Karpato-Roethenië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Karpato-Roethenië, vaak kortweg Roethenië, is een historische landstreek in Oost-Europa, waarvan het grondgebied nagenoeg samenvalt met de huidige oblast Transkarpatië (Zakarpattija) in Oekraïne. Andere namen voor het gebied zijn Transkarpatië, Subkarpatië en Karpato-Oekraïne.

De Hongaarse naam van het gebied luidt Kárpátalja, de Tsjechisch/Slowaakse Podkarpatská Rus. Deze beide namen duiden evenals de naam Subkarpatië op de ligging van het gebied aan de voet van de Karpaten. Het element Rus verwijst evenals de naam Roethenië naar de Roethenen, de meest specifieke bevolkingsgroep in het gebied. De naam Transkarpatië wijst op een (Oekraïens-Russisch) perspectief vanaf de andere zijde van de Karpaten.

Algemeen[bewerken]

In de loop van de 20e eeuw is Roethenië buitengewoon vaak van 'eigenaar' veranderd. Tot de Eerste Wereldoorlog was het Hongaars, vervolgens behoorde het achtereenvolgens tot Tsjecho-Slowakije, wederom Hongarije, de Sovjet-Unie en Oekraïne.

Hoewel er al vele eeuwen Roethenen in het gebied woonden, is de benaming Roethenië voor deze regio pas in gebruik gekomen toen het van Hongarije was losgemaakt. Roethenen woonden immers ook in andere gebieden (Slowakije, Galicië, de Boekovina). Sinds de inlijving van het gebied bij de Sovjet-Unie is de benaming ook weer in onbruik geraakt, omdat de Sovjet-autoriteiten en hun Oekraïense opvolgers het bestaan van een afzonderlijke Roetheense identiteit niet erkenden: zij beschouwen Roethenië en de Roethenen als een integraal onderdeel van de Oekraïense identiteit, een visie die de inwoners van het gebied in meerderheid inmiddels delen.

Geschiedenis tot de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

De voorouders van de Roethenen, die er van de vele bevolkingsgroepen in het gebied het langste aanwezig zijn, bereikten Roethenië vanaf de 6de eeuw. Het gebied behoorde nooit tot het Slavische rijk Kiëv-Roes, vanaf de 11de eeuw behoort tot Hongarije. In de lager gelegen gedeelten van het gebied woonde al lang Hongaren. In latere eeuwen vestigden zich ook Duitsers, joden, Slowaken en Roemenen in het gebied. In 1526 viel Hongarije uiteen en werd het gebied met de rest van Noord-Hongarije Oostenrijks en dat bleef het, met onderbrekingen waarin het bij het vorstendom Zevenburgen hoorde, tot 1867, toen Hongarije gelijkberechtigd werd binnen Oostenrijk-Hongarije. Vanuit Boedapest werd een intensieve magyariseringscampagne in gang gezet. Het gebied was ondertussen arm en achtergebleven en vele inwoners emigreerden, vooral naar de Verenigde Staten.

De Roethenen bleven hierbij een geïsoleerd en ongeletterd volk, dat pas laat in de 19de eeuw een nationaal bewustzijn ontwikkelde. Er ontstonden vier richtingen: een stroming die aansluiting zocht bij Rusland, een die zich op Oekraïne oriënteerde en een die de nadruk legde op het eigen karakter van de Roethenen. De meest pragmatische Roethenen ten slotte assimileerden met de dominerende Hongaren.

1918-1920[bewerken]

West ukraine.png

De Roethenen vormden vanaf eind 1918 Nationale Raden, die verschillende alternatieven voorstonden: aansluiting bij Tsjecho-Slowakije (toen nog zo gespeld, de optie van de raad te Prešov), aansluiting bij Oekraïne (de voorkeur van de raad te Choest), autonomie binnen Hongarije (zoals men te Oezjhorod voorstond) en onafhankelijkheid (rond het oostelijke Jasinja bestond kortstondig een zelfstandige republiek). Het aangrenzende deel van Oekraïne was evenwel in Poolse handen gekomen, Hongarije werd een communistische radenrepubliek en wilde van geen Roetheense autonomie weten en Roemenië veroverde in juni 1919 de Jasinja-republiek, zodat de Tsjecho-Slowaakse optie de enige reële uitkomst was. De legers van het op 28 oktober 1918 uitgeroepen Tsjecho-Slowakije trokken begin 1919 Roethenië binnen. De overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog stonden achter deze oplossing: Hongarije diende als verliezer gestraft te worden en men achtte een directe grens tussen Tsjecho-Slowakije en Roemenië van strategisch belang. Wel werd er op 10 september te St. Germain-en-Laye een Minderhedenverdrag getekend dat behelsde dat Roethenië binnen Tsjecho-Slowakije autonomie moest krijgen. De grens tussen Slowakije en Roethenië werd binnen Tsjecho-Slowakije voor het eerst getrokken, De nieuwe grenzen werden bezegeld in het Verdrag van Trianon van 4 juni 1920: Hongarije moest Roethenië, samen met Slowakije, afstaan aan Tsjecho-Slowakije. Het gebied had bestuurlijk tot vier Hongaarse comitaten behoord: Ung, Ugocsa, Bereg en Máramaros. Geen van deze vier gebieden kwamen geheel in Roethenië te liggen: Ung werd weliswaar vrijwel geheel Tsjecho-Slowaaks, maar viel voor de helft in het landsdeel Slowakije, Ugocsa en Máramaros werden deels Roemeens en Bereg bleef voor een klein deel Hongaars.

