Katapult

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Onager, een type katapult.

De katapult is een artilleriewapen uit de Oudheid dat gebruik maakt van mechanische energie om projectielen weg te schieten. De katapult werd uitgevonden in het Oude Griekenland.

Er zijn verschillende soorten katapulten, die in twee hoofdgroepen te verdelen zijn: het eenarmige krombaangeschut en het tweearmige vlakbaangeschut. Deze kunnen weer onderverdeeld worden in spanwapens, torsiewapens en slingerwapens. De meeste katapulten schieten pijlen of stenen af, maar soms werden ook brandkruiken of vuurballen gebruikt als projectiel; deze bestaan uit 'Grieks vuur', salpeter, zwavel en andere brandbare bestanddelen. Andere munitie die kan worden gebruikt zijn metalen kogels, kadavers (om ziekten over te brengen) of zelfs krijgsgevangenen (ter demoralisatie).

Geschiedenis[bewerken]

Verdediging van Syracuse door de katapulten van Archimedes.

Belegeringswapens bestonden in de klassieke oudheid al. In de 8e eeuw v.Chr. zou koning Uzzia volgens het boek Kronieken al katapulten op de muren van Jeruzalem hebben laten plaatsen.[1] Deze bewering is echter twijfelachtig; vermoedelijk is deze zin in de 4e eeuw v.Chr. toegevoegd omdat dit boek waarschijnlijk pas tussen 350-300 v.Chr. werd geschreven.[2] Volgens Jaïnateksten zou koning Ajatasattu van het Magadha-rijk in Zuid-Azië in de 5e eeuw v.Chr. in zijn strijd tegen het koninkrijk Licchavi een steenwerpende katapult hebben ingezet.[3] Ook deze vermelding is vrijwel zeker een anachronisme.[4]

De eerste katapulten verschenen rond 400 v.Chr.[5] De eerste wapens waren nog gebaseerd op de handboog, maar al snel verschenen de eerste torsiekatapulten. Dankzij Griekse wetenschappers als Pythagoras en vooral Archimedes werden in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling technisch zeer vooruitstrevende belegeringswapens ontwikkeld. Polyidus van Thessalië en zijn leerling Diades ontwikkelden voor Philippus II van Macedonië en zijn zoon Alexander de Grote allerlei belegeringsmachines, waaronder de helepolis ("innemer van steden"), een gigantische gepantserde belegeringstoren met 20 ingebouwde katapulten. Tijdens het beleg van Tyrus in 332 v.Chr. gebruikte Alexander de Grote op schepen gemonteerde katapulten om met veel succes wespennesten en manden met gifslangen op vijandige schepen te slingeren.[5] Ktesibios van Alexandrië experimenteerde met pneumatisch geschut en metalen veren. Omdat in die tijd de kwaliteit van de luchtafdichtingen en het verenstaal nog niet goed genoeg waren had hij hiermee weinig succes.[6] Tijdens het beleg van Syracuse (214-212 v.Chr.) door het leger van de Romeinse Republiek wist de Griekse stad dankzij een groot aantal vernuftige verdedigingswapens van Archimedes de Romeinen jarenlang op afstand te houden. De torsieveren en spanbogen van torsiewapens waren erg gevoelig voor vocht en hadden veel specialistisch onderhoud nodig. Er waren deskundigen nodig om de wapens goed af te stellen en van de kwetsbare torsiepezen moest altijd een voorraad worden aangehouden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat na de ondergang van het West-Romeinse Rijk in 476 deze technisch hoogstaande torsiewapens grotendeels uit Europa verdwenen.[7] In de middeleeuwen werd weer het eenvoudiger spangeschut gebruikt, zoals de lepelblijde.

