Karl Wolff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karl Wolff
Karl Wolff als SS-brigadegeneraal (Brigadeführer)
Karl Wolff als SS-brigadegeneraal (Brigadeführer)
Geboren 13 mei 1900
Darmstadt, Hessen, Duitse Keizerrijk
Overleden 17 juli 1984
Rosenheim, Beieren, West-Duitsland
Begraven Begraafplaats Prien am Chiemsee
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of Weimar Republic (war).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1917 - 1945
Rang SS-Obergruppenfuehrer collar.jpg Obergruppenführer
Generalleutnant der SS-Verfügungstruppe
Eenheid Flag Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Leiding over Höchster SS- und Polizeiführer in Italien
Persönlicher Stab Reichsführer-SS
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen Duitse Kruis in Goud

Karl Friedrich Otto Wolff (Darmstadt, 13 mei 1900 - Rosenheim, 17 juli 1984) was een Duitse SS-Obergruppenführer, generaal bij de Waffen-SS, chef van de persoonlijke staf van Heinrich Himmler, en vriend van Reinhard Heydrich.

Karl Wolff werd geboren in een hoogburgerlijk milieu in Darmstadt als zoon van een rechter. Hij volgde een militaire loopbaan maar belandde na de Eerste Wereldoorlog in het bankwezen. Op 7 oktober 1931 werd hij zowel lid van de NSDAP als van de SS. Van 1936 tot 1945 zat hij namens de NSDAP in de Rijksdag. Vanaf 1933 behoorde hij tot de staf van Himmler, vanaf 1935 als chef-staf. In juli 1943 werd hij door Heinrich Himmler tot de hoogste Polizeiführer en SS'er van Italië benoemd.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Wolff samen met zijn gezin op 13 mei 1945 door Amerikaanse troepen gearresteerd en op 21 augustus 1945 werd hij overgebracht naar de gevangenis voor oorlogsmisdadigers in Neurenberg. Daar werd hij nog niet voor de rechter gedaagd, maar werd hij in januari 1948 overgedragen aan de Britten. Eind 1948 werd hij door een rechtbank in Hamburg veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf. Deze straf werd midden 1949 verkort tot vier jaren. In 1953 kwam hij vrij.

In de naweeën van het Eichmann-proces werd op 18 januari 1962 een arrestatiebevel tegen Wolff uitgevaardigd en op 30 september 1964 werd hij veroordeeld tot vijftien jaren gevangenisstraf door de rechtbank van München, wegens medeplichtigheid aan de moord op 300.000 Joden. In een brief van 13 augustus 1942 had Wolff als volgt bedankt voor hulp bij het afvoeren van de Joden uit het getto van Warschau:[1] "Met bijzondere vreugde heb ik van uw mededeling kennis genomen dat nu al sedert 14 dagen dagelijks een trein met leden van het uitverkoren volk richting Treblinka rijdt".

Eind augustus 1969 werd Wolff wegens ziekte vervroegd vrijgelaten. In de zomer van 1984 overleed hij op 84-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Rosenheim.

Militaire loopbaan[bewerken]

  • Tijdens verschillende interviews in de jaren '70, beweerde Wolff dat hij in april van 1945 een persoonlijke promotie van Adolf Hitler had gekregen tot de rang van SS-Oberst-Gruppenführer. Tijdens het filmen van The World at War serie, toonde Wolff verder aan de producenten een vitrine met de tri-pip kraagspiegels en schouder epauletten van een SS-kolonel-generaal. Deze late oorlog bevordering, is echter niet genoteerd in Wolff's zijn SS-personeelsdossier, noch had hij bewijsstukken die de claim bevestigden. Verder foto's uit de tijd van zijn krijgsgevangneming in Italië door de geallieerden is duidelijk een mindere rangonderscheidingstekens te zien op zijn SS-uniform. Om deze reden, worden de meeste historische teksten gegeven met hoogste rang Wolff ooit gehouden was die van Obergruppenführer.

Registratienummers[bewerken]

  • NSDAP-nr.: 695 131
  • SS-nr.: 14 235

Decoraties[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Gerald Riedlinger: Die Endlösung, Berlin 1956, S. 288 (Korrespondenz zwischen dem Staatssekretär im Verkehrsministerium Ganzenmüller und Himmlers Feldadjutant, SS-Obergruppenführer Karl Wolff; Prozess IV, S. 2184f); aangehaald uit: Der gelbe Stern. Die Judenverfolgung in Europa 1933 bis 1945 (Gerhard Schoenberner), Hamburg 1960, S. 78