Karel de Goede

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel de Goede
ca. 1080/86 - 1127
Portret op papier van Karel de Goede in de Sint-Salvatorskathedraal
Portret op papier van Karel de Goede in de Sint-Salvatorskathedraal
Graaf van Vlaanderen
Graaf van Artesië
Graaf van Zeeland
Periode 1119 - 1127
Voorganger Boudewijn VII
Opvolger Willem I
Vader Knoet IV van Denemarken
Moeder Adela van Vlaanderen
Karel de Goede in de basiliek van het Heilig Bloed te Brugge

Karel, bijgenaamd de Goede (?, ca. 1080/86Brugge, 2 maart 1127) was graaf van Vlaanderen van 1119 tot aan zijn dood. Hij trouwde met Margaretha van Clermont, dochter van Reinoud II.

Geschiedenis[bewerken]

Karel van Denemarken, later Karel de Goede genaamd, werd geboren in Denemarken als zoon van koning Knoet IV van Denemarken en van Adela van Vlaanderen, dochter van graaf Robrecht I de Fries en Geertruida van Saksen. Na de moord op haar echtgenoot in 1085 vluchtte Adela met haar kinderen Ingertha, Cecilia en Karel naar haar vader Robrecht de Fries. Adela hertrouwde later met Rogier Bursa, hertog van Apulië. Karel van Denemarken bleef bij zijn grootvader en oom aan het grafelijk hof en genoot er een goede opvoeding. Zoals veel ridders uit die tijd, vertrok Karel van Denemarken ook op pelgrimstocht naar het Heilige Land (1107-1108).

Hij fungeerde als raadgever voor zijn neef, graaf Boudewijn VII van Vlaanderen, bijgenaamd 'Hapkin'. Zijn naam komt dan ook voor op verschillende akten vanaf 1112. Hij nam ook deel aan het neerslaan van de opstand van de Zuid-Vlaamse leengraven in 1115 en 1117. Hij was regent van Vlaanderen toen Boudewijn VII op veldtocht ging naar Normandië in 1117 en 1118 en tevens tijdens de laatste levensmaanden van de graaf in 1119.

Karel volgde zijn kinderloze neef Boudewijn VII op, die hem had aangewezen als zijn opvolger, nog vóór diens dood op 17 juni 1119. Ondanks enige weerstand tegen zijn persoon werd hij toch als graaf van Vlaanderen erkend. Zijn bijnaam de Goede kreeg Karel van Denemarken tijdens de hongersnood die in 1124-1125 heel Europa teisterde. Via verschillende maatregelen kon hij verhinderen dat het dodenaantal erg hoog opliep.

Karel was een godvruchtig vorst en zijn hele binnenlandse politiek was vooral gericht op de vestiging en de handhaving van de openbare vrede door de bestrijding van onrecht en armoede. Hierdoor ontstemde hij een deel van de kleine adel, onder meer de rijke familie van Erembald, die er eerder in geslaagd was zich te doen opnemen in de adel, hoewel zij van onvrije afkomst was. De Erembalden waren uit Veurne afkomstig en leverden de burggraven van Brugge.

Toen de graaf naar aanleiding van een juridisch dispuut de onvrije afkomst van de Erembalden in het openbaar beklemtoonde, werd hij het slachtoffer van een samenzwering, geleid door Bertulf, proost van het Brugse Sint-Donaaskapittel en zelf een lid van de clan der Erembalden. Hij werd in de Sint-Donaaskerk te Brugge vermoord. Achtentwintig samenzweerders werden gevangengenomen en, op bevel van de Franse koning Lodewijk VI, van de hoogste toren van de burcht naar beneden geworpen. Eén van zijn moordenaars, Wido van Steenvoorde, werd in Reningelst gedood in een tweegevecht met Herman den Isèren.

Mede door het ontbreken van een rechtstreekse erfgenaam, veroorzaakte Karels dood een ernstige politieke crisis. Hiervan maakte de koning van Frankrijk gebruik om de Normandiër achterneef Willem Clito, kleinzoon van Mathilde van Vlaanderen en Willem de Veroveraar (Mathilde is de zuster van grootvader graaf Robrecht I de Fries) als graaf op te dringen (23 maart 1127). Dit stootte op het verzet van Brugge en Gent.

Uiteindelijk werd Karel opgevolgd door een neef, Diederik van de Elzas, die de machtsstrijd won dankzij de steun der Vlaamse steden. Dit was de eerste gelegenheid waarbij de steden een doorslaggevende rol speelden in de Vlaamse politiek.

De aanleiding en gevolgen van de moord zijn erg gedetailleerd beschreven in het dagboek van zijn secretaris Galbert van Brugge.

In 1884 werd Karel de Goede door de Katholieke Kerk zalig verklaard. Zijn neogotische reliekschrijn (1883-1885) staat in een zijkapel van de Sint-Salvatorskathedraal (Brugge). In de middenbeuk kan men het oud houten portret van hem terugvinden. Zijn rechter bovenrib werd bewaard in een kristallen, neogotisch reliekschrijn, die sinds 1880 was tentoongesteld in de Torhoutse St.-Pieterskerk. Het werd er gestolen op 16 juli 2004.

Referentiewerken[bewerken]

  • GALBERT VAN BRUGGE, De moord op Karel de Goede, R. van Caenegem, A. Demyttenaere, L. Devliegher (inl. en vert.), Leuven, Davidsfonds, 1999, p.279.
  • FRANS RENS, Karel de Goede, graef van Vlaenderen, in: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands, 3 (1839)
  • JEFF RIDER (ed.), Galbertus notarius Brugensis De multro, traditione, et occisione gloriosi karoli comitis Flandriarum, in: Corpus Christianorum, Continuatio Mediaeualis, CXXXI, 1994.
  • Laurent FELLER, L'assassinat de Charles le Bon comte de Flandre: 2 mars 1127, Perrin, 2012, ISBN 978-2262035280.

De moord op Karel de Goede wordt ook beschreven in de gedocumenteerde historische roman "Zonsverduistering boven Brugge", (Davidsfonds) van Vic de Donder, die gebaseerd is op het historische verslag van Galbert. Ook de roman "De Kerels van Vlaanderen" van Hendrik Conscience gaat over de moord.

Voorstelling in de kunst[bewerken]

Een minder bekend werk is "De begrafenis van Karel de Goede" van de hand van Jan Beers (1852-1927), een schilder van historische taferelen. Dit schilderij bevindt zich in de reserve van het Musée du Petit Palais in Parijs.

Een opgerolde gouache-tekening op hout (35 op 25 cm) met 'le bon conte de Flandre' werd in 1782 gevonden te Brugge in het reliekschrijn waarin de beenderen van de Vlaamse graaf bewaard werden. Tussen 1606 en 1782 werd dit schrijn niet geopend. De afbeelding bleef in het schrijn tot 1957, waarna het portret werd ingelijst en in Brugge nog steeds bewaard wordt.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Karel de Goede
Overgrootouders

Ulf Jarl
(?-1026)

Estrid Svendsdatter
(+/-993-+/-1067)

?
(-)

?
(-)

Boudewijn IV van Vlaanderen
(980–1035)
∞ 1012
Otgiva van Luxemburg
(986-1030)

Robert II van Frankrijk
(972-1031)

Constance van Arles
(986–1034)

Grootouders

Sven Estridson (+/-1019-1074)

? (-)

Boudewijn V van Vlaanderen (1013-1067)
∞ 1028
Adela van Mesen (1116-1165)

Ouders

Knoet IV (1043-1086)

Adela van Vlaanderen (1064-1115)

Karel de Goede (+/-1080-1127)

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]