Kernramp van Fukushima

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kernramp van Fukushima
Plaats Okuma
Coördinaten 37° 25′ NB, 141° 1′ OL
Datum 11 maart 2011
Ramptype Kernramp
Oorzaak Zeebeving Sendai 2011
Kernramp van Fukushima
Kernramp van Fukushima
De centrale Fukushima I

De kernramp van Fukushima (Japans: 福島第一原子力発電所事故 Fukushima daiichi genshiryoku hatsudensho jiko) rond de kerncentrale Fukushima I in Okuma van Japan was het gevolg van de zeebeving bij Sendai en de daarop volgende tsunami van 11 maart 2011.

De drie operationele reactoren in de centrale werden binnen enkele seconden na het begin van de aardbeving automatisch stilgelegd door middel van een noodstop. Het gewone elektriciteitsnet was beschadigd en daarom moesten de koelpompen voor de centrales draaien op elektriciteit van een noodstroomvoeding. Door de vloedgolven veroorzaakt door de aardbeving werden deze generatoren onbruikbaar. Hierna werd overgeschakeld op koeling door accu's. Deze tijdelijke koeling is voorzien als tijdelijke oplossing omdat voorzien was dat na enkele uren het gewone elektriciteitsnet of de noodgeneratoren opnieuw operationeel zouden zijn. Door de enorme schade door de aardbeving en vloedgolven in de omgeving was dit niet het geval, en hierdoor bleef de temperatuur van de kernreactor oplopen, een loss-of-coolant accident.

Als gevolg hiervan vond in drie units een kernsmelting plaats: brandstofelementen waren gedeeltelijk gesmolten waardoor kernbrandstof op de bodem van de reactoren terechtkwam. Er volgde ook een reeks ongelukken in verschillende reactoren in het complex, waaronder explosies van waterstofgas. Op 16 december 2011 werd aangekondigd dat alle reactoren van de kerncentrale een toestand hebben bereikt die vergelijkbaar is met die na een gewone 'koude' stilstand[1].

De ramp eiste geen dodelijke slachtoffers ten gevolge van de straling op zich.[2][3] Doden die aan deze gebeurtenis en aan de tsunami gelinkt worden, zijn ofwel een gevolg van een arbeidsongeval voor werkzaamheden op de kerncentrale, als stressslachtoffers van de evacuatie of door elektriciteitsonderbrekingen doordat de kernreactoren geen elektriciteit meer leverden aan het net.

De ervaringen na de ramp in Fukushima werden in Europa gebruikt om extra weerstandstests uit te voeren, de zogenaamde Stresstest[1]. Zo werden extra maatregelen genomen om schade door waterstofophopingen te vermijden, en wordt in Tihange de overstromingsmuur verhoogd.

Aardbeving en tsunami[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Zeebeving Sendai 2011 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 11 maart 2011 vond 130 km ten oosten van de Japanse stad Sendai een catastrofale zeebeving plaats met een kracht van 9,0 op de Schaal van Richter. De daaropvolgende tsunami richtte veel schade aan. In Sendai, de hoofdstad van de prefectuur Miyagi, werd een tsunami van tien meter hoog waargenomen.

Na de ramp kwam er kritiek op de mediahype rondom de ramp. Europese kranten bleken na de zeebeving 90 procent van hun berichtgeving te hebben besteed aan de problemen in Fukushima en slechts 10 procent aan de gevolgen van de tsunami. Dit terwijl de zeebeving meer dan 24.000 slachtoffers eiste en de problemen in Fukushima nauwelijks.[4][5][2]

In 2004 zijn er sporen gevonden van een tsunami met een hoogte van 8,3 meter, die in het jaar 869 ontstond na een aardbeving in het noordoosten van Japan. Daarbij werden grote delen van Noord-Japan, vanaf Ishinomaki in de prefectuur Miyagi tot de stad Namie in de prefectuur Fukushima, nabij de locatie van de kerncentrales, drie tot vier kilometer landinwaarts overstroomd. Het Internationaal Atoomenergieagentschap waarschuwde in 2008 dat een grote aardbeving zou kunnen zorgen voor grote problemen in de nucleaire installaties, omdat de veiligheidsmaatregelen verouderd waren.[6]

Kerncentrale[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie kerncentrale Fukushima I voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de aardbeving worden vier kerncentrales in de regio stilgelegd: Fukushima Daiichi, Fukushima Daini, Onagawa en Tokai. De kerncentrale Fukushima I (福島第一原子力発電所, Fukushima dai-ichi genshiryoku hatsudensho, ook bekend onder de naam Fukushima Dai-ichi) ligt in de Japanse gemeente Okuma (district Futaba) in de prefectuur Fukushima. De centrale ligt 250 km ten noordoosten van de hoofdstad Tokio en is de eerste nucleaire installatie gebouwd door en in beheer van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO). De bouw van de centrale startte op 25 juli 1967; de eerste reactor werd op 26 maart 1971 in bedrijf genomen. Met zes kokendwaterreactoren op deze locatie met een gezamenlijk vermogen van 4,7 GW is Fukushima één van de 25 grootste nucleaire energiecentrales in de wereld. Naast de zes reactoren uit de jaren zeventig waren nog twee reactoren van het type geavanceerde kokendwaterreactor in aanbouw.

Een luchtfoto van de centrale met daarop de genummerde reactoren.
・Unit 6 : richting van Nakamura
・Unit 4 : richting van Taira
Reactor Inbedrijfstelling Vermogen Status op het ogenblik van de kernramp[7]
Fukushima I - 1 26 maart 1971 460 MW In bedrijf tijdens aardbeving, noodstop uitgevoerd.
Brandstofstaven gesmolten
Reactor verontreinigd door zeewater.
Gebouw zwaar beschadigd door explosie.
Fukushima I - 2 18 juli 1974 784 MW In bedrijf tijdens aardbeving, noodstop uitgevoerd.
Brandstofstaven gesmolten
Reactor verontreinigd door zeewater.
Gebouw licht beschadigd.
Fukushima I - 3 27 maart 1976 784 MW In bedrijf tijdens aardbeving, noodstop uitgevoerd.
MOX als splijtstof.[8]
Brandstofstaven gesmolten
Gebouw zwaar beschadigd door explosie.
Fukushima I - 4 12 oktober 1978 784 MW Buiten bedrijf sinds 30 november 2010 voor onderhoud, geen splijtstof in reactor
Splijtstofbassin mogelijk beschadigd door brand.
Fukushima I - 5 18 april 1978 784 MW Buiten bedrijf sinds 3 januari 2011 voor onderhoud, splijtstof in reactor.
Geen schade door aardbeving.
Ventilatieopeningen in gebouw gemaakt om waterstofexplosie te voorkomen.
Fukushima I - 6 24 oktober 1979 1100 MW Buiten bedrijf sinds 14 augustus 2010 voor onderhoud, splijtstof in reactor.
Geen schade door aardbeving.
Ventilatieopeningen in gebouw gemaakt om waterstofexplosie te voorkomen.

Gebeurtenissen[bewerken]

Als gevolg van de zeebeving voor de kust op 11 maart 2011 werden reactoren 1, 2 en 3 automatisch uitgeschakeld met een noodstop. De reactoren 4, 5 en 6 waren reeds uitgeschakeld in verband met onderhoud. Door het uitschakelen van de elektriciteitsproductie in de centrale en de massale stroomstoring als gevolg van de aardbeving en de tsunami moest de centrale overschakelen op een noodstroomvoorziening via dieselgeneratoren om de pompen van het koelsysteem te laten werken.

Hoewel maatregelen om de kerncentrale tegen een aardbeving te beschermen goed hadden gefunctioneerd, bleken maatregelen om de centrale tegen een hoge vloedgolf te beschermen onvoldoende. Bij de bouw werd er rekening gehouden met een mogelijke vloedgolf van 5,7 meter hoog, de vloedgolf was echter waarschijnlijk meer dan 14 meter hoog.[9] Door de vloedgolf ontstond er schade aan de gebouwen en raakten de noodaggregaten op één na buiten werking. Alleen de dieselgenerator van reactor 6 bleef intact, zodat reactor 5 en 6 voorzien bleven van elektriciteit.[9] Alleen de allerbelangrijkste systemen konden nog tijdelijk van elektriciteit worden voorzien met accu's. De reactoren 1 tot en met 4 kwamen al snel zonder regel- en controlesystemen te zitten. Het personeel moest zijn werk uitoefenen in het donker met zeer beperkte communicatie. Uit voorzorg werd de nucleaire noodtoestand uitgeroepen, wat in Japan wettelijk verplicht is bij een uitval van de koelsystemen.

De problemen van de eerste vier reactoren waren in omvang verschillend, maar werden alle veroorzaakt doordat de koeling uitviel. Door de uitval van controlesystemen en koeling liep de temperatuur in de reactoren 1 tot en met 3 op. Ondanks pogingen om de reactorkernen te koelen ontstonden er diverse explosies, die de reactorgebouwen verder beschadigden. Ook werd het werken in de centrale steeds gevaarlijker. Om de druk in het systeem van de centrale te verlagen, werd stoom uit het primaire circuit van de eenheden 1 en 3 afgeblazen in de atmosfeer. Ondanks aanwezigheid van speciale ventilatieafvoersystemen om in geval van een kernsmelting alle waterstofgas af te zuigen, vonden er toch diverse waterstofgasexplosies plaats die de gebouwen rond de reactoren 1, 3 en 4 beschadigden. Daarbij kwam radioactief materiaal vrij in de atmosfeer, het grondwater en de zee. Boven verschillende reactoren was gedurende enige tijd witte 'rook' zichtbaar.[10]

Het duurde lang om het gevaar onder controle te krijgen: de temperatuur in de verschillende reactoren bleef lange tijd te hoog. De werkzaamheden werden bemoeilijkt door hoge stralingsniveaus.[11] Desondanks werkten er op 20 maart 2011 300 mensen om de situatie in de verschillende eenheden onder controle te krijgen.[12]

In een poging de reactoren te koelen, werd bij aanvankelijk gebrek aan leidingwater of ander zuiver zoet water zeewater in de reactoren 1, 2 en 3 gepompt. Zeewater is sterk corrosief: het opgeloste zeezout en verontreinigingen in het zeewater tastten het leidingensysteem aan van de reactoren. De reactoren 1, 2 en 3 werden daardoor in feite afgeschreven, omdat het economisch niet haalbaar is om de systemen te ontsmetten.[13] De Verenigde Staten van Amerika verscheepten daarom zoet water naar Japan.

De schade aan eenheid 1 na de waterstofexplosie (reconstructie)

Eenheid 1[bewerken]

Net als de andere reactoren werd reactor 1 automatisch via een noodstop stilgezet bij aanvang van de aardbeving. De op de aardbeving volgende tsunami overspoelde de centrale om 15:30 uur lokale tijd, 45 minuten na de aardbeving. Door de tsunami vielen, volgens de aannames van TEPCO, de koelsystemen in reactor 1 uit. Het waterniveau daalde en bereikte na 3 uur de bovenkant van de brandstofstaven. Anderhalf uur later kwamen de brandstofstaven geheel bloot te liggen, waarna de temperatuur in de kern snel opliep tot 2800 graden Celsius. 16 uren na de noodstop is waarschijnlijk alle brandstof gesmolten en op de bodem van het reactorvat terechtgekomen. Een uur eerder was gestart met het toevoegen van extra koelwater, aanvankelijk in een poging om kernsmelting te voorkomen, maar naar later blijkt, werd hiermee voorkomen dat brandstof door de bodem van het reactorvat zou smelten. Wel raakte het reactorvat beschadigd, waardoor het koelwater weglekte in de ruimtes onder de reactor. Aanvankelijk werd met zoet water gekoeld, maar toen die voorraad op raakte, werd overgegaan op koeling met zeewater. Aan dit water werd later boorzuur toegevoegd, dat neutronen absorbeert en zo kettingreacties in de nucleaire brandstof afremt.[14]

Het noodkoelsysteem van reactor 1 werkte vlak na de tsunami niet zoals verwacht. Na onderzoek bleek de lay-out van het pijpensysteem, in strijd met de voorschriften, anders te zijn dan in de oorspronkelijke bouwtekening was aangegeven.[15]

Op 12 maart 2011 rond 14:30 lokale tijd werd gas afgevoerd uit het reactorvat. Een uur later vond buiten het vat, maar in het gebouw een waterstofexplosie plaats. Een deel van het dak en de gevelbeplating werden weggeblazen en de muren stortten in. De stalen draagconstructie stond nog wel overeind. Bij de explosie raakten vier mensen gewond: twee werknemers van Tokyo Electric Power Company en twee van een andere firma.[16] Om te voorkomen dat er opnieuw waterstofexplosies zouden ontstaan, werd er stikstofgas in de ruimte rond het reactorvat gepompt.

Het stralingsniveau buiten de centrale na de explosie was acht keer de normale achtergrondstraling, maar bleek later weer af te nemen.[17] De lokale autoriteiten beschreven het incident in reactor 1 als 5 op de INES-schaal, ofwel een ongeval met bovenlokale gevolgen.[16]

Op 5 mei 2011 waren 12 medewerkers voor het eerst in staat om voor maximaal 10 minuten het reactorgebouw te betreden om pijpen te monteren op ventilatoren. Tijdens dit onderhoud werd een filtersysteem opgezet om radioactieve deeltjes uit de lucht te filteren. Daardoor daalde het stralingsniveau om een veiliger werkomgeving te realiseren. In de werktijd tijdens de eerste twee dagen van deze operatie werd een stralingsbelasting van 3 millisievert (mSv) opgelopen. In Japan mag bij wet een medewerker in 5 jaar ten hoogste aan 100 mSv worden blootgesteld. Vanwege de noodsituatie werd dat verruimd tot 250 mSv.[18] Vooraf was de ruimte met robots geïnspecteerd, waarbij geen radioactief water gevonden werd. Het uiteindelijke doel was een geheel nieuw koelsysteem aan te leggen dat de reactor van buitenaf zou kunnen koelen.[19]

Eenheid 2[bewerken]

Op 14 maart 2011 was het koelwaterniveau van eenheid 2 zover gedaald dat de splijtstofstaven droog kwamen te staan. Hierdoor smolten de meeste brandstofstaven en zakte de brandstof naar de bodem van het reactorvat.[20] Er werd geprobeerd met zeewater de reactor te koelen. Het koelen met zeewater betekent dat de reactor in principe economisch is opgegeven, omdat het zeewater de reactor beschadigt.[21] De temperatuur was op 28 april 2011 nog niet voldoende gedaald om een veilige afsluiting te garanderen.

Op 15 maart 2011 vond in eenheid 2 een explosie plaats, zoals eerder in de eenheden 1 en 3. Men vermoedt echter dat bij reactor 2 ook het reactorvat is beschadigd en verschillende buitenlandse deskundigen schaalden het ongeval daarom in op niveau 6 van de INES-schaal.[22] De lokale autoriteiten beschreven het incident in reactor 2 als 5 op de INES-schaal, ofwel een ongeval met bovenlokale gevolgen.[16]

Na verloop van tijd raakte het zeewater in de buurt van de centrale radioactief besmet.[23] Doordat enkele brandstofstaven voor een deel gesmolten waren, vermoedde de Japanese Nuclear Safety Commission op 28 maart dat radioactief besmette materie in het koelwater van eenheid 2 terecht was gekomen.[24] Op 2 april 2011 werd bevestigd dat een scheur was ontstaan in het betonnen omhulsel van reactor 2 waardoor radioactief water naar zee lekte. Men probeerde het lek te dichten door het storten van beton. Een latere poging om de scheur te dichten met een polymeer mislukte eveneens.[25] Om er achter te komen waar het radioactieve water heen lekt werd een kleurstof toegevoegd aan het water in de kelder onder de reactor.[26]

Op 18 en 19 april 2011 werd respectievelijk 17 en 7 m³ waterglas in de kabelgoot van reactor 2 gepompt om de lekken te dichten. Op 19 april begon men met het wegpompen van het water op die plaats, naar installaties waar het kon worden gereinigd. Op 19 april werd een elektrische verbinding aangebracht tussen reactor 1 en 2. Op 21 april 2011 was er witte damp te zien boven reactor 2. Bovendien werd er continu 7 m³/u zoet water in het reactorvat gepompt via een bluswaterleiding.

Op 14 september 2011 om 11 uur in de ochtend plaatselijke tijd schakelde TEPCO over op een andere toevoerleiding voor het koelwater in een poging het koelwater dichter bij de plaats te brengen waar de brandstof na de kernsmelting was heen gelekt. De temperatuur op de bodem van reactor 2 was na zo'n zes maanden nog altijd 114,4°C. Deze maatregel moest ervoor zorgen dat het koelwater de weggelekte brandstof, waarvan de exacte locatie nog niet bekend was, beter kon bereiken.[27] Deze maatregel bleek te werken. In een poging de temperatuur in reactor 2 verder te doen dalen, werd op 16 september het debiet aan koelwater verhoogd van zes naar 7 m³/u. Tegelijkertijd werd het koeldebiet van reactor 3 verhoogd van 7 naar 12 m³/u.[28]

Op 19 januari 2012 werd voor de eerste keer na de ramp door TEPCO het primaire vat van reactor 2 van binnen aan een inspectie onderworpen. Een endoscoop werd ingebracht door een opening op ongeveer 2,5 meter boven de vloer waar het reactorvat zich bevindt, om foto's te maken en de binnentemperatuur te meten. Bij de tot dan toe gebruikte meetmethoden was er nog altijd een mogelijke foutenmarge van ongeveer 20°C.[29] De foto's toonden delen van de wanden van het vat en pijpen, maar ze waren onscherp en wazig door de straling en de waterdamp in de ruimte. Volgens TEPCO was er geen belangrijke schade te zien. De temperatuur was 44,7°C, en dat verschilde weinig van de 42,6°C die buiten het reactorvat werd gemeten.[30]

In de eerste week van februari 2012 werden op de bodem van het reactorvat van reactor 2 hogere temperaturen gemeten. Na verhoging van het koelwaterdebiet op 7 februari stabiliseerde en daalde de temperatuur aan de bodem licht, terwijl een derde temperatuursensor met 74,9°C een stijging van meer dan 20 graden liet optekenen. Analyse van de gassen die uit de reactor kwamen, gaf echter aan dat de reactor niet opnieuw kritisch was geworden.[31][32] Niettemin werd op 12 februari boorzuur aan het koelwater toegevoegd, om de mogelijkheid van opnieuw kritisch worden uit te sluiten en te verzekeren dat de temperatuur niet boven de wettelijke norm van 80°C zou komen. Zelfs na verdere verhoging van het koelwaterdebiet, bleef die temperatuursensor stijgende waarden optekenen. Daarentegen gaven sondes in de nabije omgeving een dalende temperatuur aan, waaruit TEPCO en NISA concludeerden dat de stijgende meetwaarden van één van de sondes foutief waren.[33]. De temperatuur was teruggezakt naar 47°C.[34]. Onder andere door de hoge luchtvochtigheid vielen er thermometers uit, waardoor het moeilijker werd om te controleren of de temperatuur van de reactor stabiel bleef.[35]

Op 27 februari 2012 werden tijdens een robotonderzoek naar de schade in reactorgebouw 2 zeer hoge stralingsniveaus gemeten tot 220 mSv/u.[36]

Satelietfoto van eenheid 3 (rechts) en eenheid 4 (links), gefotografeerd op 16 maart 2011, twee dagen na de explosie in het reactorgebouw

Eenheid 3[bewerken]

Temperatuurdiagram van eenheid 3, van 19 maart tot 28 mei 2011

Op 13 maart 2011 ontstond bij eenheid 3 een vergelijkbare situatie waarbij het noodkoelsysteem niet meer functioneerde. Men ging er op 27 april van dat jaar van uit dat ongeveer 30% van de brandstofstaven gesmolten zou zijn. Later bleek echter dat een groter deel van de brandstofstaven gesmolten en op de bodem van het reactorvat terechtgekomen was.[20] Reactor 3 bevat als enige MOX-brandstof.[8] Door het hogere risico bij het vrijkomen van de gebruikte MOX-brandstof in vergelijking met andere kernbrandstoffen, ging de aandacht in het begin van de ramp prioritair naar reactor 3. Het reactorgebouw van eenheid 3 is door een zware explosie behoorlijk beschadigd. Twee weken na de tsunami werd de stroomtoevoer in het reactorgebouw hersteld.

Koeling[bewerken]

Door de afwezigheid van een werkend koelsysteem werd aanvankelijk aangenomen dat minstens de helft van de brandstofstaven droog stond. Daarom begon men op 13 maart 2011 water met boorzuur in het reactorvat te injecteren. Boorzuur heeft als functie bij verval van radioactieve atoomkernen vrijkomende neutronen op te vangen en zodoende kettingreacties te stoppen. Bij gebrek aan zoet water werd vanaf 14 maart tot 25 maart zeewater gebruikt. Na ruim twee weken koelen bereikte de bodem van het reactorvat een temperatuur van ongeveer 110°C en stabiliseerde op deze temperatuur. Het koelwater werd aanvankelijk in een hoeveelheid van ongeveer 16 m³/u toegevoegd; in de loop van de maand mei en juni werd dit debiet gehalveerd.

De temperatuur van het opslagbassin voor afgewerkte brandstofstaven liep eveneens op door de ontbrekende koeling. Na de explosie op 14 maart was het onduidelijk of en hoeveel koelwater er nog in het bassin aanwezig was. Daarom werd op 17 maart met behulp van helikopters water in het bassin gestort en later op de dag met waterkanonnen. Pas op 23 maart kon zeewater aan het bassin toegevoegd worden via het bestaande leidingsysteem, hoewel in de dagen daarna nog regelmatig van het waterkanon gebruikt werd gemaakt voor extra koeling. Vanwege een hoge basische waarde van het water, die de aluminiumbekleding van de brandstofstaven zou kunnen beschadigen, werd boorzuur aan het water toegevoegd.

Druk[bewerken]

In de eerste dagen na de tsunami liep de druk in de behuizing van het reactorvat op, waarna deze stabiliseerde rond 20 maart 2011 op ongeveer 500 kPa (5 atmosfeer). De te hoge druk werd geloosd in het reactorgebouw. Op 14 maart ontstond hierdoor een explosie, waarbij het reactorgebouw, de reactorbehuizing en het opslagbassin voor afgewerkte brandstofstaven beschadigd raakte. Er kwam na de explosie eerst witte, op 21 maart grijze, en op 23 maart zwarte 'rook' uit het reactorgebouw. Van 25 maart tot 18 mei kwam opnieuw witte 'rook' vrij uit het gebouw. De druk in de behuizing stabiliseerde later naar ongeveer 100 kPa (de atmosferische druk).

Vrijgekomen radioactiviteit[bewerken]

In twee van de vijf grondmonsters, genomen op 21 en 22 maart 2011 op het terrein van de kerncentrale, is een zeer kleine hoeveelheid plutonium aangetroffen, waarschijnlijk uit reactor 3. TEPCO gaf aan dat de hoeveelheid nauwelijks meer was dan gemeten bij vorige metingen en dat er geen gevaar voor de gezondheid was. Volgens NISA, de Japanse toezichthouder op de nucleaire industrie, kon de vondst van het plutonium een zekere beschadiging aan de brandstofstaven betekenen.[37]

Tussen 10 en 11 mei 2011 lekte er vanuit reactor 3 in een periode van 41 uur ongeveer 250 m³ radioactief verontreinigd water de zee in. Het water lekte op een plaats waar elektriciteitskabels door beton gingen. De totale hoeveelheid gelekte radioactiviteit werd door TEPCO geschat op 20 TBq, ongeveer 100 keer de toegestane hoeveelheid per jaar, maar veel minder dan de hoeveelheid die eerder vanuit reactor 1 lekte.[38] Het water was zwaar verontreinigd met 131I, 137Cs en 134Cs.[39] Op 17 mei startte TEPCO met het wegpompen van het water in de turbineruimte onder reactor 3. Het waterniveau steeg echter elke dag 2 centimeter. Het water werd naar een installatie gepompt, waar het kon worden schoongemaakt, zodat het daarna zou kunnen worden hergebruikt om de reactoren te koelen.[40]

Op 18 mei 2011 betraden twee medewerkers van TEPCO om half vijf 's middags voor het eerst na de waterstofexplosie van 14 maart het gebouw van reactor 3 om daar de straling te meten en te kijken of daar gewerkt kon worden. Het bezoek duurde 10 minuten. De metingen gaven een dosis van 160-170 mSv/u ter hoogte van de deur van het reactorvat. De 2 medewerkers werden blootgesteld aan 2 tot 3 mSv.[41]

Eenheid 4[bewerken]

Eenheid 4 was ten tijde van de aardbeving buiten bedrijf. De 548 splijtstofstaven waren opgeslagen in het splijtstofbassin. Op 15 maart ontstond na een explosie in een andere eenheid korte tijd brand in eenheid 4.[14] Later die dag werd bevestigd dat het water in het opslagbassin voor gebruikte splijtstofstaven kookte.[42] Dit opslagbassin bevindt zich buiten de afgeschermde omgeving van de reactor waardoor radioactiviteit vrij kan komen in de omgeving. In de ochtend van 16 maart Japanse tijd zouden in het gebouw van reactor 4 opnieuw vlammen zijn gezien, maar dit leek later vals alarm te zijn geweest.[14] De lokale autoriteiten beschreven het incident in reactor 4 als 3 op de INES-schaal, ofwel een ongeval met lokale gevolgen.[16] Op 13 april 2011 werd een staal uit het bassin met de afgewerkte brandstofstaven bij reactor 4 genomen om te testen of er beschadigde brandstofstaven aanwezig zijn. De brandstofstaven stonden op dat ogenblik volledig onder water, alhoewel de temperatuur van het bassin 90°C bedroeg in plaats van de normale 20 à 30°C.[43] Gedurende de nacht werd 195 m³ zoet water in het bassin gepompt om de brandstofstaven te koelen en tegen oververhitting te beschermen. De normale meetapparatuur in het bassin functioneerde niet meer.[44] Er moest zeer zorgvuldig worden omgegaan met het toevoegen van water aan het bassin voor de brandstofstaven, omdat de constructie van het gebouw de totale watermassa mogelijk niet langer zou kunnen dragen.

Van 16 tot 25 april (21:30 UTC) kwam er witte 'rook' uit het reactorgebouw omhoog.[45][46]

Op 9 mei begon TEPCO de vloer van het bassin met brandstofstaven bij reactor 4 te versterken.[47]

Eenheden 5 en 6[bewerken]

De eenheden 5 en 6 waren ten tijde van de aardbeving en de daarop volgende gebeurtenissen buiten gebruik, maar bevatten nog wel splijtstof in splijtstofbassins. Deze splijtstofstaven waren al langere tijd buiten gebruik en genereerden relatief weinig warmte. Op 16 maart kon een dieselgenerator de reactoren 5 en 6 weer gedeeltelijk van elektriciteit voorzien, waarna het gevaar in de eenheden 5 en 6 was afgewend.[12] De temperatuur schommelde daarna nog dagen tussen 153 en 197°C. Het duurde tot 20 maart, voor de temperatuur in de reactoren 5 en 6 gedaald was tot minder dan 100°C.[48]

Op 19 april 2011 werd ongeveer 100 m³ radioactief water uit de kelder van de turbineruimte van reactor 6 overgebracht naar de condensor.[16]

Gevolgen[bewerken]

Evacuatie van de bevolking[bewerken]

  • 11 maart 2011 (de dag van de ramp): Alle inwoners in een straal van 3 km om de centrale werden geëvacueerd. Dat gebeurde pas meer dan vier en half uur nadat TEPCO de beheerder van de centrale de noodsituatie bij de centrale overheid had gemeld omdat NISA zich niet kon voorstellen dat de situatie zich zo snel kon verslechteren. In 2007 had NISA de IAEA-standaard hiervoor niet in de Japanse richtlijnen voor kernrampen willen opnemen. Pas maart 2012 gaf NISA toe, dat het beter had gekund.[49] De dag nadien werd de perimeter uitgebreid tot 20 km: 170.000 mensen moesten uit het gebied vertrekken.[16] De eerste vijf dagen daarna ontving het bestuur van de prefectuur Fukushima via emails elk uur van het Nuclear Safety Technology Center in Tokio de voorspellingen van het computerprogramma SPEEDI, (System for Prediction of Environmental Emergency Dose Information). Dit programma was bedoeld om te voorspellen hoe de uitstoot van radioactief materiaal zich via de lucht zou verspreiden. Deze gegevens waren vitaal voor evacuaties en om gezondheidschade bij de bevolking te voorkomen. De gegevens werden niet gebruikt, want het rampencentrum meende dat de data waardeloos was, omdat de voorspelde hoeveelheid straling "zo onrealistisch was". Een jaar later gaf het bestuur van de prefectuur Fukushima dit falen toe, en dat de gegevens van de computer waren gewist.[50]
  • 12 - 15 maart 2011: De inwoners van het stadje Namie werden door lokale bestuurders geëvacueerd naar een plek ten westen van de stad. Achteraf bleek dat de evacués drie dagen hadden vertoefd in een gebied, waar de radioactieve wolk rechtstreeks naar toe was gedreven. Achteraf bleek dit door Speedi voorspeld te zijn.[51] Deze voorspellingen werden pas op 23 maart gepubliceerd, terwijl Amerikaanse hulpverleners de data al wel direct ter beschikking hadden gehad.[52] Dit leidde tot grote woede van de burgemeester Tamotsu Baba van Namie. Volgens hem hadden de evacués drie dagen vertoefd in een gebied met één van de hoogste stralingsniveaus.[51] In het parlement werden hierover vragen gesteld door Seiki Soramoto. Premier Naoto Kan ontkende dat hij hier ooit weet van had gehad, maar de minister van Energiezaken, Gishi Hosono, liet weten dat "de informatie incompleet was en daarom niet geschikt voor publicatie werd geacht." [51][53] Resultaten van metingen van de radioactiviteit in het gebied waar de evacués hebben vertoefd waren niet beschikbaar.
  • Na de explosies van 17 maart tot 19 maart 2011: Amerikaanse militaire vliegtuigen hadden de radioactiviteit bemeten in een gebied met een straal van 45 kilometer rond de centrale. In sommige gebieden bleken mensen door radioactieve neerslag in 8 uur de maximale jaarbelasting radioactieve straling op te lopen. Hoewel de gegevens door het U.S. Department of Energy doorgegeven waren op 18 maart 2011 aan het Japanse ministerie van buitenlandse zaken, waren de gegevens binnen de Japanse overheidsdiensten niet verder verspreid en gebruikt. Dit werd op 18 juni 2012 bekend.[54]
  • 11 april 2011: De Japanse regering kondigde aan dat zij de evacuatiezone verder zou uitbreiden van 20 naar 30 km, hetgeen in de dagen erna gebeurde. Rond de plaatsen Kutsurao, Namie, Iitate, Kawamata en Haranomachi was de straling op een niveau waarop de inwoners de toegestane maximale stralingsdosis van 20 mSv per jaar zouden overschrijden. Inwoners van deze gebieden werd gevraagd zich gereed te houden om in geval van nood met eigen voorzieningen het gebied te verlaten. Scholen in het gebied werden gesloten.[16]
  • 21 april 2011: De 20-kilometerzone werd tot verboden gebied verklaard door de Japanse overheid. Hoeveel mensen er nog aanwezig waren, was niet bekend. Aangenomen werd dat er om en nabij 60 gezinnen nog in het gebied waren achtergebleven. Een kort verblijf om persoonlijke eigendommen op te halen werd de 80.000 voormalige bewoners toegestaan.[16] Overtreders van het gebiedsverbod konden worden bestraft met een boete van 100.000 yen of 30 dagen hechtenis.[55]
  • 10 mei 2011: Voor de eerste keer werd een honderdtal inwoners van een dorp in evacuatiezone van 30 km rond de centrale toegestaan hun huis te bezoeken om persoonlijke eigendommen op te halen, allen gehuld in beschermende kleding.[56]
  • 12 mei 2011: Het nog aanwezige vee in de evacuatiezone zou geruimd gaan worden. De boeren werd verder niet meer toegestaan het vee te voeren. Voor de ramp waren er ongeveer 3.400 koeien, 31.500 varkens en 630.000 kippen in het gebied.[57]
  • Ongeveer een jaar na de kernramp: Een deel van de inwoners die in de buitenste ring van het evacuatiegebied woonden mocht terug naar huis. De Japanse regering had hiertoe besloten nadat gebleken was dat de centrale voldoende afgekoeld en onder controle was. Het grootste deel van het geëvacueerde gebied bleef echter gesloten gebied.[58] Op 1 april 2012 werd het de inwoners van de gemeenten Kawauchi en Tamura toegestaan terug te keren. Voor Haranomachi was dit op 15 april. Daar werd op enkele plaatsen de grens van de verboden zone verlegd naar ongeveer 10 kilometer van de kerncentrale.[59]

Niveau op de INES-schaal[bewerken]

Aanvankelijk schatte het Japanse kernenergieagentschap NISA het ongeluk in op INES-niveau 4, wat al vrij snel werd verhoogd naar niveau 5. Buitenlandse deskundigen gaven op 18 maart reeds aan dat naar hun inschatting het niveau 6 al bereikt was.[60] Greenpeace publiceerde op 25 maart een rapport[61] waaruit zou blijken dat de ramp inmiddels net als Tsjernobyl op schaal 7 zou moeten staan. Op 12 april 2011 verklaarden de Japanse autoriteiten dat dit inderdaad het geval was.

Straling[bewerken]

Stralingsniveau's[bewerken]

Na de explosie werd aan de rand van het terrein bij de ingang van de centrale in eenheid 1 een straling gemeten van 1 mSv/u, wat twaalf uur later gezakt was naar 0,040 mSv/u.[62] De normale achtergrondstraling bedraagt ongeveer 0,0001 mSv/uur.

Op 15 maart, na de brand in eenheid 4, werd rond 15:30 uur 596,4 mSv/u gemeten terwijl 's ochtend om 9 uur nog 11,9 mSv/u gemeten was. Autoriteiten gaven aan dat het stralingsniveau voor de menselijke gezondheid gevaarlijke waarden begon te krijgen. Inwoners van Tokyo begonnen na deze berichtgeving op 15 maart de stad te verlaten.[63]

Vanaf 22 maart 2011 werden door Tepco stralingsmetingen verricht op 150 plaatsen op en rond het bedrijfsterrein, om de straling in kaart te brengen. Vanaf deze dag werden de gegevens, en de uitkomsten van voorspellingen op grond van die data, via bijna dagelijkse emails gedeeld met de Nuclear Regulatory Commission in de Verenigde Staten en andere internationale nucleaire instanties. Een dag later werd de Japanse nucleaire "waakhond" NISA ingelicht.

Uitgestoten radioactiviteit[bewerken]

NISA schatte dat tot 12 april 2011 370.000 à 630.000 terabecquerel (TBq) aan radioactief materiaal ontsnapt was. De lekkage was afgenomen tot 1 TBq per uur.[64] Ter vergelijking: Een nucleair ongeval wordt volgens de normen van het IAEA op INES-niveau 7 ingeschaald wanneer enkele tienduizenden TBq 131I-equivalent[65] zijn vrijgekomen.

Op 24 mei 2012 bleek uit een nieuwe schatting van NISA dat in totaal ongeveer 900.000 TBq aan radioactiviteit was vrijgekomen, wat overeenkomt met minder dan 20% van de totale emissies bij de Kernramp van Tsjernobyl.[66] De lekkage vanuit reactor 2, waar het reactorvat door de explosie op 15 maart werd beschadigd, leverde een aanzienlijke bijdrage aan deze stralingsemissie.

Stralingsbelasting van werknemers[bewerken]

Stralingsmetingen op 17 april 2011 in de gebouwen van reactor 1, 2, 3 en 5 gaven aan dat het mogelijk was voor mensen om in de gebouwen werkzaamheden te verrichten. Gezien de stralingsbelasting kon dit echter voor maximum 4 tot 4,5 uur. In de afgesloten ruimten in de gebouwen van reactor 1 en 3 werd een zuurstofgehalte gemeten van 21%, een andere voorwaarde om daar veilig te kunnen werken.[67]

In de periode van 11 maart tot 31 december 2011 werden bijna 10.000 arbeiders aan 5 of meer millisievert blootgesteld op de centrale[bron?]. Er waren in totaal bijna 20.000 mensen werkzaam op de centrale die een gemiddelde dosis van zo'n 12 millisievert kregen. Zo'n 1000 mensen hadden een stralingsdosis van 50 millisievert of meer [bron?]. Deze kwamen in aanmerking voor een compensatieregeling als zij in de toekomst leukemie zouden ontwikkelen.[68] Ter vergelijking, in gewone omstandigheden mogen werknemers in een Belgische kerncentrale maximaal 20 mSv (millisievert) per rollend jaar oplopen[1].

In mei 2012 werd een voorlopige schatting van de opgelopen stralingsdosis gepubliceerd door de WHO. Deze schatting werd gemaakt door een comité van deskundigen dat door de WHO bijeengeroepen was. Volgens die schatting was de totale stralingsdosis die individuen hebben opgelopen in de niet-geëvacueerde gebieden in de prefectuur Fukushima op twee plekken na niet boven de 10 mSv gekomen. In die twee gebieden was de geschatte blootstelling tussen 10 - 50 mSv geweest. Ter vergelijking: 10 mSv is het internationaal gehanteerde referentieniveau voor blootstelling als gevolg van radongas in woningen, en de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP) hanteert een indicatieniveau van 20 - 100 mSv voor de resterende dosis na het uitvoeren van noodmaatregelen bij een nucleair ongeval. De dosis opgelopen binnen de evacuatiezone was niet in beschouwing genomen omdat snel was geëvacueerd en een schatting van deze dosis nauwkeuriger gegevens vereiste dan het comité tot zijn beschikking had.[69]

Radioactieve besmetting[bewerken]

Drie medewerkers van de centrale vertoonden symptomen van stralingsziekte, al meldde TEPCO later dat het om slechts één medewerker zou gaan .[70]

De verspreide besmetting bestaat uit een aantal karakteristieke radioactief elementen zoals strontium, jood en xenon. Deze stoffen kunnen zelfs in uiterst kleine hoeveelheden opgespoord worden. De installaties van de kerncentrale werden geruime tijd gekoeld met zeewater, dit water neemt een deel van de radioactieve besmetting mee. Sporen van deze radioactieve elementen werden gevonden in het grondwater in de omgeving [71], in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul [72], Thunnus orientalis ('Pacifische blauwvintonijn') gevangen in Californische wateren, en zeewater voor de westkust van Canada.[73] In de Rotterdamse haven werden op 10 mei 2011 vijf zeevaartcontainers apart gezet vanwege een te hoge stralingsdosis. In[74] In België gebeurde hetzelfde met 17 containers[1]. Een jaar na ramp blijkt er nog evenveel 134Cs en 137Cs aanwezig in zeevissen gevangen rond de kerncentrale van Fukushima als net na de kernramp. Dit geeft aan dat er nog steeds radioctief cesium vrijkomt in de voedselketen.[75] TEPCO gaf toe dat lekken niet konden worden uitgesloten, maar voegde toe dat de stralingsniveau's in zowel het zeewater als het gebied rondom de reactor daalt.[76]

TEPCO neemt maatregelen om deze schade te beperken, zo werd op 22 februari 2012 begonnen met het aanbrengen van een 60 centimeter dikke laag beton op de zeebodem over een oppervlakte van 7 hectare, omdat rond de inlaat van koelwater voor de centrale de bodem vervuild was geraakt. Het beton zou ten minste 50 jaar de verspreiding van vervuild slib en zand naar zee kunnen tegen gaan. Voor de werkzaamheden was vier maanden uitgetrokken.[77]

Afhandeling van de ramp op de site van de kerncentrale[bewerken]

Voor de afhandeling van de ramp dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de onmiddellijke noodzakelijke acties om een overzicht te krijgen over de aangebrachte schade en om de kernreactoren te stabiliseren. Op middellange termijn moest er een oplossing gezocht worden voor de opruiming van de besmetting en het radioactief water, zowel opgeslagen koelwater, besmet grondwater als besmetting op de zeebodem.

Door de complexiteit van de afhandeling van de ramp zijn vele partijen betrokken. In de regio rond Tokyo en Osaka is er echter sinds decennia een grijze arbeidsmarkt actief. Bij nader onderzoek in 2013 bleken bendes geïnfiltreerd te zijn bij de diverse onderaannemers voor de schoonmaak van de radioactieve neerslag in de regio.[78]

Persoonlijke ongelukken[bewerken]

Twee TEPCO-medewerkers die aan het werk waren in het turbinegebouw van eenheid 4 ten tijde van de explosie zijn op 2 april 2011 dood gevonden.[79] Een kraanmachinist die verantwoordelijk was voor de bediening van de kraan in het reactorgebouw raakte tijdens de aardbeving zwaargewond en overleed later.[80]

Er waren ook verscheidene medewerkers die door straling werden getroffen. Eén TEPCO-medewerker die aan het werk was in eenheid 3 ten tijde van het stoom afblazen is in het ziekenhuis opgenomen omdat hij meer dan 100 mSv ontving. Dit niveau is geaccepteerd als verdraagbare dosis ten tijde van een ongeluk. Zes andere TEPCO-medewerkers hebben meer dan 100 mSv ontvangen. Op 24 maart 2011 kwamen drie medewerkers van een onderaannemer tijdens hun werkzaamheden in een kelder van één van de reactoren in aanraking met een verhoogde dosis straling. In die kelder was een hoeveelheid radioactief water aanwezig. Twee van hen werden opgenomen in een ziekenhuis, waarbij werd geconstateerd dat ze een stralingsdosis van 2 tot 6 sievert hadden opgelopen.[81]

Inspecties van de reactorgebouwen[bewerken]

Op 14 maart 2012 werden de condensatiebassins onder reactor 2 en 3 geïnspecteerd. In de kelder van reactor 2 werd 160 mSv/u gemeten. De deur naar de kelderruimte in reactorgebouw 3 was beschadigd door een explosie en kon niet worden geopend. Vóór deze deur werd een stralingsniveau gemeten van 75 mSv/u. Deze stralingsniveaus waren zo hoog, dat de reparaties om de lekken in de condensatiebassins te dichten enkel door robots konden worden gedaan.[82]

Op maandag 26 maart 2012[83] werd begonnen met een tweedaags endoscopisch onderzoek van reactor 2. Hierbij werd gekeken naar het reactoroppervlak en watertemperatuur. Het water bleek slechts 60 centimeter hoog te staan in de primaire container, terwijl men daarvoor aannam dat er 3 meter water zou staan.[84] Met een watertemperatuur van 48,5°C bleek de koeling goed te werken, alhoewel een groot deel het koelwater waarschijnlijk weglekte via het beschadigde condensatiebassin. Het aangetroffen water was helder en bevatte sediment, waarschijnlijk afgebladderde verf of roest, terwijl de aanwezigheid van kernbrandstof zeer onwaarschijnlijk was.[85]

In het weekend van 16 en 17 april 2011 werd met robots een onderzoek uitgevoerd in de reactorgebouwen. Deze robots waren in staat deuren van ruimten te openen. Ze waren uitgerust met videocamera's om de inspectie vast te leggen en met meetapparatuur om de stralingsniveaus te meten in deze ruimten, die na het begin van de ramp niet meer door mensen betreden waren. Op 21 april werd een aantal video's vrijgegeven.[86] Een vliegende robot werd gebruikt om de schade aan de gebouwen op te nemen.[87]

Radioactief water[bewerken]

Door het koelen van de eenheden met zeewater en later met zoet water, ontstond er in de ruimten onder de reactoren een grote hoeveelheid, zo'n 60.000 m³, van in verschillende mate radioactief besmet water. Vooral het water dat uit reactor twee lekte was hoogradioactief. Dit water moest opgevangen worden en om plaats te maken werd 9.000 m³ licht radioactief water in zee geloosd. Dit gebeurde zonder overleg met omringende landen zoals Rusland en Zuid-Korea, wat tot protesten leidde van die landen. Op zondag 10 april 2011 bood de regering van Japan in de persoon van de eerste minister Naoto Kan daarvoor excuses aan.[88] Een deel van het hoogradioactieve water werd opgeslagen in een condensor van reactor twee[89] en een ander deel werd opgevangen in een drietal roestvrijstalen opslagtanks die door de Verenigde Staten werden geleverd.[90]

Voor de koeling werd er per dag 1000 m³ water gebruikt, wat grote hoeveelheden radioactief water opleverde. In samenwerking met de Franse kerncentraleproducent Areva werd een systeem gebouwd om het water te demineraliseren voor hergebruik.[91] Kurion, een ander bedrijf gespecialiseerd in nucleaire afvalverwerking, leverde eveneens apparatuur voor waterbehandeling ter plaatse.[92]

In december 2011 bleek zich in een tunnel 230 m³ radioactief besmet water te bevinden, met aan het oppervlak een equivalent dosistempo van 3 mSv/u.[93] Omdat boven de tunnel een gebouw lag waar hoogradioactief water was opgeslagen, was het vermoeden dat er radioactief water vanuit de opslag de tunnel in was gelekt, waarna het verdund was geraakt met grondwater. Omdat er geen open verbinding met de omgeving en de zee was, was er geen sprake van vervuiling van de omgeving. Vervolgonderzoek naar aanleiding van dit probleem leverde meer ondergronds verontreinigd water op. Ongeveer 600 m³ water met cesiumconcentraties variërend tussen 49 en 69 KBq/L werd gevonden vlak bij reactor 3, in een tunnel die gediend had als kabelgoot voor elektrische leidingen [94] en 500 m³ water met een cesiumconcentratie van 16 MBq/L in een tunnel bij een installatie voor de opslag van hoog radioactief water bij reactor 2. Een kleinere hoeveelheid water was aangetroffen in een tunnel vlak bij reactor 1.

In de winter van 2011-2012 lekte enige malen water weg door het bevriezen van slecht geïsoleerde leidingen.[95][96][97] TEPCO stelde dat er geen radioactief water is weggelekt en dat het water niet buiten de gebouwen terecht is gekomen. NISA droeg TEPCO op verdere lekkages te voorkomen. Op 26 maart 2012 lekte er toch 120 m³ een week later 12 m³ uit de koelwaterinstallatie voor reactor 1, 2 en 3, waarvan een klein deel in zee terechtkwam[85]. TEPCO nam aan, dat een aanzienlijk deel via een naburige greppel in zee kon stromen.[98]

In monsters genomen tussen half mei en half juni 2013 werd 1 kBq/L strontium en 500 kBq/L tritium gemeten, respectievelijk 30 en 8 maal de veiligheidslimiet. De monsters waren genomen in een put op het terrein van de centrale, 27 meter uit de kustlijn. Of er radioactiviteit naar zee was gelekt uit deze put moest nog worden uitgezocht al was volgens TEPCO de radioactiviteit in zee niet significant gewijzigd. Om vervuiling te voorkomen, zou de grond rond de put waterdicht worden gemaakt.[99] Het waterdicht maken van de putten zou volgens experts niet per se tot een oplossing hoeven leiden. Het afdammen van de putten zou tot een andere stroomrichting van het lekwater kunnen leiden, waardoor radioactief vervuild water zich naar andere delen van het terrein zou kunnen verspreiden.[100] In een put vlakbij de kust werd in juli 2013 in een tijdspanne van vier dagen een sterke verhoging van cesium geconstateerd tot 11 MBq/m³ 134Cs en 22 MBq/m³ 137Cs. Deze verhoging is mogelijk te wijten aan opmenging van modder die eerder radioactief materiaal absorbeerde. De put ligt vlakbij een put van waaruit in april 2011 hoog radioactief materiaal lekte. Ook in een andere nabijgelegen put werden in korte tijd verhoogde waarden gemeten.[101] De reden voor de hogere waarden was onbekend.[102]

Op 24 juli 2013 gaf NRA voor de eerste keer toe dat TEPCO op termijn niet anders kan dan radioactief water in zee te lozen na verwijdering van de meeste radioisotopen. Anders zou het terrein geheel volgroeien met opslagtanks. Voor het tot nog toe niet verwijderbare tritium zou nog een oplossing gezocht worden.[103]

In de nacht van 19 op 20 februari 2014 werd een lek ontdekt bij een opslagtank voor radioactief water. Naar schatting was daaruit 100 m³ weggelekt, dat volgens TEPCO op het terrein was gebleven.[104] [105] [106]

Besmetting van grondwater en zeebodem[bewerken]

Op 22 juli 2013 werd bekend dat er radioactief water weglekte naar de stille oceaan.[107] Dit werd later geschat op 300 kubieke meter per dag. In totaal zou zo'n 20 à 40 TBq tritium naar zee gestroomd zijn.[108] Naar de mening van TEPCO was deze hoeveelheid niet excessief, aangezien het vergunning had om onder normale bedrijfvoering per jaar 22 TBq te lozen. TEPCO gaf echter toe, dat er op de lozing geen controle was. De Kuroshio stroming aan de kust van Fukushima is één van de sterkste zeestromingen ter wereld, die voor een grote verspreiding van radioactieve deeltjes over de gehele Noordelijke hemisfeer zou kunnen zorgen.[bron?]

Onderzoekers van de universiteit van Tokyo vonden op de zeebodem ten oosten van de centrales hotspots, plaatsen met een sterk verhoogde concentratie 137Cs. Op een plaats werd een piek van 40kBq gemeten. Er was volgens de onderzoekers geen verband met de lekkages die in juli 2013 bekend werden, maar wel met het hoogradioactieve water dat in april en mei 2011 reeds de zee instroomde en zich op plekken op de zeebodem concentreerde.[109]

Augustus 2013: Een ondergrondse muur van waterglas werd gebouwd opdat het grondwater niet meer naar zee kon vloeien. De NRA had hier echter bedenkingen bij, aangezien de toestroom van grondwater er niet door werd geremd[110] en erkende tevens de noodsituatie.[111] Op 9 augustus begon men met het oppompen van besmet grondwater voor de afsluiting om de verspreiding in te dijken.[112] Gezien de omvang van de problemen ter hoogte van de kerncentrale, zou de Japanse overheid zich actiever inlaten met de afhandeling en zou er met overheidsgeld een oplossing gezocht worden om de toename van radioactief grondwater te stoppen.[113] Een van de plannen was om de grond langs de centrale te bevriezen, om zo de grondwaterstroom te blokkeren, hetgeen een erg dure oplossing zou zijn.[114] De afsluiting met waterglas veroorzaakte een snelle stijging van het grondwater en kon het weglekken van de radioactiviteit naar de oceaan echter geen halt toeroepen.[115][116][117]

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Oncontroleerbare referenties, data dienen nagekeken te worden en degelijke toegankelijke referenties gezocht te worden

Leeghalen afkoelbassin reactor nr. 4[bewerken]

Op 15 november 2013 maakte TEPCO bekend, dat de maandag daarop een begin zou worden gemaakt met het leeghalen van het afkoelbassin van reactor 4, waarin nog in totaal 1331 gebruikte en 202 ongebruikte brandstof-bundels waren opgeslagen. De brandstofstaven zullen in een container uit het vat worden getakeld, en naar een veiliger afkoelbassin op een honderd meter afstand worden overgebracht.[118]

Op 19 november 2013 waren 22 ongebruikte brandstof-bundels uit het afkoelvat in een container geplaatst. Twee dagen later werd de container 32 meter naar beneden getakeld en naar een afkoelvat op 100 meter afstand overgebracht. [119]

Nasleep van de ramp[bewerken]

In de nasleep van de kernramp van Fukushima werden alle Japanse reactoren stilgelegd voor bijkomende veiligheidsonderzoeken. TEPCO kondigde na de ramp aan dat de reactoren 1 tot en met 4, nadat ze waren gestabiliseerd, buiten bedrijf zouden worden gesteld en ontmanteld. Over de reactoren 5 en 6 zou later worden beslist.[120] Op aandringen van de Japanse regering werd door TEPCO op 17 april 2011 een tijdschema gepubliceerd waarin gepoogd werd om binnen drie maanden een stabiele koeling van de reactoren en de splijtstofbassins en een reductie van de stralingsuitstoot te bereiken. Na drie tot negen maanden zou de stralingsuitstoot onder controle moeten zijn.[121] In een poging zich aan het opgelegde schema te houden, werd een beschermend omhulsel voor reactorgebouw 1 gebouwd.[122]

Op 16 december 2011.[123] werd de kerncentrale door Tepco stabiel verklaard. Alle reactoren hadden op die datum een stabiele temperatuur van minder dan 100°C bereikt.

Financieel[bewerken]

De Nikkei 225-beursindex zakte meer dan 1200 yen (13%) in de eerste uren van de handel op 15 maart nadat de Japanse overheid waarschuwde voor verhoogde stralingsniveaus als gevolg van dit ongeluk.[124]

Bij de presentatie van de jaarcijfers op 20 mei 2011 maakte Masataka Shimizu, de allerhoogste topman van TEPCO, bekend dat hij ontslag had genomen om zo de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de manier waarop TEPCO heeft gehandeld na de ramp met de centrales in Fukushima. Zijn opvolger Katsutoshi Chikudate was ook afkomstig uit de directie van het bedrijf.[125]

Op 7 januari 2014 maakte het ABP-pensioenfonds bekend, dat het alle aandelen TEPCO die het ooit in bezit had, had afgestoten. Volgens het ABP had "de reactie van het bedrijf op de stroom van ernstige en verwijtbare incidenten aangetoond, dat het bedrijf onvoldoende oog had voor de publieke veiligheid", waren er onvoldoende maatregelen genomen om milieuschade te voorkomen, en bleek een gedragswijziging bij TEPCO niet mogelijk. [126]

Uitstoot CO2[bewerken]

De sluiting van de meeste kerncentrales in Japan na de kernramp heeft geleid tot een sterk verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen. Dit leidde onder meer tot een recorduitstoot van CO2 en het overschrijden van de emissienormen opgenomen in het Kyotoprotocol. Japan is door zijn geografische ligging en geologie sterk afhankelijk van de import van brandstof. Het land ziet zijn energiefactuur stijgen tot jaarlijks 250 miljard dollar. Deze hoge kosten dragen bij tot het huidige handelstekort in Japan.[127][128]

Eerste minister Abe trachtte zo snel mogelijk de nucleaire productie herop te starten om het handelstekort terug te dringen en de Japanse economie terug op spoor te krijgen. Op 1 juli 2012 werd reactor 3 van de kerncentrale van Oi als eerste Japanse reactor herstart na de kernramp in Fukushima.[129] Oi's reactor 4 werd op 18 juli 2012 herstart.[130] Deze actie werd ondernomen om grote elektriciteitstekorten in de zomer van 2012 te voorkomen, ondanks verdeeldheid over het gebruik van kernenergie in en protest van de Japanse samenleving.

