Kies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het boek "Kies" van Wouter Deprez, zie Kies (boek)
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek
Een verstandskies uit de onderkaak

Een kies is een vrij grote tand die achterin de mond staat. Kiezen vermalen het voedsel met een roterende beweging. Om deze functie te vervullen hebben ze in mesiodistale (voorachterwaartse) richting een dubbele knobbelstructuur. Als een kies vaak gebruikt wordt zullen de knobbels langzaam vlakker worden. Een kies van zoogdieren zit in de kaak vast door een wortel. Het deel van de kies dat boven de kaak uitsteekt heet de kroon. De kroon wordt beschermd door het harde glazuur. Binnenin het tandbeen zit een holte die gevuld is met bloedvaten en zenuwen. Kiezen zijn gevoelig voor warmte, kou en beschadiging. Als men een gaatje heeft voelt men dat via de pijnreceptoren.

De volgende soorten kiezen kunnen worden onderscheiden:

Volwassenen hebben normaal 20 kiezen; de premolaren meegerekend. De verstandskiezen verschijnen echter lang niet bij iedereen, waardoor veel mensen slechts 16 kiezen hebben. Natuurlijk kan het ook zijn dat er verschillende kiezen getrokken zijn; dit gebeurt onder andere als de kies rot is, of als er te weinig ruimte in de mond is (dit probleem kan worden verholpen in combinatie met een beugel).

Uitdrukkingen[bewerken]

  • Dat kan wel in mijn holle kies - Het is niet veel.
  • Het voor z'n kiezen krijgen - Men krijgt het zwaar te verduren.
  • Iets achter de kiezen hebben - Men heeft iets reeds afgehandeld/verwerkt, (bijvoorbeeld een situatie of leerstof) of men heeft al gegeten.
  • Iets kunnen missen als kiespijn - Iets echt niet willen.
  • Lachen als een boer met kiespijn - Lachen terwijl je het niet leuk vindt.

Zie ook[bewerken]