Katholicisme in China

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het katholicisme in de Volksrepubliek China heeft meer dan 10 miljoen leden. Katholieken zijn er in China sinds de (westerse) middeleeuwen. Enkel de Chinese Katholieke Patriottische Vereniging wordt op het Chinese Vasteland door het communistisch regime erkend en telt circa 4 miljoen leden. De ondergrondse katholieke gemeenschappen in China hebben circa 12 miljoen leden.

Het katholicisme in Taiwan (de Republiek China) heeft meer dan zevenhonderd priesters en twaalfhonderd nonnen. 1,5% van de bevolking van de Republiek is Rooms-katholiek. Het land is verdeeld in acht bisdommen, verspreid over de provincies Taiwan, Fujian en Zhejiang. Republiek China (Taiwan) en Vaticaanstad erkennen elkaar wederzijds en de twee staten hebben nauwe diplomatieke banden. In Republiek China (Taiwan), Hongkong en Macau is de Rooms-katholieke kerk een legale organisatie in tegenstelling tot op het Chinese Vasteland waar zij als illegaal wordt gezien.

Het katholicisme in Hongkong had in 2011 363.000 leden, 51 kerken en ongeveer 300 mensen die behoren tot de katholieke geestelijkheid.[1] De kerk heeft veel scholen en faciliteiten voor hulpbehoevenden opgericht. Het lokale nieuwsblad Kung Kao Po is van katholieke signatuur. Tot 1841 behoorde Hongkong tot het bisdom van Macau. In 1841 werd het bisdom Hongkong opgericht.

Het katholicisme in Macau heeft ruim 18.000 leden, waarvan een groot deel van Portugese afkomst is. De kerk werd in 1576 opgericht. Jaarlijks worden er processies gehouden, zoals die ook in Portugal worden georganiseerd.

China maakte in de 7e eeuw voor het eerst kennis met het christendom onder de vorm van het nestorianisme. Eind 13e eeuw verkondigden franciscanen het katholieke geloof. In de 16e eeuw konden de jezuïeten een basis leggen waarop de latere missie kon voortbouwen. In 1583 kwamen Michele Ruggieri en Matteo Ricci aan in China en werden door het keizerlijk hof te Peking in 1600 als geleerden aanvaard. Tot 1838 werkten jezuïeten en lazaristen aan het Bureau voor Astronomie.

In de 17e en 18e eeuw ontstond een langdurig meningsverschil tussen de jezuïeten en andere ordes, zoals die der dominicanen en franciscanen over de vraag of het al of niet toegelaten of wenselijk was in missiegebieden bepaalde westerse kerkelijke rituelen aan te passen aan plaatselijke en landelijke gewoontes (de zogenaamde ritenstrijd). De jezuïeten waren vóór aanpassing maar werden in 1742 door paus Benedictus XIV met de bul Ex quo singulari in het ongelijk gesteld.

Tijdens de Bokseropstand (1899 - 1901) vonden veel christenen de dood, waaronder de Nijmeegse bisschop Ferdinand Hamer.

20e eeuw[bewerken]

Celso Benigno Luigi Costantini

In de jaren 20 van de 20e eeuw zocht het Vaticaan toenadering tot China, waarbij bisschop Celso Benigno Luigi Costantini aangesteld werd als vertegenwoordiger. In 1926 wijdde Paus Pius XI zelf te Rome de eerste zes Chinese bisschoppen.

In 1943 besloot de regering in China diplomatieke betrekkingen aan te gaan met het Vaticaan, gevolgd door de benoeming van een pauselijke nuntius in 1946, Antonio Riberi. De verspreiding van het katholieke geloof in China kwam in die periode in een stroomversnelling, waarop Pius XII in 1946 besloot meer structuur te brengen in de hiërarchie van de Kerk door de oprichting van 20 aartsbisdommen en 85 bisdommen. Tevens werd de aartsbisschop Thomas Tien Ken-sin tot eerste Chinese kardinaal gecreëerd tijdens het consistorie van 1946, waarbij hij overgeplaatst werd naar het aartsbisdom Peking. Door haar caritas in de Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937-1945) verwierf de Kerk algemene sympathie.