Subkarpatisch Roethenië[bewerken]

Czechoslovakia01.png

De republiek Tsjechoslowakije (zo gespeld vanaf 1920) had de grens tussen Subkarpatisch Roethenië (Podkarpatská Rus) en Slowakije op een vanuit Roetheens oogpunt ongunstige plaats getrokken: veel Roethenen waren in het Slowaakse landsdeel terechtgekomen. Bovendien kwam er van de autonomie voor Subkarpatisch Roethenië niets terecht: Tsjecho-Slowakije werd een centraal bestuurde staat, waar niet alleen de Roethenen, maar ook de Slowaken en de Sudetenduitsers over klaagden. Praag kon echter geen (territoriale) concessies aan de Roethenen doen, omdat die de relaties met de Slowaken onder druk zouden zetten.

Wel werd er vanuit Praag veel moeite gedaan het achtergebleven gebied economisch te ontwikkelen en het onderwijspeil van de bevolking te verbeteren. De landhervormingswet van 1919 trof vooral de Hongaarse grootgrondbezitters. De economische wereldcrisis van de jaren'30 leidde in Subkarpatisch Roethenië tot werkloosheid en armoede en nieuwe onvrede.

Karpato-Oekraïne[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Karpato-Oekraïne voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Subcarpathia Carpatho-Ukraine.svg

In 1938 werd op grond van het Verdrag van München het Sudetenland door Hitler-Duitsland ingelijfd. Slowakije en Roethenië namen beide de kans waar om hun autonomie alsnog te bewerkstelligen. Nog in diezelfde maand kreeg Roethenië een autonome regering die onder leiding kwam te staan van Avgoestyn Volosjyn. De nieuwe naam van het gebied werd Karpato-Oekraïne, met een duidelijke verwijzing naar de Oekraïense culturele oriëntatie van de plaatselijke regering, die wat dat betreft het pleit had gewonnen boven de andere Roetheense oriëntaties. Het Oekraïens werd ook de officiële taal van Karpato-Oekraïne.

Behalve Duitsland had echter ook Hongarije nog territoriale aanspraken op Tsjecho-Slowaaks gebied. Deze waren in München blijven liggen, maar werden op 2 november 1938 alsnog voor een belangrijk deel ingewilligd: Duitsland en Italië wezen de zuidelijke grensstrook bij de Eerste Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen toe aan Hongarije. Daartoe behoorde ook twintig procent van Roethenië, het dichtstbevolkte en vruchtbaarste zuidwestelijke gedeelte, inclusief de hoofdstad Oezjhorod. De regering van Karpato-Oekraïne week uit naar Choest. Toen Tsjecho-Slowakije in maart 1939 door de manipulaties van nazi-Duitsland uiteenviel, riep Volosjyn op 15 maart de onafhankelijkheid van de Republiek Karpato-Oekraïne uit. Een dag later kwam er, na de inval van Hongaarse troepen, echter alweer een einde aan deze onafhankelijkheid, en nog een dag later werd Choest door de Hongaren ingenomen en bereikten de Hongaren de Poolse grens. Hitler had al eerder uitgemaakt dat Roethenië bij de liquidatie van Tsjecho-Slowakije naar Hongarije zou gaan. De republiek Karpato-Oekraïne wordt vaak beschouwd als de kortstondigste onafhankelijke staat aller tijden (24 uur).

De Tweede Wereldoorlog en daarna[bewerken]

In maart 1944 werd Hongarije, dat weliswaar ook daarvoor al tot de asmogendheden behoorde, door Duitsland bezet. Voor Roethenië betekende dat het begin van de vernietiging van de omvangrijke joodse gemeenschap (die in een stad als Moekatsjeve zelfs de meerderheid van de bevolking uitmaakte). Onder Eichmann werden vrijwel alle joden uit het gebied naar de concentratiekampen gedeporteerd en vermoord.

In oktober 1944 verscheen het Rode Leger in het gebied: op 29 oktober hadden ze het geheel in handen. Vanaf 13 november werden 30.000 à 40.000 Hongaarse inwoners van het gebied naar strafkampen afgevoerd, waaruit de meerderheid niet terugkeerde. De bevolkingssamenstelling van het gebied was daarmee in enkele jaren grondig gewijzigd. De Sovjet-Unie had groot strategisch belang bij het gebied, waarlangs satellietstaten als Hongarije en Tsjecho-Slowakije gemakkelijk bereikbaar werden. Het werd dan ook geannexeerd: op 29 juni 1945 ondertekenden de USSR en Tsjecho-Slowakije hierover een akkoord en op 22 januari 1946 werd het ingedeeld bij de Oekraïense SSR.

Toen deze unierepubliek zich in 1991 van de USSR losmaakte, veranderde de staatkundige stand van zaken voor het laatst: de oblast Transkarpatië (Zakarpattija) werd onderdeel van de onafhankelijke republiek Oekraïne.

1rightarrow blue.svg Zie Oblast Transkarpatië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.