Kees van Baaren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kees van Baaren
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Cornelis Leendert van Baaren
Geboren 22 oktober 1906
Overleden 2 september 1970
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Genre(s) symfonische muziek, HaFaBramuziek
Beroep(en) componist en muziekpedagoog
Instrument(en) piano
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Cornelis Leendert (Kees) van Baaren (Enschede, 22 oktober 1906 - Oegstgeest, 2 september 1970) was een Nederlandse componist en muziekpedagoog.

Levensloop[bewerken]

Na de middelbare school te hebben doorlopen, ging hij van 1924 tot 1929 muziek studeren in Berlijn aan het Stern'sches Konservatorium. Deze instelling is sinds 1966 aan de Hochschule der Künste verbonden; sinds 2001 heet deze hogeschool Universiteit van de kunsten. Zijn leraren waren in Berlijn voor piano Rudolf Breithaupt, voor compositie en muziektheorie Boris Blacher en Friedrich Koch. Van 1931 tot 1936 studeerde hij aan het Rotterdams Conservatorium compositie bij Willem Pijper.

Van Baarens naam is verbonden met prominente Nederlandse componisten als Theo Bruins, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, David Porcelijn, Louis Andriessen en Peter Schat.

Van Baaren doceerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag van 1945 tot 1947. Sinds 1942 doceerde hij ook aan het Muzieklyceum in Amsterdam en was daar van 1948 tot 1953 ook directeur. Van 1953 tot 1956 was hij directeur van het Utrechts Conservatorium en van 1957 tot 1970 had hij dezelfde functie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij was in Nederland de pionier van de twaalftoonsmuziek.

In 1969 werd Van Baaren de Sweelinckprijs toegekend voor zijn gehele oeuvre.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1934 Concertino voor piano en orkest
  • 1956 Sinfonia voor orkest
  • 1959 Variazioni per orchestra
  • 1964 Musica per campane
  • 1964 Concerto voor piano en orkest
  • 1966 Musica per orchestra

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

Muziek voor toetsinstrumenten[bewerken]

Missen en geestelijke muziek[bewerken]

Vocaalmuziek en koorwerken[bewerken]

Kamermuziek[bewerken]

  • 1936 Trio voor fluit, klarinet en fagot
  • 1952 Settetto voor viool, fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn en contrabas
  • 1960 Canzonetta triste voor viool en piano
  • 1962 Quartetto per archi (Sovraposizioni I), strijkkwartet
  • 1963 Quintetto a fiato (Sovraposizioni II), blazerskwintet
  • 1965 Musica per flauto solo

Werken voor orgel[bewerken]

  • 1969 Musica per organo

Publicaties[bewerken]

  • Kees van Baaren: Kompositionsunterricht und Theorieunterricht (Kongressbericht der 3. Direktorenkonferenz), Keulen 1960.

Bibliografie[bewerken]

  • Leo Samama: Zeventig jaar Nederlandse muziek 1915-1985: voorspel tot een nieuwe dag, Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij, 1986, 323 p., ISBN 978-90-214-8050-3
  • Jozef Robijns, Miep Zijlstra: Algemene muziekencyclopedie, Haarlem: De Haan, (1979)-1984, ISBN 978-90-228-4930-9
  • John Kasander: 150 jaar Koninklijk Conservatorium - Grepen uit de geschiedenis, 's-Gravenhage: Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, 1976, 175 p.,
  • Sas Bunge, Rutger Schoute: 60 Years of Dutch chamber music, Amsterdam: Stichting Cultuurfonds Buma, 1974, 131 p.
  • Jos Wouters: Dutch composers' gallery, Part 1. nine portraits of Dutch composers, Amsterdam: Donemus, 1971. 2 v.
  • Jos Wouters: Kees van Baaren: seine Bedeutung für die Niederländische Musik, Sonorum Speculum. 1968, Nr.34, S. 17-23
  • Jos Wouters: Kees van Baaren, Sonorum Speculum. 1963, No. 16, S. 1-14.
  • Jos Wouters: Fifteen years donemus: conversations with Dutch composers 1947-1962, Amsterdam: 1962
  • Wouter Paap: De sweelinckprijs voor Kees van Baaren, Mens en melodie. 25 (1970), Nr. 2, S. 34-37.
  • Marius Monnikendam: Nederlandse componisten van heden en verleden, Berlin: A.J.G. Strengholt, 1968, 280 p.
  • Joep Straesser: Kees van Baaren: Quintetto a fiati (Sovraposizioni 2), Sonorum Speculum. 1965, No. 22, S. 12-19
  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Wolfgang Suppan: Das neue Lexikon des Blasmusikwesens, 3. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1988, ISBN 3-923058-04-7
  • Wolfgang Suppan: Lexikon des Blasmusikwesens, 2. ergänzte und erweiterte Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Fritz Schulz, 1976
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music: composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Stanley Sadie: The new Grove dictionary of music and musicians, Vol. 1-20, London: Macmillan, 1980. ISBN 1-56159-174-2
  • Gösta Morin, Carl-Allan Moberg, Einar Sundström: Sohlmans musiklexikon - 2. rev. och utvidgade uppl., Stockholm: Sohlman Förlag, 1975-1979, 5 v.
  • John Vinton: Dictionary of contemporary music, New York: E.P. Dutton, 1974, 834 p., ISBN 978-0-525-09125-7
  • Paul Frank, Burchard Bulling, Florian Noetzel, Helmut Rosner: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon - Zweiter Teil: Ergänzungen und Erweiterungen seit 1937, 15. Aufl., Wilhelmshaven: Heinrichshofen, Band 1: A-K. 1974. ISBN 3-7959-0083-2; Band 2: L-Z. 1976. ISBN 3-7959-0087-5
  • Storm Bull: Index to biographies of contemporary composers, Vol. II, Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1974, 567 p., ISBN 0-8108-0734-3
  • Storm Bull: Index to biographies of contemporary composers, New York: Scarecrow Press, 1964, 405 p.
  • Index to music necrology: 1970 necrology, Notes (Music Library Association), 1971, p. 695
  • Marc Honegger: Dictionnaire de la musique, Paris: Bordas, 1970-76

Externe link[bewerken]