Kiesdeler
Dit artikel beschrijft enkel de Nederlandse situatie, voor Vlaanderen/België zie Methode-D'Hondt.
De kiesdeler is in een kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging het aantal benodigde stemmen per te winnen zetel.
Worden er bijvoorbeeld in totaal 10 miljoen geldige stemmen uitgebracht voor 150 zetels, dan is de kiesdeler gelijk aan 10 miljoen gedeeld door 150 = 66.667. Voor elke 66.667 behaalde stemmen krijgt een partij dan 1 zetel.
Er kunnen zetels overblijven na de verkiezingen. De zetels die overblijven worden verdeeld door middel van twee varianten.
- Het systeem van de grootste overschotten
- Het systeem van de grootste gemiddelden
Het systeem van de grootste overschotten wordt gebruikt bij verkiezingen waar <19 zetels te behalen zijn. Bijvoorbeeld bij verkiezingen in een gemeente. Hierbij krijgt de partij met het grootste aantal reststemmen de overgebleven zetel. Het systeem van de grootste gemiddelden wordt gebruikt bij verkiezingen waar 19 of meer zetels te verdelen zijn. Hierbij wordt het totale aantal stemmen op een partij gedeeld door het behaalde aantal zetels op grond van de kiesdeler + het aantal restzetels, het gemiddelde. Stemmen / (behaalde zetels op grond van de kiesdeler + restzetel) = gemiddelde. De partij die het grootste gemiddelde behaalt (in vele gevallen de al grootste partij) krijgt de restzetel.
[bewerken] Voorbeeld
Er zijn in totaal 10 zetels te verdelen (In de praktijk grootste overschotten maar voor het voorbeeld grootste gemiddelden).
CDA heeft 100.000 stemmen
PvdA heeft 300.000 stemmen
De kiesdeler is 40.000
Volgens de kiesdeler heeft CDA 2 zetels en de PvdA 7 zetels Er moet dus nog 1 zetel verdeeld worden
CDA heeft een gemiddelde van 100.000 / (2 + 1) = 33.333,33 Pvda heeft een gemiddelde van 300.000 / (7 + 1) = 37.500 Ze hadden allebei 20.000 reststemmen maar de PvdA heeft het grootste gemiddelde en krijgt de restzetel. Het komt er dus op neer dat de partij met gemiddeld de meeste stemmen per zetel de restzetel verkrijgt.
In Nederland is de kiesdeler tevens de facto kiesdrempel. Een politieke partij die niet tenminste het aantal stemmen haalt benodigd voor 1 zetel, komt meestal ook niet in aanmerking voor een restzetel.
Ook voor het verkozen kunnen worden met voorkeurstemmen is de kiesdeler van belang, hier volstaat echter slechts 25% van de kiesdeler.