Karl Friedrich Schinkel
| Karl Friedrich Schinkel | ||
| Karl Friedrich Schinkel | ||
| Persoonsinformatie | ||
| Nationaliteit | ||
| Geboortedatum | 13 maart 1781 | |
| Geboorteplaats | Neuruppin | |
| Overlijdensdatum | 9 oktober 1841 | |
| Overlijdensplaats | Berlijn | |
Karl Friedrich Schinkel (Neuruppin, 13 maart 1781 - Berlijn, 9 oktober 1841) was een van de belangrijkste Duitse architect en designer tijdens het begin van de negentiende eeuw (de zogenaamde Biedermeiertijd).
Inhoud |
Biografie [bewerken]
Na zijn studies aan de Berlijnse Bauakademie reisde hij 2 jaar door Italië en Frankrijk. Na deze reis kwam hij in het door de Fransen bezette Pruisen aan als een volleerd decorontwerper en schilder.
Schinkels stijl was gedurend een groot deel van zijn carrière tegen de stijl van de École des Beaux Arts gericht, dit door het ongenoegen na de Franse tijd. Hij opteerde voor een meer zuiver classicistische Neo-Hellenistische stijl, als verwijzing naar de vrijheden van het Oude Griekenland. Zijn latere werken kwamen staan steeds verder af te staan van het classicisme. Zo ontwierp hij een aantal gebouwen, waaronder enkele kerken, in een neogotische stijl. De Bauakademie in Berlijn was deels geïnspireerd op Britse fabrieksarchitectuur en wordt wel als vroege voorloper van de moderne architectuur beschouwd.[1]
Naast klassieke decors ontwierp Schinkel ook (neo-)gotische decors, die in zwang waren tijdens de Romantiek. Zijn ontwerpen vormden een constante synthese tussen het klassieke Pruisen en het Pericleïsche Athene. Zijn bekendste decorontwerp is voor de opera Die Zauberflöte van Wolfgang Amadeus Mozart.
Ook als meubelontwerper maakte hij furore. Zijn (gietijzeren) tuinmeubilair is tot op de dag van vandaag in productie.
Werk (belangrijkste gebouwen) [bewerken]
- 1800, Pomonatempel op de Pfingstberg in Potsdam
- 1806, Schloss Owinsk, in Poznan (samen met Ludwig Catel)
- 1806, Schloss Rosenau (Coburg), (inclusief het (bewaarde) interieur)
- 1810, Mausoleum voor Louise van Mecklenburg-Strelitz
- 1810, Schloss Ehrenburg, Coburg (totale verbouw)
- 1815, Kerk in Glienicke bij Wittstock
- 1818, Neue Wache in Berlijn
- 1818, Schauspielhaus in Berlijn aan de Gendarmenmarkt
- 1819, Schloßbrücke (Berlin-Mitte)
- 1821, Schloss Tegel, Berlijn (volledige verbouw voor Wilhelm von Humboldt)
- 1822, Schloss Neuhardenberg (volledige verbouw voor Karl August von Hardenberg)
- 1823, Luisenkirche in Berlin-Charlottenburg
- 1824, Jagdschloss Antonin, provincie Poznan
- 1824, Altes Museum in Berlijn aan de Lustgarten, oorspronkelijk "Neues Museum" genoemd
- 1824, Kerk in Saarbrücker in de wijk Bischmisheim (achthoekige plattegrond en achthoekig schip)
- 1824, Friedrichswerdersche Kirche in Berlijn (nu Schinkel-Museum in de Werderstrasse) en kerk in Schöneberg
- 1824, Kerk St. Maria Magdalena in Voigtsdorf bij Habelschwerdt
- 1825, Neuer Pavillon in Berlijn-Charlottenburg (inklusief het (bewaarde) interieur)
- 1825, Schloss Glienicke, Berlijn (volledige ver- en nieuwbouw)
- 1826, Vuurtoren, Kap Arkona op Rügen
- 1827, Elisenbrunnen in Aken
- 1829, Schloss Charlottenhof in Potsdam (inclusief het (bewaarde) interieur)
- 1830, Nikolaikirche in Potsdam
- 1831, Altstädtische Hauptwache in Dresden
- 1831, Alexander Nevski kapel in Peterhof
- 1831, Bauakademie in Berlijn, oorspronkelijk met de naam "Allgemeine Bauschule"
- 1832, Raadhuis in Kolberg
- 1833, Römische Bäder in Potsdam
- 1833, Westfront van de St. Johanniskirche in Zittau
- 1834, Schloss Babelsberg in Potsdam
- 1834, de zo geheten Berliner Vorstadtkirchen, waaronder de Elisabethkirche
- 1834, Jenisch-Haus in Hamburg samen met Franz Gustav Forsmann
- 1835, Schloss Stolzenfels aan de Rijn (bij Koblenz)
- 1836, Fassade voor het hoofdgebouw van de Universiteit van Leipzig
- 1836, Ombouw van Jagdschloss Granitz op Rügen
- 1838, Altstädtische Kirche te Koningsbergen
Literatuur [bewerken]
- Isaac Warnsinck, Karl Friedrich Schinkel en de hervorming van de Nederlandse architectuur rond 1840 (2008). In: Reizende ideeën; speciaal nr. van De negentiende eeuw, jrg 32(2008)1, p.27-36. ISSN 1381-8546.
- Karl Friedrich Schinkel : Führer zu seinen Bauten (2008). 3. durchges. und erg. Aufl. Deutscher Kunstverlag, München etc. 2 dl. in 1 Bd. ISBN 978-3-422-06810-0.
- Engel, Gerrit. Schinkel in Berlin und Potsdam (2011) / m.m.v. Barry Bergdoll, Detlef Jessen-Klingenberg. Schirmer/Mosel, München. 140 p. ISBN 9783829604277. Prestel. ISBN 9783829605410. Recensie door Bernard Hulsman[2].
- Trempler, Jörg. Karl Friedrich Schinkel, Baumeister Preussens. Eine Biographie, D.H.Beck, München, 2012.
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Karl Friedrich Schinkel van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |