Kindgebonden budget

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kindgebonden budget (kgb), een inkomensafhankelijke toeslag, is een Nederlandse tegemoetkoming in de kosten voor kinderen. Het kindgebonden budget wordt betaald door de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst, en is geregeld in de Wet op het kindgebonden budget. Ouders ontvangen het kgb naast de kinderbijslag.

Recht op kindgebonden budget bestaat wanneer:

  • Ouder(s) één of meer kinderen hebben die jonger zijn dan 18 jaar;
  • De ouder(s) kinderbijslag ontvangen of voor kinderen van 16 of 17 geen kinderbijslag krijgen maar hen wel in belangrijke mate onderhouden. (Als er sprake is van co-ouderschap, ontvangt alleen de aanvrager van de kinderbijslag het kindgebonden budget.);
  • De ouder(s) de Nederlandse nationaliteit bezitten of een geldige verblijfsvergunning hebben;
  • Het gezamenlijke toetsingsinkomen niet hoger is dan het bedrag waarbij de uitkering nul wordt door de afbouw bij toenemend inkomen.

Bedrag[bewerken]

Het bedrag dat een ouder of ouderpaar krijgt aan kgb, hangt af van het gezamenlijk toetsingsinkomen, van het aantal kinderen dat aan bovengenoemde voorwaarden voldoet en van de leeftijd van de kinderen. Het bedrag wordt jaarlijks bij ministeriële regeling aangepast.

De belastingdienst betaalt het kgb per maand, afgerond op hele euro's. Door het afronden kunnen er kleine verschillen ontstaan tussen het theoretisch jaarbedrag en het ontvangen bedrag per jaar.

Aantal kinderen[bewerken]

In 2013 is dit bedrag per jaar, in totaal (dus niet per kind), voor ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen minder dan € 26.147:

  • bij 1 kind: € 1016
  • bij 2 kinderen: € 1553
  • bij 3 kinderen: € 1736
  • bij meer dan 3 kinderen: € 1736 plus € 106 voor elk extra kind

Het is dus € 1017 voor het eerste kind, € 536 voor het tweede, € 183 voor het derde, € 106 voor elk volgende kind.

Leeftijd kinderen[bewerken]

Verhoging van het kgb voor oudere kinderen:

  • Voor elk kind dat 12 t/m 15 jaar oud is, wordt het bedrag per jaar verhoogd met € 231.
  • Voor elk kind dat 16 of 17 jaar oud is, wordt het bedrag per jaar verhoogd met € 296.

Afbouw met toenemend inkomen[bewerken]

Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van meer dan € 26.147 wordt bovenstaand bedrag verminderd met 7,6% van het meerdere.

Toekomst[bewerken]

Aanhangig is de Wet hervorming kindregelingen volgens welke een onderscheid naar huishoudtype gemaakt gaat worden. Een alleenstaande ouder heeft (behoudens de afbouw met toenemend inkomen) aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 2800, de ‘alleenstaande-ouderkop’.

Voor deze alleenstaande-ouderkop is het partnerbegrip in de Awir bepalend: de ouder die recht heeft op kindgebonden budget en geen partner heeft in de zin van de Awir, wordt aangemerkt als alleenstaande ouder.

De alleenstaande-ouderkop komt in de plaats van bepaalde andere tegemoetkomingen voor alleenstaande ouders, en is in tegenstelling tot sommige van die andere regelingen niet rechtstreeks afhankelijk van wel of niet werken. Naast het feit dat het bedrag soms lager is, is in sommige gevallen de nieuwe regeling ook ongunstiger wegens de vermogenstoets, en doordat iemand met een kind die samenwoont met een ouder niet meer als alleenstaand geldt.

Verder wordt de uitkering voor het tweede kind flink verhoogd tot die voor het eerste kind, maar het inkomen waar de afbouw begint verlaagd tot ongeveer € 20.000.

Om de bijdrage aan de marginale druk niet hoger te maken wordt de afbouw met toenemend inkomen gehandhaafd op 7,6%. Gevolg hiervan is dat met name een alleenstaande ouder ook bij een vrij hoog inkomen nog een uitkering krijgt. De marginale druk kan daardoor alleen al door de IB (incl. afbouw arbeidskorting) en deze afbouw toch nog 52% + 4% + 7,6% = 63,6% worden.

Als twee alleenstaande ouders gaan samenwonen vervallen beide alleenstaande-ouderkoppen en is van het inkomen nog maar eenmaal € 20.000 "afbouwvrij" in plaats van tweemaal. Dit is voor hen samen een achteruitgang van € 5600 + € 1520, dus ongeveer € 7000. De achteruitgang is nog groter als er bij elkaar meer dan twee kinderen zijn. Bij uit elkaar gaan geldt uiteraard het omgekeerde. Een en ander is ook van belang in verband met het risico van leefvormfraude.

Geschiedenis[bewerken]

Het kindgebonden budget werd ingevoerd op 1 januari 2009 en verving de kindertoeslag (een tijdelijke regeling die alleen in 2008 van kracht was). Voor de kindertoeslag maakte het aantal kinderen in een gezin niet uit.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]