Kerkbaljuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kerkbaljuw van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Tongeren

De kerkbaljuw, in de volksmond meestal suisse genoemd, is een ordebewaker in een kerk. Het is een kerkelijk ambt dat ontstaan is op het einde van de 19e eeuw. De naam suisse duidt erop dat de kerkbaljuw werd vergeleken met de pauselijke Zwitserse garde. Tot de taken van de suisse behoorde het ophalen van de priester in de sacristie, om hem - na de mis - weer voor te gaan naar de sacristie. Tijdens de consecratie salueerde de suisse, staande vooraan in het middenpad van de kerk.

Dit ambt werd veelal doorgegeven van vader op zoon en het werd als een eer beschouwd het te mogen vervullen.

Sinds de Tweede Beeldenstorm verdween het ambt in tal van parochies, maar hier en daar kan men nog een suisse tegenkomen.

In Nederland bestond ook een College van Eerbied in Gods huis, waarvan de leden een vergelijkbare functie vervulden als de suisses.

Kledij[bewerken]

  • Spierwit hemd met opstaande boord en zwarte vlinderdas.
  • Laag uitgesneden ondervest.
  • Lange donkerblauwe jas afgeboord met goudgalon.
  • Donkerblauwe broek en zwarte schoenen.
  • Steekhoed met pluim en witte handschoenen
  • Over de rechterschouder een purperen bandelier met als tekst:
    • ofwel - KERKPOLITIE - (eerste periode)
    • ofwel - EERBIED IN GODS HUIS
  • Als teken van zijn gezag draagt hij een "pieke" of hellebaard en een staf.