Kinderboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kinderboom op een ansichtkaart uit ca. 1900

Een kinderboom is een bijzondere boom, waarvan in het verleden werd gedacht dat de zielen van pas geboren kinderen daar vandaan komen. Dit volksgeloof wilde verder dat de ooievaar als taak had de ziel bij het ongeboren kind te brengen. In de tijd dat seksuele voorlichting nog in de taboesfeer lag werd het verhaal ook wel aan kinderen verteld, als gevraagd werd waar hij/zij vandaan kwam.

De dikke boom in Slochteren in het bos achter de Fraeylemaborg was er zo een. De beuk had een omtrek van 6 meter en stond bij het beeld van Flora. Dit beeld is nog aanwezig, de boom heeft het in 1963 begeven. Er is toen op nagenoeg dezelfde plaats een jonge beuk geplant. [1]

Ook in Utrecht was een kinderboom en wel in het voormalige Karthuizerklooster. Deze boom had de naam Munnikenboom.

Bij Kraantje Lek stond een holle iep die deze functie had.

In Amsterdam roeiden jonge ouders over 't IJ naar de Volewijck. Daar hingen de baby's volgens de overlevering 's nachts bij trossen aan de kinderboom. Ze riepen de zoekende ouders en vroedvrouwen toe: “Pluk mijn, pluk mijn, ik zal alle dagen zoet zijn!” Deze boom is te zien in verschillende versies van de beroemde centsprent over het leven van "Jan de Wasscher". [2] [3]

Naast de kinderboom zouden de kinderen ook wel komen uit de kool, uit een knotwilg, uit putten, en onder kinderstenen vandaan, of ze werden met bijenzwermen meegevoerd.[4]

Kinderboom in Volewijck
Kinderboom in Volewijck

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het verhaal van Groningen
  2. "Jan de Wasscher". Centsprenten van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag
  3. "De volks- en kinderprent in de nederlanden van de 15e tot de 20e eeuw" Door Maurits de Meyer (Pagina 495-499)
  4. 'Kinderboom', 'Kinderen', in: Folkloristisch Woordenboek van Nederland en Vlaams België/ K. ter Laan, 1949, pp. 179-180.