Vlaams Blok, partij van en voor de toekomst (1992)
  • Voor U geschreven. 21 brieven aan een jonge Europeaan (1993)
  • Mijn Schilt ende betrouwen Sijt ghy, o Godt mijn Heer (2001)

Vertalingen:

Externe link[bewerken]

Bronnen:

  • Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, deel II, Tielt/Amsterdam, 1975
  • Todts Herman, Hoop en Wanhoop der Vlaamsgezinden, deel 4, Leuven, 1975
  • Todts Herman, Hoop en Wanhoop der Vlaamsgezinden, deel 5, Leuven, 1982
  • Pieter Jan Verstraete. Karel Dillen: portret van een rebel, Bornem,1992
  • Pieter Jan Verstraete. Liever wolf in het bos ...: portret van Karel Dillen, Kortrijk, 2007
  • Vinks Jos, Van Repressie tot Egmont, Brecht/Antwerpen, 1980

Noten: