Kasteel van Crèvecœur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De ruïnes van Crèvecœur

De ruïnes van het Kasteel van Crèvecœur bevinden zich te Bouvignes-sur-Meuse, een deel van de Belgische stad Dinant (provincie Namen). Momenteel is het kasteel eigendom van het Waals Gewest. Het ruïneveld kan het hele jaar vrij bezocht worden op eigen risico.

Geschiedenis[bewerken]

Reeds op het einde van de 11e eeuw liet Godfried van Namen een vesting bouwen te Bouvignes. In 1176 liet zijn zoon Hendrik de Blinde er zware muren omheen bouwen. In 1230 werden 16 verdedigingstorens tegen deze muren aan gebouwd, en in 1320 ten slotte werd op een aparte rots de toren van Crèvecœur opgetrokken.

Het kasteel speelde een grote rol in de oude vete tussen Bouvignes en Dinant. Na heel wat ruzies, belegeringen en gevechten, was beide steden hetzelfde lot beschoren: in 1554 werden ze geplunderd door de Franse soldaten van koning Hendrik II. Ook het kasteel van Crèvecœur bood hardnekkig weerstand tegen het Franse leger. Er bleven sindsdien enkel ruïnes van over.

Crèvecoeur2.jpg

Een 'hartverscheurende' legende[bewerken]

In de strijd tegen Hendrik II zouden drie ridders, waaronder de heldhaftige Pierre Harroy, het kasteel tot het uiterste verdedigd hebben, wetende dat hun echtgenoten in de burchttoren angstig toekeken. Maar de drie helden sneuvelden in de strijd. Daarop grepen hun dappere vrouwen zelf naar de wapens en wierpen zich met de moed der wanhoop in de strijd. Maar het was tevergeefs. Toen zij zagen dat alles verloren was verschansten de Dames van Crèvecoeur zich in de burchttoren. Zij trokken lange, witte gewaden aan, klommen op de borstwering, en sprongen hand in hand en zonder verpinken naar beneden. Dit hart-verscheurende verhaal verleende aan het kasteel de naam waarmee het de geschiedenis ingegaan is.

Zie ook[bewerken]