Politiek[bewerken]

Op 10 mei 2011 gaf de Japanse premier Naoto Kan te kennen dat hij voorlopig afzag van zijn salaris als premier, zolang de kernramp in Fukushima zich voort zou slepen. Ook gaf hij aan dat de energiepolitiek van Japan heroverwogen diende te worden: kernenergie diende nog veiliger te worden, maar ook wind en zon zouden een bijdrage moeten leveren. Het voornemen om in 2030 de helft van alle energie met kernenergie op te wekken en nog eens 14 nieuwe kerncentrales te bouwen, werd opnieuw worden overwogen.[131]

In september 2012 nam de Japanse regering de beslissing om kerncentrales gefaseerd te gaan sluiten, zodat tegen 2040 de energiebehoefte geheel geleverd zou moeten worden door hernieuwbare en conventionele fossiele energiecentrales.

In december 2012 draaide de nieuwe Japanse regering dit besluit weer terug.[132]

Onderzoeksrapporten[bewerken]

In mei 2011 bracht het Internationaal Atoomenergieagentschap een bezoek aan de beschadigde centrale en stelde op basis van de bevindingen een rapport op. Enkele belangrijke punten uit dit rapport:[9]

  • De openheid van de Japanse regering en andere instanties om informatie te delen en vragen te beantwoorden
  • De voorbeeldige reactie van het personeel van de centrale, wat resulteerde in een goede aanpak om een veilige situatie te creëren
  • De voortvarende handelswijze van de Japanse overheid om het publiek te beschermen.
  • Planning voor een veilige ontmanteling van de centrale is belangrijk.
  • De gevaren van een tsunami waren onderschat.
  • Er moeten meer veiligheidssystemen komen om extreme externe gebeurtenissen aan te kunnen en deze moeten vaker geëvalueerd worden om te beoordelen of ze nog voldoen.
  • Het ongeluk laat het belang zien van een on-site rampencoördinatiecentrum.
  • Er moet gekeken worden naar de risico's van waterstof.
  • Noodsystemen moeten robuust zijn en ook onder zware omstandigheden blijven werken.

Begin juni 2011 bood de Japanse regering aan het IAEA een rapport aan waarin een aantal zaken ten aanzien van de ramp nader werden toegelicht:[133]

  • Japan was niet goed voorbereid op een nucleaire ramp van deze omvang.
  • Het toezicht op de nucleaire industrie was onvoldoende en droeg bij aan de schade.
  • Het NISA, de Japanse toezichthouder, zou verder gaan als onafhankelijk toezichthouder, los van het Ministerie voor Industrie.
  • De totale hoeveelheid uitgestoten radioactiviteit was groter dan aanvankelijk werd aangenomen: 160.000 TBq voor 131I en 15.000 TBq voor 137Cs in plaats van de respectievelijk 130.000 en 6100 TBq die eerder waren genoemd.
  • Er vond kernsmelting plaats in drie reactoren van de centrale.
  • Mogelijk was er brandstof door het reactorvat heen gesmolten.
  • Een panel van tien deskundigen zou worden aangesteld, dat in opdracht van de regering de oorzaken van de ramp zou gaan onderzoeken.

De speciale onderzoekscommissie van het Japanse lagerhuis had TEPCO gevraagd om begin september 2011 inzage te geven in de handleidingen en procedures voor ongelukken. Een deel van de vrijgegeven index was echter zwart gemaakt of weggelaten. Deze info was volgens TEPCO geheim, viel onder intellectueel eigendom en de veiligheid van het radioactief materiaal zou in het gedrang zijn. De commissie eiste vervolgens alsnog de originelen op.[134]

Externe links[bewerken]

