Kerkbelasting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kerkbelasting is een vorm van belasting die kerkgemeenschappen bij hun leden heffen, om hun onkosten mee te kunnen financieren. Men kent het principe van kerkbelasting onder meer in landen als Oostenrijk, Denemarken, Finland, Duitsland, IJsland en Zweden.

Duitsland[bewerken]

Ontvangstbewijs van 17 september 1923

In Duitsland kan kerk(loon)belasting (Kirchensteuer, kortweg KiSt) geheven worden door religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die een Körperschaft des öffentlichen Rechts zijn. De belastingdienst van iedere deelstaat houdt bij wie aangesloten is bij een van deze genootschapen, int de belasting, en houdt bij waar de geinde belasting vervolgens terecht dient te komen. Wat iemand aan zijn eigen kerkgenootschap moet afdragen, is ongeveer 8 a 9% van de totale hoeveelheid te betalen inkomstenbelasting.

De kerkbelasting is voor kerkgenootschappen hun voornaamste bron van inkomsten. Ter illustratie: voor het aartsbisdom van Keulen bestond in 2011 zo'n 79% van zijn inkomsten uit kerkbelasting.[1]

Bronvermelding[bewerken]

  1. Das meiste Geld fließt in die Seelsorge, Aartsbisdom Keulen, 2012-07-17 (Duits)