Kees Broekman
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Cornelius (Kees) Broekman (De Lier, 2 juli 1927 - Berlijn, 8 november 1992) was een Nederlands schaatser. Broekman was de eerste langebaanschaatser die op de Viking-schaats van bedenker Jaap Havekotte schaatste.
Inhoud |
[bewerk] Biografie
Broekman kwam uit een gezin van elf kinderen. Hij was afkomstig uit het Westland en was van beroep monteur. Zijn eerste internationale succes behaalde hij in 1948, toen hij bij het WK allround de vijf en de tien kilometer won. Dat jaar deed hij ook voor het eerst mee aan de Olympische Winterspelen.
Vier jaar later won Broekman de eerste Nederlandse medaille tijdens Winterspelen: op 17 februari 1952 won hij zilver op de 5000 meter, achter de grote Noorse rijder Hjalmar Andersen. Twee dagen later herhaalde dit zich op de 10.000 meter.
Het grootste succes van Broekman had zijn prestatie van het volgende jaar moeten zijn: op 1 februari 1953 werd hij in Hamar de eerste Nederlandse Europees kampioen. Hij won de 5 kilometer in 9.05,0 en de 10 kilometer in 17.13,0. Landgenoot Wim van der Voort legde beslag op de tweede plaats in het eindklassement. Dit toernooi viel echter samen met de Watersnood in Zuidwest-Nederland, zodat hun prestatie nauwelijks aandacht kreeg.
Broekman reed tijdens zijn lange carrière – hij deed nog in 1960 mee aan de Winterspelen, maar speelde toen geen rol van betekenis – verscheidene wereldrecords op de lange afstanden. Alleen Rintje Ritsma heeft aan meer Spelen meegedaan (5 keer). Broekman was later enkele jaren trainer in Italie. In de jaren 1969 en 1970 was hij trainer van de Nederlandse vrouwenploeg en coachte Atje Keulen Deelstra naar de wereldtitel. Van 1972 tot 1974 was hij succesvol als bondcoach van Zweden en coachte Göran Claeson naar de Europeese en wereldtitel. Na die tijd werd hij hoofdschaatstrainer in Berlijn hetgeen hij tot zijn overlijden in 1992 bleef. Broekman woonde in Noorwegen en had een zoon. Hij overleed op 65-jarige leeftijd in Berlijn.
[bewerk] Resultaten
| jaar | NK Allround | EK Allround | Olympische Spelen | WK Allround |
|---|---|---|---|---|
| 1946 | 5e | 14e | - | |
| 1947 | 7e | 5e | - | |
| 1948 | 4e | 28e 500m 9e 1500m 6e 5000m 5e 10000m |
4e | |
| 1949 | 4e | |||
| 1950 | 11e | 7e | ||
| 1951 | 6e | 8e | ||
| 1952 | 5e 1500m |
4e | ||
| 1953 | 4e | |||
| 1954 | 6e | - | ||
| 1955 | NC13 | 4e | 11e | |
| 1956 | 4e | 14e | 37e 500m 11e 1500m 4e 5000m 5e 10000m |
14e |
| 1957 | 15e | 10e | ||
| 1958 | 14e | NC23 | ||
| 1959 | 14e | 10e | ||
| 1960 | 14e | 20e 5000m 16e 10000m |
NC32 |
[bewerk] Medaillespiegel
| kampioenschap | goud |
zilver |
brons |
|---|---|---|---|
| NK Allround | 1 | 0 | 0 |
| EK Allround | 1 | 1 | 0 |
| Olympische Spelen | 0 | 2 | 0 |
| WK Allround | 0 | 1 | 0 |
| Bronnen, noten en/of referenties: |

