Ketolichaam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chemische structuur van de drie verschillende ketolichamen: aceton (boven), acetoazijnzuur (midden), en beta-hydroxyboterzuur (onder).

Ketolichamen zijn energierijke verbindingen met een keton-groep aan de molecule. Ze hebben een laag moleculair gewicht, en worden onder andere door de hersenen gebruikt als brandstof in het geval van hypoglycemie.

Ketolichamen worden hoofdzakelijk geproduceerd in de lever en verbruikt in perifere weefsels (als de huid).

Synthese van deze brandstoffen komt voort uit de verbranding van vetzuren; dit gebeurt omdat de bloed-hersenbarrière niet doorlaatbaar is voor vetten, waardoor deze bron van energie via een omweg de hersenen moet bereiken. Voor de aanmaak van een ketolichaam is twee Acetyl-CoA nodig. Bij de afbraak ervan komen twee Acetyl-CoA moleculen vrij. Eigenlijk zijn ketolichamen een handige manier om Acetyl-CoA te exporteren uit de lever.

Metabolisme[bewerken]

Vanuit acetyl-CoA kan acetoacetaat gevormd worden, dit is de onstabiele vorm van ketolichaampjes. Het kan spontaan vervallen (decarboxyleren = afsplitsen van CO2) tot aceton. Aceton kan niet worden gebruikt in het lichaam, en wordt via de adem of de urine uitgescheden. ß-hydroxyboterzuur, wordt enzymatisch verkregen uit acetoacetaat (door D-ß-hydroxyboterzuur dehydrogenase. Hiervoor is NADH nodig), en is het belangrijkste, stabiele, ketolichaam in de stofwisseling van mens en dier.

Synthese vindt plaats in de lever, en opname voornamelijk in de hersenen, alwaar de ketolichamen weer omgezet worden Acetyl-CoA. Een ketolichaam levert 2 Acetyl-CoA op. Deze Acetyl-CoA kan de Citroenzuurcyclus (== Krebs cyclus == tricarbonzuur-cyclus) en zo gebruikt worden voor de ATP productie. Vanuit ketolichaampjes kan geen gluconeogenese worden gestart. Aangezien de laatste stap van de glycolyse, de omzetting van pyruvaat naar Acetyl-CoA, een decarboxylatie(afsplitsen van CO2) is. Deze reactie is zeer exergonisch(komt veel energie bij vrij), om de reactie om te keren is daarom veel energie vereist. Zoveel dat deze reactie niet kan plaatsvinden in een levend organisme.

Voorkomen in het menselijk lichaam[bewerken]

Normaal gesproken is de concentratie ketolichamen in het bloedplasma nihil, echter in hypoglycemische toestand gaat het lichaam over tot de productie van deze energiedragers. Personen die lijden aan diabetes mellitus of bezig zijn met vasten zullen, bij lage insuline-, dan wel (intracellulaire) bloedsuikerwaarde, een relatief hoge concentratie ketolichamen in hun bloedplasma hebben, dat dan ook in de urine verschijnt: ketonurie.