Kinderlied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frans boekje met kinderliedjes (1883).

Een kinderlied is een lied dat is gemaakt voor en/of gezongen wordt door (jonge) kinderen. Ook opzegversjes, rijmpjes, gedichtjes en kinderdreunen worden gerekend tot de kinderliedjes.

Wat betreft inhoud, taalgebruik, melodie en tempo sluit het kinderliedje aan bij de belevingswereld en de ontwikkelingsfase van het kind.

Zingen met kinderen[bewerken]

Standbeeld naar het kinderliedje 'Berend Botje ging uit varen' (W.R. Pot, 1967) in Zuidlaren, Drenthe.

Bij het kiezen van een lied voor kinderen, kan er met de volgende zaken rekening gehouden worden:

  • Het lied moet aansluiten bij de belevingswereld van het jonge kind.
  • Het lied mag geen te hoge of lage noten bevatten.
  • Een kinderstem moet nog ontwikkelen.
  • Er kan tekstvariatie op een bestaand lied gebruikt worden, dit zal zorgen dat de interesse van het kind aangewakkerd wordt. Bijvoorbeeld in plaats van Altijd is kortjakje ziek: "Altijd is ons Jantje ziek".

Het belang van zingen met kinderen[bewerken]

  • Liedjes zingen met kinderen kan uiteenlopende dingen betekenen, zoals: persoonlijke aandacht, troost/geruststelling, vrolijkheid, iets samen doen met een groep, het uiten van emoties, luisteren naar elkaar, gehoord worden.
  • De melodietjes van veel traditionele kinderliedjes zijn, in rustig tempo, voor kinderen al snel mee te zingen; dat geeft zelfvertrouwen.
  • Het kan structuur helpen geven aan de dag (bijvoorbeeld liedjes zingen voor het slapen gaan of op vaste momenten gedurende een schooldag).
  • Simpele melodieën leggen de basis voor muzikaliteit en een goed muzikaal gehoor.
  • Liedjes zingen ondersteunt taalontwikkeling, taalvaardigheid en het vergroten van de woordenschat.
  • Ritme, rijm, melodie en intonatie vormen de basis van taal.
  • Het helpt om luister- en concentratievermogen te verhogen.
  • Feiten in rijmpjes en liedjes worden vaak makkelijk onthouden (abc, tellen, seizoenen, enz.).
  • De teksten stimuleren de fantasie.
  • Bij muziek hoort bewegen: klappen of dansen (motorische ontwikkeling), een kringdansje of een spelletje (sociale ontwikkeling).
  • Samen een liedje zingen zorgt voor een sterke verbinding binnen een groep.
  • De oorspronkelijke context van een traditioneel liedje verbindt een kind met het culturele en maatschappelijke verleden; niet alleen met de culturele historie van Nederland in het algemeen, maar ook met directe eigen voorouders die ook deze of zulke liedjes zongen.
  • Algemeen bekende liedjes bieden een gemeenschappelijke ervaring en herinnering die verbindend kan werken binnen een maatschappij. Om deze laatste twee redenen worden in bijvoorbeeld het Duitse, Engelse of Franse taalgebied traditionele liedjes dan ook veel sterker gekoesterd dan hier het geval is.

Geschiedenis van het kinderlied[bewerken]

Vijftiende tot en met de zeventiende eeuw[bewerken]

Standbeeld naar Catharina van Rennes' kinderliedje: 'Drie kleine kleutertjes' (Joop Hilbers, 1958) in Amsterdam-West.

Het oudste liedje[1] in de Nederlandse Liederenbank (Meertens Instituut) dat is opgetekend met de uitdrukkelijke vermelding "kijnder zang" (kinderzang) stamt uit de vijftiende eeuw (hs. Brugge, ca. 1480-85).[2] Boven het liedje staat vermeld: 'Ende de kinderkins van vlaenderen zonghen een liedekin' (En de kindertjes van Vlaanderen zongen een liedje). Het incipit luidt: 'Wij willen hebben tonsen kyese / eenen heere den vlaemschen vriese'. De tekst verwijst naar een historische figuur, de middeleeuwse graaf Robrecht de Fries.

Uit de zestiende eeuw zijn alleen religieuze kinderliederen overgeleverd, waaronder gebeds-, vermaan- en schoolliederen.[3] De meeste kinderliedjes zijn opgenomen in religieuze liedboeken.[4] Opschriften boven (of aanduidingen bij) het liedje, geven aan dat het een lied voor kinderen betreft. Enkele voorbeelden van kinderliedjes uit de zestiende eeuw zijn een liedje voor bij de kinderpreek: 'Een Liedt datmen singt voor het kinder Sermoon' (1567);[5] een kinderlied voor het nieuwe jaar: 'Een cort Liedeken voor die Juecht, datmen singhen mach opt nieuwe Jaer' (1565);[6] en een liedje dat aan het einde van een schooldag kon worden gezongen: 'Een Avont Liedt voor die Kinderen in der Scholen' (1565).[7]

Uit de zeventiende eeuw zijn naast religieuze kinderliederen[8] ook wiegeliedjes en een kluchtliedje voor kinderen overgeleverd in liedboekjes.

In het wiegeliedje 'Gebakeloerd nu is myn lieve popje kleen' (onder de titel 'Wiech-liedt', 1625)[9] geeft een moeder haar kind de borst, kust haar kindje (dat ze aanspreekt met kooswoordjes als 'myn lieve popje kleen', 'myn al' en 'myn lammetje') en probeert hem of haar in slaap te zingen:

Sluyt dyn kleyn oogjes dicht myn uytvercooren schaep (...)
Goeden nacht dan myn al goeden nacht seg ick dy,
Met rory na-ny roor en suy suyse na-ny.[10]

De laatste regel lijkt te verwijzen naar het zingen van wiegeliedjes als 'Suyje, suyje suy, sus mijn lieve Schaepje' (1655).[11][12]

In het poëziealbum van Geesken ter Borch is een kluchtliedje te vinden, met het incipit 'Sij deden die kadt een lobbetien aen' (Zij deden de kat een kraagje om) (ca. 1652-1680).[13] Het liedje telde zeven coupletten, met als refrein: 'Hoese moese hoese moese / Op die ghesontheijt van de kat'. Ruim tweehonderd jaar later, rond 1900, noteerde G.J. Boekenoogen het kinderliedje uit de volksmond.

Achttiende eeuw[bewerken]

Uit de achttiende eeuw stammen de eerste liedboekjes voor kinderen. Er verschijnen niet alleen (net als in de voorgaande eeuw) losse wiegeliedjes in een groot aantal wereldlijke liedboekjes,[14] maar (vanaf het laatste kwart van de achttiende eeuw) ook kinderliedjes in eenvoudige taal over, vanuit het gezichtspunt van, of gericht aan jonge kinderen.

Een voorbeeld van een achttiende-eeuws wiegeliedje is 'Ey Jantje kind / Van mijn bemind' (1714).[15] Het is geschreven vanuit het gezichtspunt van de vader. De zuigeling heeft de neus en de kin van zijn vader en wordt in zijn wiegje in slaap gewiegd met een liedje: 'Ik zing het ouwe deuntje / Suje zuje zuy, Rory, Rory'.[12]

Het kinderliedje 'De perzik', tekst van Hieronymus van Alphen (uitgave met muziek 1824).
Het kinderliedje 'Het hondje', tekst van Hieronymus van Alphen (uitgave met muziek 1824).

In 1778 verscheen het eerste gedichtenbundeltje voor kinderen, Kleine Gedigten voor kinderen van Hieronymus van Alphen, dat vernieuwend was door het eenvoudige taalgebruik, doordat hij zich rechtstreeks tot kinderen richtte en aansloot bij hun belevingswereld en door het nieuwe opvoedingsideaal dat er uit sprak. Hierin staan gedichten als: 'Jantje zag eens pruimen hangen / o! als eieren zoo groot'; 'Ach! mijn zusje is gestorven, / nog geen veertien maanden oud'; 'Wij zaten laatst bij Saartje, / Onze goede oude baker'; en 'Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen'.[16] Van Alphen nam met deze gedichtjes een voorbeeld aan de Duitse kinderliedjesschrijvers Weisse en Burmann.[17] In 1780 werd een aantal van Van Alphens gedichtjes op muziek gezet.

Het dichtbundeltje sloot aan bij nieuwe ideeën over de opvoeding van kinderen tot deugdzame en beschaafde burgers, die zich halverwege de achttiende eeuw, vanuit de Verlichting, steeds meer verspreidden. Dit ideaal werd aan het einde van de achttiende eeuw (een tijd van economische achteruitgang) niet alleen nagestreefd door onderwijs, maar burgerlijke deugden, waarden en normen konden ook worden uitgedragen in teksten om te lezen of zingen.[18]

Een voorbeeld hiervan is het opvoedkundige kinderliedboekje Liedjes voor kinderen (1781) van Hendrik Riemsnyder (die hierin Duitse gedichtjes van Weisze navolgde). Dit bevat kinderliedjes als 'Jantje, die laatst bloempjes plukte'; 'Ik zag een' man van sneeuw laatst maaken'; en 'Hoe minn' ik u, ô nutte en fraaie Boeken!'.[19] De liedteksten eindigen vrijwel allemaal met een moraal. In het veelvuldig herdrukte liedboekje Economische liedjes (1781) van Betje Wolff en Aagje Deken staan enkele wiegeliedjes (zoals 'Nu slaap myn kleine Mietje'; en 'Slaap zoet, myn zusje lief, slaap zoet); enkele liedjes vanuit het kind geschreven (zoals 'Moederlief, ik dans van blydschap, / Vaderlief, wat ben ik bly'; en 'Myn Oota gaf ook wat aan my, / Zo wel als aan Broêr Piet'); en een 51 coupletten tellend liedje over (geheel in lijn van de Verlichting) onderricht aan meisjes ('Hoor, lieve man, 't is meer dan tyd, / Ons Mietje moet wat leeren').[20]

In de religieuze en moraliserende liedboekjes van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, Volks-Liedjens (1789-1806, 5 dln.), staan eveneens een aantal wiegeliedjes, waaronder 'Slaap, slaap gerust, mijn kindjen slaap, / Mijn Jantjen schrei niet meêr'.[21] Hierin wordt de zuigeling een 'deugdzaam rein gemoed' toegewenst. En ook de blinde dichteres Petronella Moens schreef een wiegeliedje: 'Ja, vleiend Hartediefjen! / Gij reikt me uw armpjens toe', waarin zij hoopt dat de boreling mag ontluiken tot een aanwinst voor 'Neêrlands maatschappij'.[22]

Negentiende eeuw tot heden[bewerken]

Veel hedendaagse kinderliedjes komen voort uit traditie en hebben dus meestal geen duidelijke auteur of componist. Een aantal traditionele kinderliedjes waren oorspronkelijk volksliedjes die door alle leeftijden werden gezongen. Sommige van deze oorspronkelijke volksliedjes verwijzen naar een bepaalde geschiedkundige gebeurtenis, zoals 'Hop Marjanneke' (over de Franse tijd van 1795-1813) of 'Een twee drie vier, hoedje van papier' (over de Belgische Revolutie van 1830). Deze kunnen dus enigszins historisch gedateerd worden, al is meestal de oorspronkelijke context soms niet meer duidelijk voor hedendaagse luisteraars.

In 1848 publiceerde Jan Frans Willems het liedboek Oude Vlaemsche Liederen, waarbij diverse volksliedjes voor het eerst in druk verschenen. Een aantal van deze liedjes kennen we nu nog steeds in de vorm van kinderliedjes, bijvoorbeeld: 'Klein, klein kleutertje', 'Kere weer om, reusken, reusken', 'Zeg kwezelken wilde gij dansen?', 'Het loze vissertje' en 'Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe?'.

In 1914 verscheen het liedboek Kun je nog zingen, zing dan mee! Voor jonge kinderen, J. Veldkamp en K. de Boer (Noordhoff, Groningen, 1914), met liedjes speciaal voor jonge kinderen. Het beleefde verschillende herdrukken gedurende de twintigste eeuw. Hierin werden kinderliedjes gepubliceerd als 'Daantje zou naar school toe gaan' (H. Bruining, H.J. den Hertog), 'Daar zaten zeven kikkertjes' (tekst J.P. Heije, T. Steenhuis), 'Drie kleine kleutertjes' (Kate Greenaway, Catharina van Rennes), 'Hannes loopt op klompen' (N. Doumen, Philip Loots), 'Onder moeders paraplu' (Anna Sutorius, J. Wierts), 'Schommelen, schommelen heen en weer' (A. van Harpen Kuyper, Catharina van Rennes) en 'Wij hebben twee kleine poesjes' (Henriette Kriebel).

Een groot aantal liedjes die Herman Broekhuizen voor het radioprogramma Kleutertje luister (1946-1975) schreef, werden zo bekend dat men soms ten onrechte denkt dat het traditionele liedjes zijn. Broekhuizen schreef onder meer de liedjes: 'Elsje Fiederelsje', 'Opa Bakkebaard', 'Onder hele hoge bomen', 'Een treintje ging uit rijden', 'Helikopter, helikopter', 'Chauffeurtje mag ik mee met jou?', 'Vlieg op dikke vlieg', 'Herfst herfst wat heb je te koop?', 'Zie je de kastanjes aan de bomen?' en 'Piet heeft gesnoept van de pepernoten'.

In vroegere eeuwen waren al deze kinderliedjes overbekend en werden ze ook van generatie tot generatie doorgegeven. Sinds het einde van de 20ste eeuw is deze traditie afgenomen en groeiden veel mensen op zonder deze liedjes nog te kennen.

Toch zijn er al pogingen gedaan om kinderliedjes te herwaarderen en terug bekend te maken bij de bevolking. Diverse kleinkunstgroepen en/of Nederlandstalige zangers hebben nieuwe versies van deze liedjes opgenomen en uitgebracht. Bassie en Adriaan hadden in 1995 een programma getiteld, Liedjes uit Grootmoeders Tijd, waarin ze kinderen oude kinderliedjes aanleerden. In Vlaanderen bestaat er sinds 2004 het Kapitein Winokio-project, waarbij kinderliedjes door verschillende bekende Vlaamse personen en zangers worden opgenomen.

Lijst van Nederlandse kinderliedjes[bewerken]

Standbeeld naar Anna Sutorius' kinderliedje: 'Onder moeders paraplu' (Ed van Teeseling, 1973) in Wijchen.

Hieronder staat een alfabetische lijst van kinderliedjes (sommige ervan waren oorspronkelijk niet echt bedoeld voor kinderen (volksliedjes of wandelliedjes), maar worden tegenwoordig vrijwel uitsluitend nog door of voor kinderen gezongen).

De lijst geeft een kleine selectie en is niet volledig.

Lijst van anderstalige kinderliedjes[bewerken]

Kinderliedjes op een postzegel uit de Faeröer (Denemarken).
  • Alouette
  • Au clair de la lune
  • Baa baa black sheep
  • Burung kakatua (Indonesisch)
  • Faya sitong no brong mi so (Surinaams)
  • Hickory Dickory Dock
  • Hine e Hine (Maori)
  • Humpty Dumpty
  • Hush little baby
  • If you're happy
  • Le coq est mort, le coq est mort
  • Mary had a little lamb
  • O du lieber Augustin
  • Old McDonald Had a farm
  • Row, row, row your boat
  • Sur le pont d'Avignon
  • The wheels on the bus
  • Twinkle twinkle little star (melodie: 'Altijd is Kortjakje ziek')
  • Three Blind Mice

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Kinderlied op Wikisource

Voetnoten

  1. Zie de kinderliederen in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut, met de zoekwoorden kinderlied, wiegelied en slaaplied (de treffers overlappen elkaar gedeeltelijk). In de Liederenbank zijn rond de 20.000 kinderliedjes en varianten uit honderden bronnen van de middeleeuwen tot de eenentwintigste eeuw ontsloten. De Liederenbank is compleet tot en met de zestiende eeuw, op basis van het Repertorium van het Nederlandse Lied (2001). Geraadpleegd najaar 2014.
  2. 'Wij willen hebben tonsen kyese / eenen heere den vlaemschen vriese', met als opschrift 'Ende de kinderkins van vlaenderen zonghen een liedekin'; en in de marge: 'kijnderzang'. In: Handschrift Brugge (ca. 1480-85). Op liederenbank.nl.
  3. De Nederlandse Liederenbank (die compleet is tot en met de zestiende eeuw op basis van het Repertorium van het Nederlandse Lied, 2001) heeft 13 kinderliedjes uit de zestiende eeuw. Op liederenbank.nl.
  4. Uitzondering hierop zijn de twee liedjes in het schoolmeesterboek: D.A. Valcoogh, Een nut ende profytelijck boecxken ghenaemt Den regel der Duytsche Schoolmeesters (Amsterdam, 1591). Hierin staan twee liedjes. Het eerste is een vermaanlied: 'Ghy jonghe kinders wilt op mijn leer mercken' (met de aanwijzing: 'Dit Kinderliedeken salmen alle Saterdagen singen te samen'). Het tweede is een geestelijk nieuwjaarslied: 'Ontwaeckt wilt uyt den slaep oprijsen' (met de titel 'Een lustich nieuwe Jaerliedt, 't welck den Schoolmeester zijn Scholiers alle Jaren tegen den eersten January sal leeren singhen'). Op liederenbank.nl.
  5. Geloeft sy Godt de Heer die leeft, in: Den Geheelen Souter der Koenicklijcken Propheten Dauids (Wesel, 1567). Op liederenbank.nl.
  6. Ach Christe ons verlosser soet, van Michael Weisse. In: Een Hantboecxken inhoudende den heelen Psalter des H. propheete Dauid (Frankfurt, 1565). Op liederenbank.nl.
  7. Dit dachwerck is nu oock volbracht, van Johannes Zwick. In: Een Hantboecxken inhoudende den heelen Psalter des H. propheete Dauid (Frankfurt, 1565). Op liederenbank.nl.
  8. Voorbeelden van religieuze kinderliedjes uit de zeventiende eeuw zijn: het vermaanlied 'Hoort kinders, weest ghedachtigh' van Karel van Mander. In: De Gulden Harpe (1627); het vermaanlied 'Ghy Kinders wie ghy zijt, die hier in komt te lese' (onder de titel 'Een Vaderlijck vermaen Liedt, aen de Kinderen'). In: 't Groot Achterhofken (1664); het vermaanlied 'Kinderkens hoort na mijn gedicht'. In: 't Groot Achterhofken (1664); het wiegelied Nu slaep, myn lieve kind, en doe / Dyn wakk're oogjes haest eens toe (onder de titel 'Wiege-Sang') van Willem Sluiter. In: Gezangen van Heilige en Godtvruchtige stoffe (Amsterdam, 1687); en het kindergebed 'O heylige! drie eenig Godt' (onder de titel 'Kinder-bede tot Godt'), van H. Uilenbroek. In: Christlyke gezangen (1669). Op liederenbank.nl.