Referenties
  1. a b c d Fukushima, één jaar later, overzichtsdossier van het Federale Agentschap voor Nucleaire Controle
  2. a b The Age d.d. 4 juni 2013: Japan's radiation disaster toll: none dead, none sick http://www.theage.com.au/comment/japans-radiation-disaster-toll-none-dead-none-sick-20130604-2nomz.html#ixzz2buxZzlHC
  3. (en) CNN. Fukushima tuna study finds minuscule health risks (4 juni 2013) Geraadpleegd op 23 augustus 2003
  4. The Wall Street Journal d.d. 18 augustus 2012: The Panic Over Fukushima
  5. Did the Media Hype Fukushima Health Impacts?
  6. (en) AFP. IAEA warned Japan over nuclear quake risk: WikiLeaks (17 maart 2011) Geraadpleegd op 3 september 2012
  7. (en) Information on Status of Nuclear Power Plants in Fukushima, update 65. Japan atomic industrial forum (5 april 2011) Geraadpleegd op 3 september 2012
  8. a b (en) Fukushima to Restart Using MOX Fuel for First Time. Nuclear Street (17 september 2010) Geraadpleegd op 6 september 2012
  9. a b c (en) IAEA International Fact Finding Expert Mission Of The Nuclear Accident Following The Great East Japan Earthquake And Tsunami: Priliminary Summary. Internationaal Atoomenergieagentschap (1 juni 2011) Geraadpleegd op 6 september 2012
  10. (en) Fukushima Nuclear Accident Update Log, Updates of 18 April 2011
  11. De Standaard (16 maart 2011) Baas Atoomagentschap omschrijft situatie als 'zeer ernstig'
  12. a b NOS 20 maart Twee reactoren Japan onder controle
  13. Trouw.nl (13 maart 2011) Zeewater om kernsmelting te voorkomen
  14. a b c (en) TEPCO (5 april 2011) Status of TEPCO's Facilities and its services after the Tohoku-Taiheiyou-Oki Earthquake
  15. (en) House of Japan (28 februari 2012) TEPCO ordered to report on change in piping layout at Fukushima plant
  16. a b c d e f g h (en) IAEA (12 maart 2011) Fukushima Nuclear Accident Update Log
  17. (en) BBC (12 maart 2011) Huge blast at Japan nuclear power plant
  18. De Telegraaf (5 mei 2011) Medewerkers betreden kerncentrale Japan
  19. (en) BBC (5 mei 2011) 'Medewerkers van TEPCO betreden reactorgebouw 1
  20. a b (en) JAIF (24 mei 2011) Earthquake Report 91
  21. NRC Handelsblad (14 maart 2011) Vijf vragen over falende kernreactoren
  22. NOS (15 maart 2011) Reactorvat mogelijk beschadigd
  23. NRC (31 maart 2011) Steeds meer radioactief jodium lekt in Japanse zee
  24. (en) JAIF (29 maart 2011) Earthquake report 36
  25. (en) TEPCO (4 april 2011) All 6 units of Fukushima Daiichi Nuclear Power Station have been shut down
  26. (en) JAIF (4 april 2011) Earthquake Report 42
  27. (en) JAIF (15 September 2011) Earthquake report 205
  28. (en) JAIF (16 september 2011) Earthquake Report 207
  29. (en) JAIF (18 januari 2012) Earthquake Report 321
  30. (en) JAIF (19 januari 2012) Earthquake Report 324
  31. (en) world-nuclear-news.org (7 februari 2012) Stabilisation after Fukushima cooling change
  32. (en) JAIF (7 februari 2012) Eartquake report 340
  33. (en) JAIF (13 februari 2012) Eartquake report 346
  34. The Japan Times (15 April 2012) Another thermometer breaks at Fukushima
  35. (en) JAIF (04 juni 2012) Earthquake Report 435
  36. (en) Mainichi Japan (29 februari 2012) Robot detects high radiation levels at Fukushima Daiichi plant
  37. (en) The Epoch Times (28 maart 2011) Plutonium found in soil around Japanese nuclear plant
  38. (en) The Japan Times (22 mei 2011) 20 terabecquerels of radioactive materials flowed out to Pacific
  39. (en) World Nuclear news (11 mei 2011) zwaar verontreinigd water lekt uit pompkamers
  40. (en) Kyodo News (17 mei 2011) TEPCO maakt begin met wegpompen water in turbineruimte onder reactor 3
  41. (en) Japan Atomic Industrial Forum (19 mei 2011) Earthquake report no. 86
  42. nrc.nl Live (15 maart 2011) Radioactieve wolk na explosie Fukushima – Afkoelbad reactor 4 aan het koken
  43. (en) Kyodo News (13 april 2011) Workers start removing toxic water in level 7-rated nuke crisis
  44. (en) Kyodo News (13 april 2011) Workers continue to remove toxic water, cool spent nuke fuel pools
  45. IAEA-rapport afwikkeling kernongeluk Fukushima, bericht van 18 april
  46. IAEA-rapport afwikkeling kernongeluk Fukushima, bericht van 27 april
  47. (en) IAEA-rapport (20 mei 2011) IAEA-rapport 12-18 mei: start ondersteuningsconstructie bassin met brandstofstaven 4
  48. (en) website TEPCO Ruwe data TEPCO ten aanzien van reactor 5 en 6 en de brandstofbassins
  49. JAIF (16 maart 2012) Earthquake-report 275
  50. The Mainichi Shimbun (22 maart 2012) Fukushima Pref. deleted 5 days of radiation dispersion data just after meltdowns
  51. a b c (en) New York Times (8 augustus 2011) Japan Held Nuclear Data, Leaving Evacuees in Peril
  52. The Mainichi Daily News (17 januari 2012) Radiation-dispersal data was provided to U.S. before Japanese public
  53. De Volkskrant (10 augustus 2011) page 13.
  54. The Mainichi Shimbun (18 Juni 2012) Japan failed to use U.S. radiation data gathered after nuke crisis
  55. NOS (21 april 2011) Regio Fukshime nu verboden gebied
  56. NU.nl (10 mei 2011) Bewoners besmet gebied Fukushima even thuis
  57. (en) Kyodo News (12 mei 2011) Vee wordt geruimd in evacuatie-zone
  58. NOS (30 mrt 2012) Deel Japanse evacués naar huis
  59. JAIF (17 April 2012) Earthquake Report 404
  60. NOS (18 maart) Japan verhoogt dreigingsniveau
  61. (en) Greenpeace (25 maart 2011) Greenpeace rapport INES-rating
  62. De Standaard (24 maart 2011) 'Zeer hoge' radioactieve uitstoot in Fukushima
  63. RTL Nieuws (15 maart 2011) Uittocht uit Tokio vanwege straling
  64. (en) Kyodo News (12 april 2011) Japan ups Fukushima nuke crisis severity to 7, same as Chernobyl
  65. Voor andere stoffen dan 131I gelden weegfactoren, waarbij schadelijkere materialen een hogere weegfactor krijgen. Zo heeft 137Cs een weegfactor van 40, d.w.z., 1 Bq 137Cs wordt gelijk gesteld aan 40 Bq 131I).
  66. (en) JAIF (No. 429, 25 mei) Earthquake-report No. 429, May 25
  67. (en) BBC (18 april 2011) Robots record high radiation levels at Japan reactors
  68. The Asahi Shimbun (5 augustus 2013)9,640 Fukushima plant workers reach radiation level for leukemia compensation
  69. Preliminary dose estimation from the nuclear accident after the 2011 Great East Japan Earthquake and Tsunami, WHO, mei 2012, p. 15, 63-65
  70. (en) New York Times (13 maart 2011) Second Explosion at Reactor as Technicians Try to Contain Damage
  71. (en) Kyodo News (1 april 2011) Groundwater at nuclear plant 'highly' radiation-contaminated: TEPCO
  72. NU.nl (29 maart 2011) Radioactief jodium in Seoul
  73. [1]
  74. NU.nl (10 mei 2011) Besmette containers onderschept in haven
  75. Ken O. Buesseler (26 oktober 2012). Fishing for Answers off Fukushima. Science 338 (6106): 480-482 . DOI:10.1126/science.1228250.
  76. Nu.nl (26 oktober 2012) Tepco sluit niet uit dat centrale Fukushima nog lekt
  77. JAIF (22 februari 2012)Earth-quake-report 354
  78. (en) Japan's homeless recruited for murky Fukushima clean-up. Reuters (29 december 2013) Geraadpleegd op 24 februari 2014
  79. NOS.nl (3 april 2011) Twee lichamen gevonden in Fukushima
  80. (en) wnn (22 maart 2011) Lijst met persoonlijke ongelukken
  81. (en) IAEA.org (27 maart 2011) Fukushima Daiichi Nuclear Accident Update
  82. JAIF (15 maart 2012) Earthquake report 374
  83. JAIF (26 maart 2012) Earthquakereport 384
  84. JAIF (26 maart 2012) Earthquake Report 385
  85. a b The Mainichi Shimbun (27 maart 2012) Water level of Fukushima No. 2 reactor only 60 cm above bottom
  86. (en) IEEE (20 april 2011), robotvideo's in de reactorgebouwen
  87. (en) IEEE (20 april 2011) Robotic Aerial Vehicle Captures Dramatic Footage of Fukushima Reactors
  88. (en) Kyodo News (10 april 2011) Kan regrets late notice of radioactive water release into sea
  89. (en) Kyodo News (12 april 2011) Progress slow in restoring Fukushima plant amid pools of toxic water
  90. (en) Kyodo News (14 april 2011) U.S. sends water storage tanks, trailer to Fukushima nuclear plant
  91. De Volkskrant, woensdag 25 mei 2011, pagina 3
  92. (en) Gigaom (2 juni 2011) Kurion raakt betrokken bij het opruimen.
  93. JAIF (19 December 2011) Earthquake report 295
  94. The Mainichi Daily news (13 januari 2012) 300 tons of tainted water found near No. 3 unit at Fukushima plant
  95. JAIF (30 januari 2012) Earthquake Report 333
  96. The Mainichi Daily News (2 februari 2012) TEPCO says 8.5 tons of water leaked from Fukushima No. 4 reactor
  97. The Mainichi Daily News (1 februari 2012) Radioactive water leaking from inside Fukushima No. 4 reactor
  98. JAIF (5 april 2011) Earthquake-report 394
  99. The Asahi Shimbun (19 juni 2013) High levels of strontium, tritium found in well water at Fukushima plant
  100. The Asahi Shimbun (13 juli 2013) TEPCO's plan to halt spread of radioactive water based on shaky theory
  101. The Mainichi Shimbun (8 juli 2013) Groundwater contamination level soars at Fukushima plant
  102. The Mainichi Shimbun (10 juli 2013) Cesium readings further climb in groundwater at Fukushima plant
  103. The Asahi Shimbun (25 juli 2013) NRA chairman says release of radioactive water into sea is inevitable
  104. Nu.nl (20 februari 2014) Radioactief water gelekt uit opslag Funkushima
  105. CNN (20 februari 2014) New radioactive water leak at Japan's Fukushima Daiichi plant
  106. BBC-news (20 februari 2014) Japan's Fukushima nuclear plant leaks radioactive water
  107. algemeen dagblad (22 juli 2013) Kerncentrale Fukushima lekte radioactief water in Stille Oceaan
  108. (en) BBC News. Fukushima radioactive water leak an 'emergency' (5 augustus 2013) Geraadpleegd op 11 augustus 2013
  109. The Asahi Shimbun (8 augustus 2013) Cesium hotspots found in seabed east of Fukushima
  110. The Asahi Shimbun (2 augustus 2013) Radioactivity levels higher in water deeper underground at Fukushima plant
  111. Centrale Fukushima blijft lekken. hln.be (6 augustus 2013) Geraadpleegd op 6 augustus 2013
  112. (en) Reiji Yoshida. Tepco starts pumping groundwater. Japan Times Geraadpleegd op 11 augustus 2013
  113. REUTERS (7 augustus 2013) (Reuters) - The Japanese government will take a significantly bigger role in the massive clean-up at the crippled Fukushima nuclear plant and may spend taxpayer money to contain the build-up of radioactive water, officials said on Wednesday.
  114. National geographic daily news (19 augustus 2013), Can an Ice Wall Stop Radioactive Water Leaks from Fukushima?
  115. The Asahi Shimbun (7 augustus 2013) Radioactive water may be seeping over underground barrier at Fukushima plant
  116. The Minich Shimbun (11 augustus 2013) TEPCO says radioactive water likely flowed over underground wall
  117. The Asahi Shimbun (10 augustus 2013)[ http://ajw.asahi.com/article/0311disaster/fukushima/AJ201308100048 TEPCO starts pumping up contaminated water]
  118. The Manichi Shimbun (15 november 2013) TEPCO to start fuel removal from Fukushima No. 4 unit Monday
  119. The Mainichi Shimbun (21 November 2013) TEPCO transfers 1st batch of fuel rods from Fukushima No. 4 spent fuel pool
  120. (en) Kyodo News (30 maart 2011) Tokyo Electric to scrap 4 reactors at crippled nuclear plant
  121. (en) Kyodo News (17 april 2011) TEPCO aims to achieve 'cold shutdown' for reactors in 6-9 months
  122. (en) TEPCO (13 mei 2011) Commencement of a preparation work for the installation of a cover for the reactor building of Unit 1, Fukushima Daiichi Nuclear Power Station
  123. Nos.nl (16 december 2011) Kerncentrale Fukushima nu stabiel
  124. (en) The Wall Street Journal (15 maart 2011) Tokyo Shares Plunge 13%
  125. De Volkskrant (20 mei 2011) TEPCO-topman stapt op om Fukushima
  126. Nu.nl (7 januari 2014) Pensioenfonds ABP weert Tepco wegens schenden mensenrechten
  127. (en) Japan faces higher fuel bill as nuclear shutdown enters third year. Reuters (14 maart 2013) Geraadpleegd op 23 augustus 2013
  128. (en) Japan Utilities Emit Record CO2 After Fukushima Disaster. Bloomberg businessweek (8 augustus 2012) Geraadpleegd op 23 augustus 2013
  129. Kyodo News/Jiji Press, Oi's reactor 3 first to go critical after Fukushima, Japan Times, 3 juli 2012, p. 1
  130. (en) Oi nuclear plant's No 4 reactor begins generating power. Zee Media Corporation Ltd Geraadpleegd op 11 februari 2014
  131. (en) Guardian (11 mei 2011) Japan verandert zijn nucleaire plannen
  132. http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.1515729
  133. (en) Report of Japanese Government to the IAEA Ministerial Conference on Nuclear Safety - The Accident at TEPCO's Fukushima Nuclear Power Stations
  134. JAIF (13 september 2011) Earthquake Report 203