Kindermishandeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Illustratie van de Toronto Humane Society

Kindermishandeling is minderjarige personen onthouden van noodzakelijke behoeften en elke bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard die mogelijk lichamelijke of psychische schade veroorzaakt bij het kind.

In Nederland geeft de Wet op de Jeugdzorg (art.1 sub m) de volgende definitie van Kindermishandeling:

Aanhalingsteken openen

Kindermishandeling is elke vorm van voor minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard die de ouders of andere personen ten opzichte waarvan de minderjarige in een afhankelijkheidsrelatie of van onvrijheid staat, actief of passief, opdringen waardoor ernstige schade wordt of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek letsel of psychische stoornissen. Hieronder vallen ook verwaarlozing en onthouden van essentiële hulp, medische zorg en onderwijs.

Aanhalingsteken sluiten

Categorieën[bewerken]

Kindermishandeling wordt vaak in vijf categorieën onderverdeeld:

Psychische verwaarlozing[bewerken]

Men spreekt van psychische of emotionele verwaarlozing wanneer een kind niet de nodige aandacht krijgt om zich op een gezonde manier mentaal en sociaal te ontwikkelen. Het gaat om het negeren van het bestaan van het kind, het onvoldoende interesse tonen in het kind en zijn leefwereld of het aan zijn lot overlaten. Bij jonge kinderen kan het gevolg zijn dat ze niet leren hoe ze zich emotioneel aan een ander moeten hechten. Men spreekt ook van "'cognitieve verwaarlozing'", waarbij de ouder het kind de mogelijkheid op onderwijs (gedeeltelijk) ontneemt.

Psychische mishandeling[bewerken]

Onder psychische mishandeling valt de herhaaldelijk verbale agressie, het kleineren of het zich minderwaardig laten voelen van het kind. Een bijzondere vorm van psychische mishandeling is de "cognitieve mishandeling" waarbij er aan het kind te hoge eisen gesteld worden en het kind bijvoorbeeld verplicht wordt meer dan in gezonde hoeveelheid te studeren om beter te presteren. Het schaden van de relaties en de loyaliteit aan de ouders valt volgens alle handboeken kindermishandeling onder het begrip psychische kindermishandeling. Deze vorm van mishandeling en (loyaliteitsmisbruik) kan leiden tot het ontwikkelen van het ouderverstotingssyndroom.

Lichamelijke verwaarlozing[bewerken]

Als een ouder of verantwoordelijke onvoldoende verzorging biedt, spreekt men van lichamelijke verwaarlozing. Verzorging betreft het voorzien van voldoende en gezond voedsel, het verschaffen van gepaste schone kleding, het zorgen voor de nodige hygiëne van kind en omgeving en toegang verlenen tot medische verzorging.

Lichamelijke mishandeling[bewerken]

Men spreekt van lichamelijke mishandeling wanneer er fysiek geweld wordt gebruikt tegen een kind. Het kan hier slaan, schoppen of knijpen betreffen, maar ook verbranden, moedwillig laten vallen van een kind, het vastbinden of opsluiten zijn vormen van lichamelijke mishandeling. Zelfs roken in de nabijheid van kinderen wordt tegenwoordig meer en meer beschouwd als mishandeling, aangezien passief roken vooral voor kinderen erg schadelijk geacht wordt. De grens tussen lijfstraffen en mishandeling is vaak onderwerp van discussie. Een 'corrigerende tik' wordt door sommigen niet als mishandeling beschouwd, al is in België voorgesteld elke fysieke agressie tegen kinderen te verbieden. In Nederland is dit reeds het geval. Vanaf 25 april 2007 is het in Nederland voor ouders verboden om hun kinderen te slaan. Artikel 1:247 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek is hiervoor aangepast. Hierin staat nu dat in de verzorging en opvoeding van het kind de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling mogen toepassen. Onder geweld wordt verstaan het opzettelijk pijn doen van een kind. Hieronder valt ook de 'pedagogische' of 'corrigerende' tik.

De gevolgen van fysiek geweld zijn vaak niet zichtbaar. Toch zijn er vaak emotionele gevolgen en geregeld ziet men ook lichamelijke letsels zoals blauwe plekken, kneuzingen, breuken, brandwonden of andere "onverklaarbare" letsels.

Twee bijzondere vormen van kindermishandeling die ook onder lichamelijke kindermishandeling vallen zijn

  • het Münchhausen by proxy-syndroom. Het kind wordt op medisch vlak mishandeld. Meestal is het de moeder die het kind opzettelijk vergiftigt of lichamelijke letsels toebrengt met als doel persoonlijke aandacht te krijgen van medisch personeel.
  • het shaken-baby syndroom. Deze vorm van mishandeling vindt doorgaans plaats uit onmacht, bv. in geval een huilbaby, waarbij de baby hardhandig wordt geschud. Hierdoor kan ernstige schade optreden aan het centraal zenuwstelsel met mentale retardatie, blindheid of de dood tot gevolg. De arts kan een hersenbloeding of retina puntbloedingen vaststellen.

Seksueel misbruik[bewerken]

Steven van der Hoeven bespreekt zijn boek waarin hij beschrijft hoe sexueel misbruik zijn leven veranderde

Onder seksueel misbruik verstaan we elke handeling van seksuele aard tussen een minderjarige en een gezagdragende persoon of een minimum 5 jaar oudere persoon of tegen de wil van de minderjarige indien het geen van voorgaande betreft. Het kan gaan om zowel passieve als actieve handelingen door of met minderjarigen. Seksueel getinte aanrakingen, aanranding, verkrachting en kinderprostitutie vallen onder seksueel misbruik, maar ook bijvoorbeeld (de aanmaak van) kinderpornografie.