Al voor het begin van onze jaartelling bestonden in het oude China trekslingerkatapulten: in de teksten van de Chinees filosoof Mozi uit de 4e eeuw v.Chr. wordt een dergelijk apparaat beschreven.[8] In China bestonden vele verschillende slingerarmkatapulten, waaronder de Sijiao Pao 四 脚 砲 "viervoetige katapult", Hudun Pao 虎 蹲 砲 "ineengedoken tijger katapult" en Xuanfeng Pao 旋风砲 "wervelwindkatapult".[5] Dit soort wapens verschenen vanaf de 6e eeuw ook in het westen.[7] In zijn Strategikon uit de 6e eeuw schrijft de Byzantijnse keizer Mauricius over een slingerkatapult, een "naar twee kanten draaiende ballista".[9]

De wetenschap in de middeleeuwse islamitische wereld was in de vroege middeleeuwen veel hoger ontwikkeld dan in Europa. Tijdens de kruistochten kwamen de Europese legers tegenover dichtbevolkte en goed verdedigde steden als Antiochië, Jeruzalem en Constantinopel te staan en ze kwamen er al snel achter dat de oorlogsmachines van de Saracenen veel effectiever waren dan hun eigen wapens. Tijdens het beleg van Tyrus in 1124 zagen de kruisvaarders dat de belegerden hun afstandswapens veel effectiever gebruikten dan zijzelf. Ze riepen de hulp in van de Armeniër Havedik uit Antiochië, die de kennis had om hun wapens om te bouwen en optimaal af te stellen, waardoor deze net zo krachtig en nauwkeurig werden als die van hun tegenstanders.[10] Deze kennis werd meegenomen naar huis, waar die hard nodig was vanwege de radicale transformatie van vestingwerken in de vroege middeleeuwen. Palissades en donjons waren vervangen door vrijwel onneembare stenen forten en kastelen. Samen met een hernieuwde kennismaking met de militaire technologie uit de oudheid en een toename van conflicten tussen de Europese heersers leidde de opgedane kennis uit het het Heilige Land in de 12e eeuw tot een opleving van de belegeringsoorlogvoering, die door alle innovaties een gecompliceerde operatie was geworden. Tijdens het beleg van Ascalon in 1153 konden de kruisvaarders hun nieuw opgedane kennis met succes in praktijk brengen.[10]

Spankatapulten[bewerken]

Lepelblijde
1rightarrow blue.svg Zie Spangeschut voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De eerste katapulten bestonden uit spangeschut; op de handboog gebaseerde artilleriewapens die hun schietenergie halen uit de spanning van de boogarm.

Volgens de Griekse historicus Diodoros van Sicilië kocht tiran Dionysios I van Syracuse wapenexperts weg bij de Grieken, Romeinen en Carthagers om voor hem nieuwe wapens te ontwikkelen. Deze ontwikkelden voor hem de katapeltikon, een pijlenschietende katapult.[11] Deze katapeltikon was waarschijnlijk een variatie op de gastraphetes (γαστραφέτης, "buikwerper"), een grote kruisboog die tegen de buik wordt aangespannen. Deze eerste katapulten waren op een houten voet gemonteerd en richtten tijdens Dionysios' beleg van Motya in 398 v.Chr. een grote slachting aan onder de soldaten van de Carthaagse generaal Himilco.[11]

In Griekenland werd rond 375 v.Chr. de oxybeles (Οξυβόλος, "pijlschieter") uitgevonden.[12] De oxybeles is een grote composietboog die op een houten onderstel is gemonteerd. De boogpees wordt met een lier naar achter getrokken. Behalve pijlen kan dit wapen ook stenen afschieten. Deze artilleriewapens werden door Alexander de Grote gebruikt tijdens zijn beroemde veroveringstochten in Azië en Afrika.[12]

In het oude China ontwikkelde men de Chuangzi-Nu, voluit Sangong Chuangzi-Nu 三弓床子弩 (vrij vertaald "driebogige kruisboog met onderliggend bed"), een kruisboog met drie composietbogen op een houten onderstel. De boogpees uit één stuk liep met kleine bronzen katrollen over alle drie de bogen.

In de middeleeuwen gebruikte men de arcuballista, een grote kruisboog op een houten onderstel. Een ander middeleeuws boogwapen was de lepelblijde, een groot boogwapen met een arm met een grote lepelvormige houder waarmee meerdere projectielen tegelijk konden worden weggeschoten. De boog werd met behulp van een windas op spanning getrokken. De laatste jaren wordt echter betwijfeld of dit wapen in de middeleeuwen ooit is gebruikt. Moderne reconstructies bleken namelijk bijzonder ineffectief.

Torsiekatapulten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Torsiegeschut voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Ballista

Spangeschut werd opgevolgd door het veel krachtiger torsiegeschut; katapulten die hun schietenergie halen uit het torsiemoment dat optreedt bij het in elkaar draaien van pezenbundels en de hierbij optredende elastische deformatie van het spanraam. De torsieveren in torsiegeschut bestaan uit windingen van pezen. De houten boogarm wordt door de peeswindingen gestoken en als de arm dan naar achter wordt getrokken brengt het torsiemoment van de getordeerde pezen de katapultarm op spanning. De pezenbundels bestonden meestal uit dierenpezen, maar ook het gebruik van darmen of in olie gedrenkte paarden- of vrouwenharen kwam voor.[13]

Rond 340 v.Chr.[12] werden in Griekenland de eerste torsie-artilleriewapens uitgevonden. Vroege torsie-katapulten zijn de euthytone en palintone. Tot in de late republiek was de rol van artillerie in het Romeins leger zeer beperkt. Pas ten tijde van Julius Caesar begon artillerie een belangrijke plaats in het leger in te nemen. Caesar zette tijdens het Beleg van Alesia in 52 v.Chr. katapulten in[14] en in de tijd van Augustus was artillerie volledig in het Romeins leger geïntegreerd. De belangrijkste Romeinse katapulten waren de pijlwerpende ballista en steenwerpende onager. In de Joodse oorlog zette Vespasianus tijdens het beleg van Jotapata in het jaar 67 maar liefst 160 katapulten in. Onder dit artilleriegeweld werden de Joodse verdedigers niet alleen van de stadsmuren verdreven maar ook van de gronden achter de muren.[14]

Kort voor het begin van onze jaartelling bouwden de Romeinen een compactere versie van de ballista; dit was de scorpion, die in De architectura ("Over architectuur", circa 15 v.Chr.) door de Romeinse ingenieur Vitruvius gedetailleerd wordt beschreven.[15] De scorpion was zeer krachtig en accuraat, maar was vanwege het massieve spanraam met slechts een klein pijlgat moeilijk te richten. In de 1e eeuw beschrijft Heron van Alexandrië in zijn Belopoeica ("oorlogsmachines") de cheiroballistra of manuballista; een vrijwel geheel uit metaal bestaande nog compactere versie van de scorpion. Vanwege de metalen onderdelen, die veel dunner kunnen zijn dan even sterke houten onderdelen, heeft de schutter een groot zichtveld en kan hij gemakkelijker richten. In de tijd van Trajanus zou dit de standaardballista in de Romeinse legioenen worden.[6]

Slingerkatapulten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Slingerarm voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Trebuchet

De slingerarm of slingerblijde is gebaseerd op de stafslinger (Latijn: fustibalus), die weer is gebaseerd op het oeroude projectiel-handwapen de slinger. Slingerarmen werken volgens het hefboomprincipe; een kleine kracht in combinatie met een grote beweging wordt omgezet in een kleine beweging met een grote kracht.

De slingerarmkatapulten vonden vanuit China hun weg naar het westen, waar de eerste machines door het Byzantijnse Rijk werden gebruikt. Een bekende vroege slingerkatapult is de 11e-eeuwse pierrière, die met 6 tot 8 trekkrachten projectielen tot circa 10 kg tot 60 meter weg kan slingeren. De bricole uit de 12e eeuw heeft een contragewicht, waardoor deze veel krachtiger is. Een bricole kan projectielen van 30 kg tot 80 meter wegslingeren, maar heeft ook meer mankracht (20 man) nodig om het zware contragewicht naar beneden te trekken. De nog zwaardere mangonel (Middeleeuws Latijn manganellus, van Latijn manganum, van Grieks mànganon "slingermachine") stamt ook uit de 12e eeuw en kan projectielen van 100 kg wegslingeren. Een dergelijk belegeringswapen dat steenkogels van 185 kilogram wegslingerde werd in 1218 gebruikt bij de belegering van Damietta.[16]

