Kiemgetal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kiemgetal of kolonievormende eenheden (kve) is het aantal bacteriekiemen dat zich in of op een product bevindt.

Voedingsbodem[bewerken]

Het kiemgetal kan worden bepaald door een klein beetje van het te onderzoeken product op een petrischaal met een selectieve voedingsbodem aan te brengen en bij bepaalde temperaturen, afhankelijk van de te verwachten bacteriesoort, weg te zetten. Na een aantal dagen worden de gevormde kolonies geteld. Elke levende bacteriekiem heeft dan namelijk een kolonie gevormd.

Als er veel bacteriën aanwezig zijn is het noodzakelijk om eerst een verdunningsreeks te maken. Hiervoor wordt het monster verdund met fysiologisch zout. Met een verdunningsreeks kan vervolgens een telbare hoeveelheid worden gecreëerd.

Flowcytometrie[bewerken]

Het kiemgetal kan ook worden bepaald met behulp van flowcytometrie. Hiervoor worden de bacteriën gekleurd met de fluorescerende kleurstof ethidiumbromide. Na kleuring worden de bacterën geteld met een flowcytometer.

Kiemgetal melk[bewerken]

Het kiemgetal van melk is het aantal kiemen, dus bacteriën, in een milliliter melk. De prijs van de melk daalt wanneer de waarde van het kiemgetal stijgt. Bij het ophalen van de melk van de boerderij wordt een monster genomen dat in een laboratorium wordt gecontroleerd op het kiemgetal. Een kiemgetal lager dan 20, dat wil zeggen minder dan 20.000 bacteriekiemen per milliliter melk, is goed.
Oorzaken van een hoog kiemgetal in melk zijn onder andere

  • uierontsteking,
  • onvoldoende koeling,
  • onvoldoende hygiëne,
    • onzorgvuldig melken,
    • geen of onvoldoende reinigingsmiddel,
    • water van de reiniging niet heet genoeg,
    • te weinig turbulentie bij de hoofdreiniging,
    • dode hoeken die niet worden bereikt bij de reiniging,
    • versleten onderdelen (onder andere tepelvoeringen).

Zie ook[bewerken]