Karel III van Croÿ

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel III
1560 - 1612
Charles III de Croÿ.png
5de prins van Chimay
4de hertog van Aarschot
5de graaf van Beaumont
Periode 1595 - 1612
Voorganger Filips III van Croÿ
Opvolger Karel van Arenberg
1ste hertog van Croÿ
Periode 1598 - 1612
Voorganger geen
Opvolger Karel Alexander van Croÿ
Stadhouder van Vlaanderen (Staten)
Periode 1583 - 1584
Voorganger geen (Gentse Republiek)
Opvolger  ?
Stadhouder van Henegouwen (Spanje)
Periode 1592 - 1606/1613
Voorganger Emanuel Filibert van Lalaing
Opvolger Karel Bonaventura van Longueval
Stadhouder van Artesië (Spanje)
Periode 1597 - 1610
Voorganger Florent van Berlaymont
Opvolger Lamoraal I van Ligne
Vader Filips III van Croÿ
Moeder Johanna Hendrika van Hallewyn
Dynastie Huis Croÿ

Karel van Croÿ (Beaumont, 1 juli 1560 - Beaufort, 13 januari 1612) was een Zuid-Nederlands militair en staatsman uit het Huis Croÿ. Hij was de zoon en opvolger van Filips III van Croÿ en tevens de laatste in de lijn Croÿ-Aarschot.

Jeugd[bewerken]

Karel studeerde als jongeling aan het Drietalencollege. Op zijn vijftiende werd hij schutterskoning. Hij trad in 1577 in dienst bij landvoogd don Juan van Oostenrijk. Na diens aanval op Namen ontvluchtte hij het geweld in de Nederlanden.

Opstandeling[bewerken]

In 1580 trouwde hij in Aken met Maria van Brimeu, gravin van Megen, weduwe van Lancelot van Berlaymont. Van dan af droeg hij de titel Prins van Chimay. Zijn vrouw was overtuigd calvinist en oefende een sterke invloed uit op haar jonge echtgenoot. In 1582 legde hij in Sedan openbaar de geloofsbelijdenis van de hervormde godsdienst af. Via Calais en Vlissingen trok hij naar Antwerpen waar Willem van Oranje zich bevond. Karel raakte echter spoedig ontgoocheld in de leiders van de Opstand en moedigde de Antwerpse bevolking aan om in het verweer te komen tegen de Franse Furie. Kort daarop trok hij zich terug in het kasteel van Beveren.

Stadhouder van Vlaanderen[bewerken]

Daar werd hij aangezocht door vertegenwoordigers van de stad Brugge en van het Brugse Vrije om het bestuur op zich te nemen van Brugge en de ommelanden. Gent en Ieper sloten zich daarbij aan waardoor Karel stadhouder van Vlaanderen werd in opdracht van de Staten van Vlaanderen. Zijn beleid was er op gericht de anarchie te bestrijden en tot een verzoening te komen met koning Filips. Zo verzette hij zich tegen het voornemen van Willem van Oranje om Franse en Zwitserse troepen naar Vlaanderen te sturen; hij weigerde hij om Frederik Perrenot uit te leveren aan François van Ryhove; hij beschermde de katholieken in Brugge en Gent en liet de Oranjegetrouwe troepen de stad uitzetten; hij verzette zich tegen de nominatie van Willem van Oranje als landvoogd der Nederlanden. Uiteindelijk kon de verzoening op 28 mei 1584 worden ondertekend. Karel nam hierop ontslag als stadhouder.

Militair in Spaanse dienst[bewerken]

Karel van Croÿ trad in 1584 opnieuw toe tot de katholieke kerk en liet zich scheiden van zijn calvinistische vrouw. Hij werd hierop een militair commandant in dienst van de Spaanse koning, onder het opperbevel van de hertog van Parma en diens opvolgers.

Hij nam deel aan de belegeringen van Grave, van Venlo en Neuss. Hij belegerde en veroverde Bonn in de Keulse Oorlog. Van 1590 tot 1592 nam hij deel aan de veldtocht tegen Frankrijk.

Karel werd in 1592 beloond met een benoeming tot Grande van Spanje van de eerste klasse en stadhouder van Henegouwen en Valencijn. In 1595 nam hij opnieuw deel aan een veldtocht tegen Frankrijk, onder leiding van de Pedro Henriquez de Acevedo.

Na de dood van zijn vader in 1595 kwam hij in het bezit van een uitgebreid domein waarvan het beheer hem nog weinig gelegenheid liet tot militaire actie.

In 1597 benoemde aartshertog Albrecht van Oostenrijk hem tot stadhouder van Artesië. Hij was commandant van het leger dat de Franse maarschalk de Biron dwong terug te keren. Hij onderhandelde in 1598 mee de Vrede van Vervins tussen Spanje en Frankrijk. Bij die gelegenheid verhief koning Hendrik IV van Frankrijk de heerlijkheid Croÿ in Picardië tot hertogdom.

In 1599 werd hij de 290ste ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

Verzamelaar en administrator[bewerken]

Het kasteel van Beaumont werd het middelpunt van een briljante hofhouding. Karel spendeerde een groot deel van zijn fortuin aan de aankoop van schilderijen, manuscripten en oude munten. Tegelijk besteedde hij veel zorg aan het beheer van zijn domein, en werkte hij daartoe een reglementering uit die geïnspireerd was door deze van de landsheren van de Nederlanden.

Hij gaf aan de schilder Adrien de Montigny de opdracht voor de vermaarde Albums de Croÿ, waarvan de prachtige illustraties een mooi beeld geven van de Zuidelijke Nederlanden eind zestiende, begin zeventiende eeuw.

Huwelijk en opvolging[bewerken]

Na zijn terugkeer tot het katholieke geloof had Karel een scheiding van tafel en bed met zijn calvinistische vrouw Maria van Brimeu. Dit huwelijk bleef dan ook kinderloos. Na haar overlijden op 18 april 1605 hertrouwde hij acht maanden later met zijn nicht Dorothea van Croÿ, dochter van zijn oom Karel Filips van Croÿ, markies van Havré. Ook dit huwelijk bleef zonder nakomelingen.

Bij zijn dood hield de lijn Croÿ-Aarschot op. De erfenis werd verdeeld tussen enerzijds de kinderen van zijn zuster Anna van Croÿ, die met Karel van Arenberg getrouwd was, en anderzijds de familietak Croÿ-Havré. Het hertogdom Aarschot, het vorstenddom Chimay, en het graafschap Beaumont kwamen zo in handen van het huis Arenberg. Het hertogdom Croÿ en het vorstendom Château-Porcien en kleinere heerlijkheden kwamen aan Karel Alexander van Croÿ.

Memoires[bewerken]

De memoires van Karel van Croÿ werden in 1845 voor het eerst uitgegeven door baron Frédéric de Reiffenberg, onder de titel L'existence d'un grand seigneur au seizième siècle: mémoires autographes du duc Charles de Croy


Bronnen, noten en/of referenties