De trebuchet is een nog zwaardere slingerkatapult met een contragewicht van enkele tot bijna twintig ton, die niet door mankracht maar door de zwaartekracht wordt aangedreven. Een trebuchet kan makkelijk projectielen van 100 kg honderden meters wegslingeren, maar sommige zeer grote trebuchets konden rotsblokken van meer dan duizend kilogram wegslingeren.[16]

Na de ontdekking van het buskruit in de late middeleeuwen werden katapulten als artilleriewapens geheel vervangen door vuurwapens.

Moderne tijd[bewerken]

Granaatwerpende katapult tijdens de Eerste wereldoorlog.

Heden worden katapulten niet meer als artilleriewapen gebruikt, maar er bestaan nog wel militaire toepassingen voor de katapult. Verder worden katapulten als speelgoed en sportartikel gebruikt.

Militair gebruik[bewerken]

In de Eerste Wereldoorlog werd de katapult gebruikt om granaten naar de vijandelijke loopgraven te schieten.

In de Tweede Wereldoorlog lanceerden de Duitsers V1 'vliegende bommen' (onbemande straalvliegtuigen) met behulp van een pneumatische katapultinstallatie.

Op vliegdekschepen worden op stoomkracht werkende katapulten gebruikt om vertrekkende vliegtuigen te versnellen tijdens de start. Elektromagnetische katapulten voor dit doel zijn in ontwikkeling.

Speelgoed[bewerken]

Speelgoedkatapult

Tegenwoordig is een katapult ook een speelgoedwapen, bestaande uit twee armen waartussen een elastiek is opgehangen waarin zich een leertje bevindt; hiermee kunnen steentjes of meer specifiek daarvoor bedoelde projectielen zoals ronde stalen kogels worden weggeschoten.

Hoewel soms als speelgoed beschouwd, kan een krachtige katapult voorwerpen met een grote kinetische energie wegschieten en ernstig letsel veroorzaken. Dit soort katapulten, alsook slingers, vallen in Nederland onder de verboden wapens (Wet wapens en munitie artikel 2, ten 6e). Na de laatste wapenwetaanpassingen is het in België een vrij verkrijgbaar wapen en dus niet meer verboden.

Sport[bewerken]

  • Schietsport - Bij kleiduivenschieten wordt een katapult gebruikt, om de kleiduiven (ronde uit gedroogde klei bestaande schijven) door de lucht te schieten zodat men daarop kan schieten.
  • Katapultcompetitie - In verschillende landen is er een katapultcompetitie. Er wordt, in België en Italië, met glazen knikkers geschoten op doelen die op 10 meter opgesteld staan. In Spanje en Tsjechië gebruikt men respectievelijk stalen en loden balletjes.
  • Visserij - Sportvissers gebruiken soms een katapult om vissen te voeren. Het gebruik in Nederland is juridisch omstreden (is het een speelgoed of een wapen).[17]

Etymologie[bewerken]

Het woord katapult komt van Latijnse catapulta, dat weer is gebaseerd op het Griekse καταπέλτης (katapeltēs), een verbinding van de woorden κατά (kata) "neer" en πάλλω (pallō) "werpen". Een verouderd woord voor katapult is blijde: het Middelnederlandse woord blijde komt van het Middeleeuws Latijnse woord blida "katapult", van Latijn ballista, van Grieks βαλλίστρα ballistra, afgeleid van βάλλω ballō, "gooien".

Nomenclatuur[bewerken]

De naamgeving van de verschillende katapulten is niet eenduidend, waardoor er vaak verwarring is over wat voor soort katapult bedoeld wordt.

Vooral de ballista en hiervan afgeleide varianten zorgen voor veel problemen. De middeleeuwse arcuballista was een grote belegeringskruisboog op een houten onderstel; deze werd ook vaak ballista genoemd. Hoewel ze niet op elkaar lijken worden de scorpion en cheiroballistra heel vaak door elkaar gehaald. Ammianus vermeldt dat de onager vroeger ook wel scorpion werd genoemd.[18] De mobiele variant van de compacte ballista heet de carroballista, maar zware boogwapens zoals de lepelblijde worden soms ook carroballista genoemd als ze op wielen staan. De lepelblijde is een geval apart: de laatste jaren wordt betwijfeld of de moderne replica's van dit wapen ooit in deze vorm hebben bestaan. Mogelijk was de lepelblijde geen spanboogkatapult, maar een onager met lepelarm of een hybride torsie-slingerarmkatapult.

Steenwerpende katapulten werden vaak lithobolos (Grieks: λιθοβόλος) of petrobolos (πετροβόλος) genoemd, maar hier konden allerlei soorten katapulten mee bedoeld worden. De petroboloi waarmee de Phocische generaal Onomarchus tijdens de Derde Heilige Oorlog in 353 v.Chr. de Falanx van Philippus II van Macedonië versloeg waren mogelijk oxybelai.[19] Tijdens het beleg van Halicarnassus in 334 v.Chr. en het beleg van Tyrus in 332 v.Chr. zette Alexander de Grote lithoboloi in; dit waren palintones, Griekse steenwerpende ballista's. De 50 petroboloi die de Avaren en Slaven in 597 inzetten bij de belegering van Thessaloniki waren weer geheel andere katapulten, namelijk trekslingerarmkatapulten, vergelijkbaar met de 11e eeuwse pierrières.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Oude Testament, 2 Kronieken 26:15, Statenbijbel op Statenvertaling.net
  2. (en) Steven L. McKenzie, Abingdon Old Testament Commentaries: I & II Chronicles (Nashville 2004), p. 32. ISBN 978-0687007509
  3. (en) Upinder Singh, A History of Ancient and Early Medieval India: From the Stone Age to the 12th Century. (Noida 2008) p. 272. ISBN 978-8131711200
  4. (en) Hartmut Scharfe, The state in Indian Tradition (Leiden 1989) p. 197. ISBN 978-9004090606
  5. a b c (en) William Gurstelle, The art of the catapult (Chicago 2004) pp. 17, 21, 27, 58-59. ISBN 1-55652-526-5
  6. a b (en) Eric William Marsden, Greek and Roman artillery: technical treatises (Oxford 1971) pp. 153, 209. ISBN 9780198142690
  7. a b (en) Peter Purton, A history of the early medieval siege c.450-1220 (Woodbridge 2009) pp. 9, 36, 365. ISBN 978-1-84383-448-9
  8. Mozi, Mozi, hoofdstuk 14
  9. Mauricius, Strategikon, boek XII, B 6
  10. a b Willem van Tyrus, Historiën, 13.10, 17.27
  11. a b Diodoros van Sicilië, Bibliotheca historica, boek XIV 42.1, 50.4
  12. a b c (en) Jeff Kinard, Artillery: An Illustrated History of Its Impact (Santa Barbara 2007) pp. 3, 8. ISBN 978-1851095568
  13. (en) Ivy A. Corfis, Michael Wolfe, The Medieval City Under Siege (Woodbridge 1999) p. 141. ISBN 978-0851157566
  14. a b (en) Paul Bentley Kern, Ancient Siege Warfare (Bloomington 1999) pp. 299, 311. ISBN 978-0253335463
  15. Vitruvius, De architectura, boek 10, hoofdstuk 10. Engelse vertaling bij Gutenberg.org
  16. a b (en) Paul E. Chevedden, The Invention of the Counterweight Trebuchet: A Study in Cultural Diffusion, in Dumbarton Oaks Papers, No. 54 (Washington D.C. 2000) p. 75
  17. Strafzaak katapult, Sportvisserij Nederland, 9 januari 2009
  18. Ammianus, Res Gestae, XXIII 4.4
  19. (en) James R. Ashley, The Macedonian Empire (Jefferson 2004) p. 119 ISBN 9780786419180