Onder het communistisch regime[bewerken]

Het communistisch regime onder leiding van Mao Zedong trachtte na de machtsovername in 1949, de Katholieke Kerk los te weken van Rome, hetgeen mislukte.

De Katholieke Kerk werd door de communisten bestempeld als een instrument van het westerse kapitalisme[2] en geestelijken werden naar heropvoedingskampen gestuurd om daar de leer van Karl Marx, Lenin en Mao te leren. Op grote schaal vonden er ook vervolgingen plaats van geestelijken en gelovigen.

Op 13 december 1950 lanceerden de communisten de 'Beweging van de drie zelf-s': "zich zelf onderhouden", "zich zelf besturen", "zich zelf verbreiden". 5000 missionarissen werden verdreven, bisschoppen, priesters en leken werden gevangengenomen of gedood. Zo verbleef de bisschop van Shanghai, Ignatius Kung Pin-Mei dertig jaar in de gevangenis.

Al in de encycliek Evangelii Praecones van 2 juni 1951 had Pius XII de vervolging onder de aandacht gebracht: “…en in onze tijd zijn er landen in het Verre Oosten die rood kleuren met het bloed van martelaren.”[3] Met de apostolische brief Cupimus Imprimis van 18 januari 1952 reageerde Pius opnieuw op deze aanvallen, gevolgd door de encycliek Ad Sinarum Gentum op 7 oktober 1954. In laatstgenoemde nam Pius XII stelling tegen de maoïstische stellingen met betrekking tot de Katholieke Kerk. Zo verwierp Pius het idee van China om te streven naar een geheel autonome kerk los van de moederkerk in Rome die ook een eigen interpretatie van het Evangelie voorstond.[4] Gelovigen werden opgeroepen weerstand te bieden aan bedriegers en daarbij een eventuele confrontatie niet te mijden.[5]

In 1957 werd de Beweging voor nationaal Chinees katholicisme opgericht en op 13 april 1958 begon men met onwettige bisschopswijdingen. Dit leidde ertoe dat Pius XII opnieuw een encycliek uitvaardigde: Ad Apostolorum Principis (29 juni 1958). Hierin nam hij stelling tegen de nationale Kerk en de benoemingen van de prelaten die tot stand waren gekomen zonder toestemming van het Vaticaan.[6]

Tijdens de Culturele Revolutie (begonnen in 1966) werden vele kerkgebouwen geplunderd en vernield.

21e eeuw[bewerken]

De basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van She Shan

In het begin van de 21e eeuw worden er diverse pogingen ondernomen om de relaties tussen de Volksrepubliek China en de Heilige Stoel te verbeteren.[7] In 2007 introduceerde paus Benedictus XVI de Wereldgebedsdag voor China op 24 mei, de dag dat de Katholieke Kerk het feest van Maria Hulp der Christenen viert. Onder deze titel wordt Maria immers bijzonder vereerd in China’s bekendste Mariaoord Sheshan, even buiten Shanghai. Sinds de paus de gebedsdag heeft ingesteld maakt het communistisch regime het de katholieken buitengewoon moeilijk om het heiligdom op de jaarlijkse bedevaart op die dag te bereiken. Op 27 mei 2007 schreef Benedictus XVI ook een brief aan de Chinese katholieken "om enkele richtlijnen aan te reiken voor het leven van de Kerk en de taak van de evangelisatie in China." [8] In mei 2009 werd de Chinese editie van de website van het Vaticaan vanuit China door het regime geblokkeerd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Statistics of the Diocese of Hong Kong As On August 31, 2011, Catholic Diocese of Hong Kong. Geraadpleegd 16 september 2013
  2. God and Caesar, pag. 91
  3. Evangelii Praecones, paragraaf 11
  4. Ad Sinarum Gentum, paragrafen 9-11
  5. Ad Sinarum Gentum, paragraaf 27
  6. Ad Apostolorum Principis, paragraaf 40
  7. China en Vaticaan groeien naar elkaar toe, Tertio, 10 augustus 2005
  8. Brief van Paus Benedictus XVI aan de Katholieke Kerk in de Volksrepubliek China, 27 mei 2007