Kinkaku-ji

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kinkaku-ji
Kinkaku-ji pagode genoemd naar de witte slang

Kinkaku-ji (Japans 金閣寺, Gouden Paviljoen Tempel) is de bijnaam van de Rokuonji (鹿苑寺, Hertentuin Tempel) tempel in Kioto, Japan. Het is één van de bekendste toeristische trekpleisters van Japan en van Kioto. Het meest beroemde deel van de tempel is het Gouden Paviljoen (金閣, Kinkaku) in de tuin bij de tempel.

Locatie[bewerken]

Het Gouden Paviljoen is gevestigd in Kinkakuji-chō, Kita-ku, ten noordwesten van Kioto. Het is omgeven door bergen, met In het westen de bergen Kinugasayama en daarachter Hidari Daimonjiyama. De bergen in het noorden van Kioto staan bekend onder de naam Kitayama, maar rond het paviljoen worden ze ook wel Hokuzan genoemd, een alternatieve uitspraak van de karakters 北山 (Kitayama). Deze naam dateert vanuit de Heian periode (794-1185), oorspronkelijk gebruikt om het grote gebied (Kitayama) te onderscheiden van het kleinere (Hokuzan).

Vanaf de Mid-Heian periode werden er veel mensen begraven. Vandaag de dag zijn er nog vele graftomben te bezichtigen, onder andere die van keizer En’yū (969-984 v.C.). In het hele gebied zijn er graven en de bekende grafheuvels te vinden. Vandaag is dit gebied ten westen van het Gouden Paviljoen gekend voor Himuro (Ice chamber), doordat het keizerlijke hof hier werkte. In de winter werd er ijs in blokken gesneden en bewaard in kamers. Deze ijsblokken legde men in de diepe nissen van bijvoorbeeld de berg Hidari Daimonjiyama, waar het bewaard kon worden voor warm weer.

Vroeger werd dit gebied ook beschouwd als een rijk gebied om tempels op te trekken. Eerst werd het echter gebruikt als rijstveld en landbouwgrond, totdat Saionji Kintsune (1171-1244) er de allereerste gebouwen optrok: de Saion-ji familie tempel en de villa Kitayamadai.

De oorsprong van de naam Kinkaku-ji[bewerken]

De relikwie-hal (Shariden) staat bekend onder de naam het Gouden Paviljoen, waar uiteindelijk de hele tempel naar vernoemd is. De officiële naam van de Kinkaku-ji luidt Rokuon-ji (鹿苑寺, Hertentuin Tempel). Deze naam werd afgeleid van de eerste twee karakters van de postume naam van shogun Ashikaga Yoshimitsu (1358-1408). Rokuon (鹿苑, Deer Park) was het gebied van Shakyamuni’s eerste preek nadat hij de verlichting wilde bereiken. Na de dood van Yoshimitsu werd dit gebied de Rokuon’in genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Tijdens de Kamakura periode (1185-1333) was het land waar de huidige tempel op staat in bezit van Saionji Kintsune, ook bekend als Kitayamadai. Na het mislukken van de militaire regering ging de invloed van de Saionji-clan sterk achteruit, de Kitayamadai werd niet meer gebruikt en verloor zijn waarde.

Tijdens het Muromachi tijdperk (1392-1573) kwam het terrein onder de aandacht van shogun Ashikaga Yoshimitsu (1358-1408), die er in 1397, na zijn aftreden in 1394, een villa en het Gouden Paviljoen op bouwde. Yoshimitsu had goede handelsbetrekkingen met Ming China. Hij had een uitgebreide Chinese collectie van voorwerpen die de basis vormen van de Kitayama cultuur. Na de dood van Yoshimitsu verloor Kitayama zijn officiële status als residentie van de Shogun en nam de zen tempel de naam Rokuon-ji aan (naar de vroegere naam Rokuon-in).

De tempel werd een aantal malen door brand verwoest tijdens de Onin oorlog (1467-1477), maar de tuinen zijn gespaard gebleven.

Tokugawa Ieyasu, de eerste shogun van de Edoperiode (1615-1868) , benoemde Saishō Shōtai (1548-1607) als abt van de Rokuon-ji. Saishō Shōtai had beide Toyotomi Hideyoshi (1536-98) en Tokugawa Ieyasu geasisteerd als leidend adviseur. Saishō Shōtai versterkte de financiële basis van de Rokuon-ji en het was mogelijk voor zijn volgelingen om de post van abt te erven.

In de Meijiperiode (1868-1912), verloor de Rokuon-ji door de regering zijn basis van financiële steun, maar het doorstond deze moeilijkheden. De deuren werden voor het eerst voor het publiek geopend in 1894.

In 1950 werd het Gouden paviljoen in brand gestoken door een geestelijk gestoorde monnik, Hayashi Shōken. Hij heeft zelf in de vlammen de dood willen vinden, maar is in angst naar de heuvels achter het Paviljoen gevlucht. Daar trachtte hij tevergeefs zelfmoord te plegen en werd gearresteerd. Een geromantiseerde versie van deze gebeurtenissen is opgenomen in het boek van Yukio Mishima Het Gouden Paviljoen uit 1956. Het huidige paviljoen dateert uit 1955. Bij de reconstructie werd de bedekking met goud uitgebreid tot ook de onderste verdiepingen. Van dichtbij is zichtbaar dat de constructie erg nieuw is, maar van een afstand ziet het paviljoen er sprookjesachtig uit, door de weerspiegeling in de vijver.

De tempel is in 1994 aangewezen door de UNESCO als een World Heritage Site.

Gouden Paviljoen[bewerken]

Het meest beroemde deel van de tempel is het Gouden Paviljoen (金閣, Kinkaku) in de tuin bij de tempel. Het dient als een shariden, als opslag voor relieken van de Boeddha. Het gebouw weerspiegelt fraai in de vijver, die spiegelvijver wordt genoemd. Het gehele paviljoen, behalve de onderste verdieping is bedekt met zuiver bladgoud, hetgeen de tempel bijzonder waardevol maakt. Het dak is gedekt met dunne boordjes van japanse cypres en er staat ook een feniks. Het gebouw is een goed voorbeeld van de architectuur uit de Muromachi-periode aangezien het een combinatie is van 3 verschillende stijlen.

De eerste verdieping van het Gouden Paviljoen is gebouwd in de shinden stijl, de stijl van de paleizen uit de Heian periode. Aan de linkerkant van het altaar staat een portret van de Ashikaga Yoshimitsu. In het midden van de verdieping staat een beeld van de Boeddha Shakyamuni die een juwelenkrans draagt. De tweede verdieping, Chōondō (Grotto of Wave Sounds), is gebouwd volgens de buke stijl die werd gebruikt voor de huizen van samoerais. In het midden staat een podium met daarop Kannon, de godin van de barmhartigheid. Rondom haar staan beelden die de Four Heavenly Kings (Shitennō) voorstellen, ze dienen om te waken. De derde verdieping is gebouwd in de stijl van de Chinese Chan (Zen) stijl, die Kukkyōchō (Superb Apex) wordt genoemd. Deze verdieping werd gemengd met de stijlen van de andere verdiepingen, maar behield de oorspronkelijke karakteristieken van de Zen architectuur.

In de tuin bij de tempel bevindt zich ook een theehuis dat gebruikt werd door keizer Go-Mizuno-o.

Anmintaku[bewerken]

Anmintaku, de "vijver van de rust", wordt omringd door bomen en geeft een gevoel van grote diepte. Omdat de vijver nooit opdroogde werd hier vaak gebeden om regen. In het midden is een klein eiland, met daarop een kleine pagode die genoemd is naar "de heuvel ter nagedachtenis van de witte slang".

Literatuur[bewerken]

  • Mishima, Yukio. Het gouden paviljoen. 5de druk. Amsterdam : Meulenhoff, 2000.
  • Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan : van samurai tot soft power. 2e, herwerkte uitgave. Leuven : Acco, 2009.

Externe links[bewerken]