Kathedraal van Otranto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kathedraal van Otranto
Kathedraal van de Hemelvaart van Maria
Kathedraal van de Hemelvaart van Maria
Plaats Otranto
Denominatie Rooms-katholieke Kerk
Coördinaten 40° 9′ NB, 18° 29′ OL
Gebouwd in 1068-1188
Gewijd aan Maria-Tenhemelopneming
Titelkerk
Aartsbisdom Otranto
Otranto cathedral frontside detail.jpg
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Kathedraal van Otranto of de Annunciatiekathedraal (Italiaans: Santa Maria Annunziata) is de meest belangrijke kerk in de Zuid-Italiaanse stad Otranto (regio Apulië). In de kathedraal worden de resten bewaard van meer dan 800 christenen die door de Turkse grootvizier Gedik Ahmed Pasja werden onthoofd nadat zij weigerden zich te laten bekeren tot de islam.

Geschiedenis[bewerken]

De kathedraal werd gebouwd op de ruïnes van een romeins huis en een eerste christelijk heiligdom. Met deze werkzaamheden werd begonnen in 1068. De wijdingsplechtigheid van de kerk vond op 1 augustus 1088 plaats tijdens het pontificaat van paus Urbanus II. De kerk is opgedragen aan de [Tenhemelopneming van Maria] en is 54 meter lang en 25 meter breed. De kathedraal heeft byzantijnse, vroegchristelijke en romaanse invloeden.

De martelaren[bewerken]

De kathedraal speelde eveneens een rol bij de tragische gebeurtenissen rond de Turkse bezetting van de stad in 1480. Na een mislukte aanval op Rhodos verlegde Mehmet II zijn aspiraties naar de verovering van de hoofdstad van het christendom. In 1480 doken voor de kust van Apulië de schepen van de Turkse vloot op. De zuidoostelijke stad Otranto was met 6000 inwoners destijds een belangrijke havenstad tussen Oost en West en vormde een bruggehoofd naar Rome, het uiteindelijke doel van de veroveringstocht. Na 15 dagen belegering wisten de Turken een bres te slaan in de verdedigingsmuur. De admiraal Gedik Ahmed Pasja verordonneerde alle mannelijke bewoners boven 15 jaar om te brengen en de vrouwen en kinderen als slaaf in te schepen, maar een deel van de bevolking wist echter te ontkomen. Bijzonder wreed was de dood van de commandant van de verdedigingskrachten: hij werd van boven naar beneden doormidden gezaagd. De aartsbisschop Stefano Pendinelli liep de Turkse belagers vanuit de kathedraal tegemoet en smeekte de aanvallers om de mensen die zich verscholen in de kathedraal te sparen. Hem werd echter de keel doorgesneden en zijn hoofd werd als trofee in de stad rondgedragen. Gedik Ahmed Pasja eiste aan de christenen in de kathedraal zich tot de islam te bekeren, hiervoor kregen ze een nacht bedenktijd. Op 12 augustus lieten de christenen weten dat niemand van plan was zijn geloof in te ruilen voor de islam. Daarop gaf de Turkse krijgsheer het bevel allen te ketenen en de kathedraal in een stal te veranderen. Op 14 augustus gaf hij tenslotte opdracht alle gevangenen op een heuvel buiten de stad onthoofden. Op de heuvel waar zij werden onthoofd, verrees later de Kerk van de Heilige Maria van de Martelaren. In totaal werden er 17.000 mensen in de stad en omgeving afgeslacht.

Dertien maanden later lukte het Alfons II van Napels om de stad te bevrijden van de bezetter. Op 13 oktober 1481 werd het massagraf van de onthoofde slachtoffers gevonden. Hun lichamen vertoonden toen echter nog geen ontbindingsverschijnselen. De lichamen werden daarna naar de kathedraal gebracht. Vanaf 1485 werden ook delen van de martelaren naar andere kerken in Italië gebracht. Paus Clemens XIV verklaarde de martelaren in 1771 zalig en stond de verering van hen in Otranto toe. Sindsdien zijn ze de schutspatronen van zowel de stad als het aartsbisdom. Op 6 juli 2007 werden de slachtoffers door de rooms-katholieke kerk als martelaren van het geloof erkend gevolgd door de heiligverklaring door paus Benedictus XVI op 20 december 2012[1].

In de kapel van de kathedraal en de apsis bevinden zich zeven kasten met daarin de onthoofde schedels en botten van de martelaren.

Het vloermozaïek[bewerken]

De kerk heeft over een lengte van 54 meter en een breedte van 28 meter een vloermozaïek dat zich laat lezen als een immens boek. Het betreft een werk uit het jaar 1166 dat in opdracht van de bisschop tot stand kwam onder leiding van de monnik Pantaleone, die leiding gaf aan de kunstwerkplaats van Otranto. Het mozaïek vertelt over legenden, maar ook over het dagelijks leven van heiligen en scenes uit de Bijbel. Om het meesterwerk te kunnen maken waren er ongeveer 600.000 tegels nodig.

De Byzantijnse crypte[bewerken]

De crypte dateert uit de 11e eeuw. De fraaie kapitelen zijn voorzien van verschillende dorische, ionische en korinthische stijlen. Moderne restauraties hebben de barokke veranderingen uit de 18e eeuw ongedaan gemaakt. (In de zomer van 2013 is de crypte niet toegankelijk wegens restauratiewerkzaamheden.)

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties