Keizer Karel VII Albrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel VII Albrecht
Portret van keizer Karel VII Albrecht
Portret van keizer Karel VII Albrecht
Keurvorst van Beieren
Regeerperiode 1726 - 1745
Voorganger Maximiliaan II Emanuel
Opvolger Maximiliaan III Jozef
Koning van Bohemen
Regeerperiode 1741 - 1743
Kroning 29 december 1741 in de Sint-Vituskathedraal, Praag
Voorganger Maria Theresia
Opvolger Maria Theresia
Rooms-Duits koning en keizer
Regeerperiode 1742 - 1745
Verkiezing
Kroning
24 januari 1742 in Frankfurt
12 februari 1742 in de Dom van Frankfurt
Voorganger Karel VI
Opvolger Frans I Stefanus
Huis Wittelsbach
Vader Maximiliaan II Emanuel van Beieren
Moeder Theresia Kunigunde Sobieska
Geboren 6 augustus 1697
Brussel, Spaanse Nederlanden
Gestorven 20 januari 1745
München, Beieren
Begraven Theatinerkirche, München
Echtgenote Maria Amalia van Oostenrijk
Religie Rooms-katholiek

Karel VII Albert (Brussel, 6 augustus 1697München, 20 januari 1745), een lid van het Huis Wittelsbach, was keurvorst van Beieren vanaf 1726 en Rooms-Duitse keizer van 24 januari 1742 tot zijn dood in 1745. Karel was de enige keizer sinds de 15e eeuw die niet van het Huis Habsburg was.

Leven[bewerken]

Karel Albert was de zoon van keurvorst Max Emanuel en diens tweede gemalin Theresia Kunigunde Sobieska, dochter van Jan Sobieski. Hij werd geboren te Brussel toen zijn vader landvoogd van de Spaanse Nederlanden was. In diens strijd tegen Oostenrijk werd hij gevangengenomen en daarna samen met zijn broers als graaf van Wittelsbach te Klagenfurt en later in Graz opgevoed. Na zijn vrijlating in 1715 maakte hij reizen en voerde hij in 1717 het bevel over Beierse hulptroepen in de Turkenoorlog. Hij huwde in 1722 met Maria Amalia, dochter van keizer Jozef I, die daarbij echter afstand deed van haar aanspraken op de Oostenrijkse successie.

Na de dood van zijn vader in 1726 besteeg hij de Beierse troon. Hij voerde een pro-Oostenrijkse politiek en steunde Jozefs opvolger Karel VI in 1738 opnieuw tegen de Turken. In 1732 trok hij echter - evenals Frederik August van Saksen en Polen, die was gehuwd met Jozefs oudste dochter Maria Josepha - zijn erkenning van de door Karel VI uitgevaardigde Pragmatieke Sanctie in. Volgens deze beschikking zou Karel VI worden opgevolgd door zijn dochter Maria Theresia.

Na de dood van Karel VI in 1740 brak dan ook de Oostenrijkse Successieoorlog uit, waarin Karel Albert, samen met Frederik II van Pruisen - die zijn oog op Silezië had laten vallen - en de Habsburgse erfvijand Frankrijk, de troonsbestijging van Maria Theresia bestreed. Hij sloot in 1741 met Frankrijk het Verdrag van Nymphenburg, waarbij hem de keizerskroon, Oostenrijk en Bohemen beloofd werden. Hij viel hierop Oostenrijk binnen en liet zich als aartshertog huldigen. Daarna trok hij Bohemen binnen, waar hij op 25 november Praag veroverde en zich tot koning liet kronen.

Ondanks de halfslachtige Franse steun - dit land had er geen belang bij de Wittelsbachs klakkeloos de plaats van de Habsburgers te laten innemen - werd Karel Albert in 1742 door de keurvorsten tot keizer uitgeroepen en op 12 februari van dat jaar door zijn broer Clemens August I (keurvorst van Keulen) te Frankfurt am Main gekroond.

Door steun van Hongarije en een wapenstilstand met Pruisen - in ruil waarvoor ze Silezië had moeten opofferen - kreeg Maria Theresia echter weer de mogelijkheid tegen Beieren ten strijde te trekken. Reeds enige dagen na de kroning marcheerden haar troepen München binnen, zodat Karel Albert uiteindelijk niet alleen de Habsburgse landen, maar ook zijn erfland Beieren verloor. Als marionet van de anti-Oostenrijkse coalitie werd hij in 1744 door Pruisen en Frankrijk op de troon hersteld, maar hij stierf reeds op 20 januari 1745 - toevallig juist op het moment dat zijn leger München had heroverd.

Karel Albert werd in Beieren opgevolgd door zijn zoon Max Jozef, die als keurvorst bereid bleek Maria Theresia's gemaal Frans Stefanus van Lotharingen tot nieuwe keizer te verkiezen.

Kinderen[bewerken]

Uit Karels huwelijk met Maria Amalia van Oostenrijk werden zeven kinderen geboren:

Bij Charlotte Sophie von Ingenheim verwekte hij nog een zoon:

Karolingen (800–911): Karel de Grote · Lodewijk I de Vrome · Lotharius I · Lodewijk II · Lodewijk III de Duitser · Karel II de Kale · Lotharius II · Karloman van Beieren1 · Lodewijk III de Jonge1 · Karel III de Dikke · Arnulf van Karinthië · Lodewijk IV het Kind
Italiaanse keizers (891–928): Guido van Spoleto · Lambert van Spoleto · Lodewijk de Blinde · Berengarius van Friuli
Ottonen (911–1024): Koenraad I van Franken2 · Hendrik I de Vogelaar · Otto I de Grote · Otto II · Otto III · Hendrik II de Heilige
Saliërs (1024–1125): Koenraad II · Hendrik III · Hendrik IV · Rudolf van Rheinfelden · Herman van Salm · Koenraad (III)1 · Hendrik V
Hohenstaufen (1125–1254): Lotharius III2 · Koenraad III · Hendrik (VI) Berengarius1 · Frederik I Barbarossa · Hendrik VI · Filips van Zwaben · Otto IV2 · Frederik II · Hendrik VII1 · Koenraad IV · Hendrik Raspe
Interregnum (1254–1273): Willem van Holland · Richard van Cornwall · Alfons van Castilië
Versch. dynastieën (1273–1437): Rudolf I · Adolf van Nassau · Albrecht I · Hendrik VII · Lodewijk V de Beier · Frederik de Schone1 · Karel IV · Gunther van Schwarzburg · Wenceslaus · Ruprecht van de Palts · Jobst van Moravië · Sigismund
Habsburgers (1437–1806): Albrecht II · Frederik III · Maximiliaan I · Karel V · Ferdinand I · Maximiliaan II · Rudolf II · Matthias · Ferdinand II · Ferdinand III · Ferdinand IV1 · Leopold I · Jozef I · Karel VI · Karel VII Albrecht2 · Frans I Stefan · Jozef II · Leopold II · Frans II

Vetgedrukt: keizer · Cursief: tegenkoning · 1 medekoning (in een deelrijk)· 2 afkomstig uit een andere dynastie