Kasteel van Le Plessis-Bourré

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel van Le Plessis-Bourré

Het kasteel van Plessis-Bourré (Frans: Château du Plessis-Bourré) is gelegen in de gemeente Écuillé (departement Maine-et-Loire). Het bevindt zich op een afstand van 15 km ten noorden van Angers, halverwege de valleien van de Mayenne en de Sarthe. Dit kasteel is merkwaardig te noemen doordat het maar enkele veranderingen heeft ondergaan aan de buitenbouw sinds de opbouw ervan meer dan vier eeuwen geleden.

Geschiedenis[bewerken]

Jan Bourré heeft het domein aangekocht dat tot 26 november 1462 eigendom was van de familie Saint-Maure. In de periode van 1468 tot 1473 heeft hij het kasteel - zoals we het nu kennen – laten bouwen op dat grondgebied. Jan Bourré (1426 – 1506) was minister van Financiën en de rechterhand van koning Lodewijk XI van Frankrijk. Later werd Karel Bourré kamerheer van de koning en tevens eigenaar van de gebieden Vaux en Beaumont.

Het kasteel werd door twee Franse koningen in de 15e eeuw bezocht, namelijk:

  • Lodewijk XI, 17 april 1473, tijdens een pelgrimstocht in Notre Dame te Béhuard.
  • Karel VIII, 10 juni 1487, vergezeld door zijn oudste zus, regent Anna van Beaujeu.

In 1751 werd het kasteel gekocht door de familie van Ruillé; 43 jaar later, in 1794, werd Jan-Guilluame Rouillé vermoord. In 1850 stond het kasteel te koop, maar niemand wilde het kopen en het kasteel dreigde plaats te maken voor een steengroeve. Heerser Avenant, notaris in Angers, was bekommerd om het behoud kocht het in 1851.

In 1911 werd het kasteel gekocht door Henri Vaïsse, neef van Claude-Marius Vaisse, perfect en senator van Lyon onder het Tweede Keizerrijk, beter bekend als “Houssmann Lyonnais”. Bij het overlijden van Henri Vaïsse liet hij het kasteel na aan zijn neef François Reille-Soult, hertog van Dalmatië, afgevaardigde van het departement van de Tarn, die het toegankelijk maakte voor het publiek en een rondleiding uitstippelde.

Het kasteel is vandaag de dag nog steeds in handen van de nakomelingen van François Reille-Soult van Dalmatië. Daarnaast staat het kasteel genoteerd als historisch monument met zijn watergedeelte, slotgrachten en de lanen, vastgelegd op 1 juni 1931.

Architectuur[bewerken]

De gecreëerde ruimte rond het kasteel herschept de illusie dat het kasteel uit de omringende wateren oprijst. Door zijn brede grachten is er een sterke brug van 44 m nodig om die te kunnen overkoepelen; daarnaast beschikt het kasteel nog over een dubbele ophaalbrug, een donjon en een omringend pad, kortom dit is niet alleen een vestiging maar tegelijkertijd een aangename verblijfplaats. Deze opbouw zorgt voor de goede kwaliteit van het kasteel namelijk de overgang die het heeft gekend bij het opkomen van de renaissance (hoge glasramen, grote woonkamers…) met behoud van de kenmerken van het fort (vier indrukwekkende torens, slotgrachten, ophaalbruggen en een omringend pad). Het bijzondere aan de architectuur is dat de slotgrachten niet onmiddellijk in contact staan met de muren van het fort, een klein terras met een breedte van 3 m maakt het de artilleristen mogelijk om rond het kasteel te lopen.

Geklasseerde objecten[bewerken]

Het kasteel beschikt ook over meesterwerken, wandtapijten, schilderijen, houtwerk en meubels. Het cassetteplafond van de beveiligingskamer bestaat uit 24 schilderijen, maar de maker van het cassetteplafond is helaas onbekend. Van alle werken zijn er 6 werken die elk een zeshoek bevatten. Van alle werken geven 16 werken een portret weer van alchimisten in die tijd, gebaseerd op 3 grote principes namelijk kwik, zwavel en zout. De 8 andere werken geven fictieve beelden weer en zijn van kwade en onverschillige geest. De dapperheid zoals het laten verdwijnen van de werken in de 18e eeuw:

  • Blik van de gastheren
  • Een pijnlijke maagd in polychroom hout
  • Twee Vlaamse wandtapijten gebaseerd op de handelingen van de apostelen. Een wandtapijt van een martelaar van de heilige Etienne
  • Een portret van Jan Bourré in 1461 en een portret van Margriet van Feschal, zijn vrouw, een portret van Charles Bourré geschilderd in de 17e eeuw.
  • Twee natuurlijke doden getekend van Quentin van de Toren
  • De talrijke meubels zijn ook in waarde geklasseerd.

Een alchemistisch verblijf?[bewerken]

In 1945 publiceerde Eugène Canseliet ‘deux logis alchimiques, en marge de la science et de l’histoire’ die ‘les demeure philosophales’ van Fulcanelli doortrokken en waarin hij vermeldde dat het kasteel van Plessis-Bourré met alchemistische en esoterische symbolen was uitgedost. Maar er is geen enkel historisch element dat deze interpretatie beaamt en het is slechts in de 18e eeuw dat de monumenten en kunstwerken een alchemistisch symbool bevatten.