Kibboets

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kibboets (Hebr.: קיבוץ) is een collectieve landbouwnederzetting in Israël. De eerste kibboets, Degania Alef, werd in 1910 opgericht door Joodse Palestijnen, tien jaar voor het begin van het Britse mandaat over Palestina.

De kibboets was de oogappel van het overwegend socialistische en voluntaire joods-Palestijnse bestuur, vanwege de verregaande toepassing van socialistische principes. Dit vooral ook in vergelijking met de coöperatieve mosjav. De ideologische grondslag voor het kibboetsmodel is onder andere te herleiden tot de gedachten van de sociaal-anarchist Peter Kropotkin en diens concept van het 'industriële dorp', de kleine gemeenschap waarin industrie en landbouw samengingen. Als andere invloeden zijn Leo Tolstoj (terugkeer naar de natuur), Gustav Landauer (organische opbouw van de gemeenschap) en Martin Buber die de ideeën van Landauer combineerde met Joods nationalisme.[1]

Vrouwen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, en van garderobe (in extreme gevallen) tot aan de huisjes waar men in woonde was vrijwel alles gezamenlijk bezit. Kinderen moesten van zeer jongs af aan in kinderhuizen slapen. Alle maaltijden werden gezamenlijk genoten. Hevige discussies werden gevoerd over bijvoorbeeld de voorbeeldfunctie van de Sovjet-Unie, dat ook het collectivisme bevorderde.

Vandaag de dag is de mate van collectivisme in de kibboetsen drastisch verminderd. Kinderhuizen bestaan niet meer en sommige maaltijden worden thuis gebruikt. Sommige kibboetsen hebben de gezamenlijke eetzaal geheel opgeheven. Bij enkele kibboetsen is het coöperatief bedrijf ontbonden, meestal wegens het oplopen van schulden. Die kibboetsen zijn nu 'gewone' dorpen.

Noot[bewerken]

  1. Mathias Lindenau (2007). Der neue Mensch in der neuen Gesellschaft: das Beispiel Kibbutz. Groniek 40(175):209–220. Groningen: Stichting Groniek.