Klankdicht
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een klankdicht is een gedicht waarbij de betekenis geheel is losgelaten en alleen de klank een rol speelt. Het klankdicht wordt wel als de meest extreme vorm van de atonale poëzie beschouwd.
Voorbeelden [bewerken]
Een bekend Nederlandstalig (althans door een Nederlandse dichter geschreven) gedicht is De mus van Jan Hanlo.
- De mus
- Tjilp tjilp - tjilp tjilp tjilp
- tjilp tjilp tjilp - tjilp tjilp
- tjilp tjilp tjilp tjilp tjilp tjilp
- tjilp tjilp tjilp
- Tjilp
- etc.
Het klankdicht wordt als een moderne vorm van poëzie beschouwd. Toch komt in de boeken van François Rabelais (begin 16e eeuw) al een poëtische beschrijving voor van de gevolgen van zeeziekte. Rabelais laat Pantagruel het volgende zeggen:
- Bou, bou, bou, bou!
- Otto, to, to, to, ti, bou
- Bou, bou, bou, ou, ou
- Ou, bou, bou, bous
Ook Paul van Ostaijen schreef verscheidene klankdichten.
Zie ook [bewerken]
| Zoek klankdicht op in het WikiWoordenboek. |