Daders[bewerken]

Moeders en vaders[bewerken]

In het algemeen blijkt uit onderzoeken dat meer moeders kinderen mishandelen dan vaders.[1][2] Dit was, volgens het NIZW, het laatste jaar dat het technisch mogelijk was om cijfers over de plegers van kindermishandeling te genereren. Dit zou ten dele kunnen worden verklaard door het feit dat moeders gemiddeld langere tijd in de nabijheid van hun kinderen doorbrengen. Een andere mogelijke verklaring is dat de misdragingen van moeders minder makkelijk kunnen worden gecorrigeerd vanwege de afwezigheid van derden. (zie ook kopje een-oudergezinnen)

Stiefouders[bewerken]

Stiefouders leveren in het algemeen een aanzienlijk hoger risico op voor kinderen. Aan dit verschijnsel is de naam Cinderella-effect gegeven.

Een-oudergezinnen[bewerken]

Van de gemelde kinderen leeft 37,5 % in een-ouder-gezinnen die zelf maar 14,9 % van de gezinnen in Nederland uitmaken.[3] Verreweg de meeste een-oudergezinnen zijn moeder-gezinnen.

Kindermishandeling door familieleden in ruimere zin[bewerken]

Ook andere familie-leden als de ouders of stiefouders kunnen dader zijn, broers en zussen, grootouders, ooms, tantes, neven en nichten.

Kindermishandeling door derden[bewerken]

Kinderen worden ook mishandeld door daders die niet tot het gezin of familie behoren. Het gaat hierbij meestal om kinderen die (sterk) afhankelijk van de dader zijn, bijvoorbeeld een leraar of lerares.

Overheid en hulpverleners[bewerken]

Nederland[bewerken]

Er is vaak veel kritiek op het optreden van overheid en hulpverleners inzake kindermishandeling.

De zogeheten Bolderkar-affaire is in dat verband een berucht voorbeeld. Hulpverleners meenden met behulp van poppen te hebben vastgesteld dat een tiental kinderen van een Vlaardings kinderdagverblijf werd misbruikt. Naderhand bleek dat ze zich hadden vergist. De aangerichte schade was niet meer te herstellen.

Vaak worden door het mishandelde kind, door degene die mishandelt of door de omgeving signalen afgegeven die door verantwoordelijke instanties niet opgemerkt worden. Mede door een gebrekkige samenwerking en afstemming zijn verantwoordelijke instanties vaak niet op de hoogte van elkaars zorgen omtrent het welzijn van kind, waardoor de ernst van de situatie onvoldoende in beeld komt en waardoor er niet of niet tijdig ingegrepen wordt. Ook vooroordelen kunnen een rol spelen bij het slecht signaleren van kindermishandeling. Zo worden, in strijd met de feiten (zie hierboven) vaders in de regel te veel gezien als mishandelaars van vrouwen en kinderen. Ook worden veel meldingen niet opgenomen omdat het een veronderstelde uiting van partnerconflicten zou betreffen (bijvoorbeeld: Tolbert-case). Het ontbreekt de professional vaak aan kennis over wat te doen bij een vermoeden van kindermishandeling. Het vroegtijdig signaleren van kindermishandeling krijgt wel meer aandacht. De medewerkers van het Expertisecentrum Kindermishandeling en de Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK) vinden dat ze daar een flinke bijdrage aan hebben geleverd.

Mishandeling kan soms pas worden aangepakt als het is aangetoond. De aanpak is verder afhankelijk van de prioriteit zoals die door medewerkers van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en Raad voor de Kinderbescherming wordt gehanteerd. Het krijgen van een kind wordt als een natuurlijk recht beschouwd. Een certificaat van bekwaamheid is voor het aanvaarden van het ouderschap niet nodig. Vaak wordt een kind geboren in een omgeving waarvan men met redelijke zekerheid kan aannemen dat die voor het kind bedreigend is, bijvoorbeeld bij een aan drugs verslaafde moeder zonder toekomstperspectief.

Het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling regelt onder meer de kindcheck, een gestandaardiseerde controle of een cliënt (vermoedelijk slachtoffer, pleger of getuige van huiselijk geweld of kindermishandeling waarmee een professional beroepsmatig in contact staat) verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van een of meer minderjarigen, met het oog op de veiligheid van hen.

Vlaanderen[bewerken]

Het Vlaams ministerie van Welzijn richtte eind 20e eeuw Vertrouwenscentra kindermishandeling op, na een proefperiode met "vertrouwensartsen". In principe kunnen zowel daders, als de (omgeving van de) slachtoffers daar onder beroepsgeheim terecht. Artsen, maatschappelijk werkers en psychologen kunnen hen opvangen. Ook probeert men onderscheid te maken tussen echt misbruik en (ten onrechte) betichten van misbruik. Mogelijk kan de begeleiding leiden tot een normalisatie van de toestand, als dat niet het geval is kan alsnog doorverwezen worden naar het parket voor een juridische aanpak.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. De cijfers in de Verenigde Staten
  2. NIZW/AMK 2002 De cijfers in Nederland in 2001. Moeders: 35,2%; vaders: 14,3%
  3. NIZW/AMK 2005 rapportage NIZW 2005

Externe links[bewerken]