Frederik II van het Heilige Roomse Rijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Keizer Frederik II)
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik II
1194 - 1250
Koning van Sicilië
Periode 1198 - 1250
Voorganger Hendrik VI
Opvolger Koenraad IV
Keizer van het HRR
Periode 1220 - 1250
Voorganger Otto IV
Opvolger Koenraad IV
Vader Hendrik VI
Moeder Constance van Sicilië

Frederik II (Jesi, 26 december 1194 - Castel Fiorentino 13 december 1250) was sinds 1212 Duits koning en van 1220 tot 1250 keizer van het Heilige Roomse Rijk.

Frederik was de zoon van Hendrik VI van Hohenstaufen. Hij verkreeg de koningskroon van Sicilië toen hij meerderjarig werd, juist op het moment dat dit koninkrijk uiteen dreigde te vallen. Doch dit waren zorgen voor later want eerst moest hij al zijn macht aanwenden om zijn erfenis veilig te stellen, namelijk het Heilig Roomse Rijk (Duitsland).

Na zijn keizerskroning in 1218 kon hij eindelijk zijn aandacht richten op Sicilië. Hier waren de moslims, wier voorvaderen zich daar reeds in 827 gevestigd hadden, in opstand gekomen. In de heuvels rond Palermo en Monreale probeerden ze een eigen islamitische staat te stichten. Als koning van Sicilië kon hij deze situatie niet tolereren, en in 1222 begon hij aan een grootse veldtocht om op het eiland de orde te herstellen. Hij omsingelde de verblijfplaats van de opstandelingen en dwong hen zich na twee maanden over te geven, waarna hij hun leider Ibn-Abbad in Palermo liet ophangen. Om toekomstige problemen te vermijden liet hij de moslims die zich niet wilden bekeren tot het christendom, overplaatsen naar de stad Lucera. Dit waren er tenminste 20.000.

Hiermee had hij 3 bedoelingen:

  • De aanvoer van manschappen, geld, wapens en voedsel uit Noord-Afrika aan de moslims afsnijden.
  • De zeer vruchtbare grond van deze dunbevolkte regio te bebouwen en dankzij de islamitische landbouwtechnieken er een grote belasting op te kunnen heffen.
  • Ten derde kon hij de islamitische boogschutters en vechttechnieken zeer goed gebruiken voor zijn eigen leger, hoewel hij ze nooit ingezet heeft voor de latere zesde kruistocht. Een selecte groep van deze moslims vormden zijn lijfwacht en later ook de lijfwacht van zijn zonen Manfred en Konradijn.

Hoewel Italië in principe aan de paus toebehoorde, liet paus Honorius III zich geen afkeurende woorden ontvallen. Hij ging er van uit dat door hun afzondering deze moslims zich wel snel zouden bekeren. Onder zijn opvolger Gregorius IX echter bleken deze moslims allemaal Italiaans te spreken en nog maar weinig te hebben ingeboet van hun islamitische karakter. Hij reageerde hierop door hen allen te dwingen zich te bekeren. Frederik reageerde hier niet echt op omdat de bedoeling van Lucera militair en economisch was. Hierna verdween Lucera uit de pauselijke belangstelling en dus ook grotendeels uit de geschiedenis.

In 1225 trad Frederik in het huwelijk met de dochter van Jan van Brienne, Yolande. Ter gelegenheid van het huwelijk beloofde hij aan de paus om op kruistocht te gaan. Hij vertrok pas in 1228 en was ondertussen al een keer geëxcommuniceerd geweest omdat hij te lang wachtte. De bedoeling van Frederik was om d.m.v. compromispolitiek de heilige plaatsen definitief open te stellen voor het Westen.

In 1229 sloot hij in Egypte de tien jaar durende Vrede van Jaffa met de toenmalige sultan van Egypte. Hierdoor kregen de christenen een wijde bewegingsvrijheid in Palestina. Toen Frederik II zich op 12 maart 1229 tot koning van Jeruzalem liet kronen, maakte dit een geweldige reactie los bij de Frankische vorsten, ook omdat hij nog steeds geëxcommuniceerd was. Ten slotte kreeg hij nog onenigheid met de Tempeliers omdat hij de Duitse Orde meer rechten wou geven in het Heilig Land. Uiteindelijk verliet hij Akko en keerde terug naar Sicilië, waar hij eerst en vooral de bezittingen van de Tempeliers in beslag liet nemen. In 1244 ging Jeruzalem definitief voor het westen verloren.

In 1231 werden in het koninkrijk Sicilië de Constituties van Melfi afgekondigd. In tegenstelling tot het slappere centraal gezag dat Frederik in het Heilig Roomse Rijk bezat, ging hij in Sicilië over tot een verstrakking van het centraal gezag. Hij voerde een verregaande centralisatie in gebaseerd op het feodale en Romeins recht.

Hij was in zijn eigen tijd bekend als Stupor Mundi ("verbazing der wereld") en sprak zes talen: Latijn, Siciliaans, Duits, Frans, Grieks en Arabisch.[1] Hij was geïnteresseerd in filosofie en wetenschap, en onderhield een correspondentie met de Egyptische sultan Al-Kamil. Op het eind van zijn leven heeft Frederik een standaardwerk over de valkenjacht geschreven: De Arte Venandi cum Avibus (Over de kunst van het jagen met vogels).

[bewerk] Noten

  1. ^ Cronica, Giovanni Villani Boek VI e. 1. ("Seppe la lingua Latina, volgare, Tedesca, Francese, Greca, Saracinesca.")

[bewerk] Fictie

  • Jan Pieter Guepin, De drie bedriegers Mozes, Jezus en Mohammed. Amsterdam 2006, (Athenaeum).
 
Persoonlijke instellingen