  9. 'Gebakeloerd nu is myn lieve popje kleen, / Myn melck soppertje soet suycht dyn memmetjes speen' (onder de titel 'Wiech-liedt'), van B. van Hemert. In: Minne-plicht ende Kuysheyts-kamp als mede Verscheyden Aardighe en Geestige Nieuwe Liedekens en Sonnetten, samengesteld door Joost van den Vondel (Amsterdam, 1625). Op liederenbank.nl.
  10. De gehele tekst van dit wiegelied is te vinden op: Gebakeloerd nu is myn lieve popje kleen, op dbnl.org.
  11. Suyje, suyje suy, sus mijn lieve Schaepje. / Hoe met sulck een buy, uyt dat soete slaapje, in: Koddige Olipodrigo of nieuwe kermiskost (Amsterdam, 1655). Op liederenbank.nl.
  12. a b Van de zeventiende tot en met de twintigste eeuw zijn vele soortgelijke wiegeliedjes te vinden, met beginwoorden als: Sus ey sus / Su Su / Suja suja / Suze naanje / Roe roe / Roer roer / Ro ro / Na na / Dou dou. Op liederenbank.nl.
  13. Sij deden die kadt een lobbetien aen, in: het poëzie-album van Geesken ter Borch (samengesteld in Deventer, tussen ca. 1652-1680). Op liederenbank.nl.
  14. Voorbeelden van achttiende-eeuwse wiegeliedjes zijn: 'Wie drommel Klop hier aan myn Huys, / Is het een Rot of is 't een Muys' (onder de titel 'Van een Vrouw die aan het Wiegtouw zat'), in: Apollo's St. Nicolaas Gift, Aan Minerva (1741); Sujo, Sujo, Kintje slaap, / Leg uw kopje rasjes neder (onder de titel 'Wiegdeun'), in: Apollo's Kermis-Gift Aan De Haagsche Vermaaksgesinde Jeugd (ca. 1750); Slaap myn lieve jonge Guurt; / Uw geschrei klinkt door de buurt (onder de titel 'Wiegzang', in: Vrye Landbouwers Gezangen (1790); Slaap nu gerust myn lieve wichtje / Slaap, wellust van myn teder hart (onder de titel 'Wiege zang'), in: Floraa's bloemkorfje (ca. 1790). Op dbnl.org.
  15. Ey Jantje kind / Van mijn bemind, onder de titel 'Een vermakelyk Wiege-Lied, seer genoeglyk by de Wieg te singen'. In: De Amsterdamse gaare-keuken (Amsterdam, 1714).
  16. Hieronymus van Alphen, Kleine Gedigten voor kinderen (1778-1782, herdruk van 1998 met uitgebreid nawoord). Op dbnl.org.
  17. Twee Duitse voorgangers: Weisse en Burmann. P.J. Buijnsters, 'Nawoord', in: Kleine gedigten voor kinderen (Amsterdam, 1998). Op dbnl.org.
  18. Wijnand Mijnhardt, 'Zang als wapen in een burgerlijk beschavingsoffensief'. In: Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, red. Louis Grijp (2001). En P.J. Buijnsters, 'De nieuwe pedagogie', in Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen (Amsterdam, 1998).
  19. Hendrik Riemsnijder, Liedjes voor kinderen ('s Gravenhage, 1781). Op dbnl.org.
  20. Betje Wolff en Aagje Deken, Economische liedjes (Den Haag, 1781, 3 dln.). Op dbnl.org.
  21. M. van Heijst, Wed. Vinkenra, 'Slaap, slaap gerust, mijn kindjen slaap', in: Volks-liedjens, uitgegeeven door de maatschappij Tot nut van 't algemeen (Amsterdam, 1789-1807, 5 dln.). Op dbnl.org.
  22. Petronella Moens en Bernardus Bosch, 'Ja, vleiend Hartediefjen', in: Liederen voor het vaderland (1792). Op dbnl.org.