Klassieke periode (geschiedenis)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Griekenland

Athina Akropolis relief front 2005-04.jpg



Portaal  Portaalicoon  Griekenland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De Klassieke periode is een periode in de geschiedenis van Griekenland tussen ca. 500 en 323 v.Chr. Als begin worden de Perzische Oorlogen aangemerkt, het einde wordt gelegd bij de dood van Alexander de Grote.

De Perzische Oorlogen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Perzische Oorlogen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.


De Perzen hadden de Griekse koloniën in Ionië op de westkust van Klein-Azië veroverd. In het jaar 500 v.Chr. kwamen de koloniën in opstand en kregen steun van Athene en van de stad Eretria (op het eiland Euboea, nu Évia). Koning Darius I van Perzië onderdrukte de Ionische opstand en wilde daarna Athene en Eretria straffen en tevens Europees Griekenland veroveren.

In 492 v.Chr. werd het Perzische gevaar afgewend, omdat de Perzische vloot in een storm bij de berg Athos werd vernietigd, waarna ook het Perzische leger naar huis terugkeerde. In 490 v.Chr. volgde een tweede Perzische aanval, nu alleen over zee. Eretria werd verwoest en daarna ontscheepten zich de Perzen in de vlakte van Marathon (nu Marathónas) aan de oostkust van Attika, maar daar werden ze door Atheense troepen onder Miltiades op de vlucht gedreven. Weer keerden de Perzen zonder resultaat naar huis terug.

Xerxes, Darius' zoon en opvolger, stuurde in 480 v.Chr. opnieuw een leger en een vloot naar Griekenland. Na raadpleging van het orakel van Delphi had de Atheense staatsman Themistocles een grote vloot laten bouwen met de inkomsten van de zilvermijnen van Laurion (nu Lávrio).

In de pas van Thermopylae hield de Spartaanse koning Leonidas met een klein leger de Perzen enkele dagen tegen, maar toen een verrader (Ephialtes) de Perzen de weg wees door het gebergte, stootte het vijandelijke leger door naar het zuiden. Athene werd in brand gestoken, maar de bevolking was op voorhand gevlucht naar de eilanden Aegina en Salamis (nu Éyina en Salámina). In de baai van Salamis leed de Perzische vloot een nederlaag en in 479 v.Chr. werd het Perzische landleger bij Plataeae (nu Platées) verslagen door koning Pausanias van Sparta. Spoedig daarna werden ook de Ionische steden en eilanden van de Perzen bevrijd.

De Gouden Eeuw van Pericles[bewerken]

Om zich in de toekomst beter tegen Perzië te kunnen verdedigen, sloten de bevrijde stadstaten en eilanden in 477 v.Chr. een verbond met Athene: de Delisch-Attische Zeebond. Elk lid moest geld of schepen leveren; het geld werd eerst bewaard op het eiland Delos en later in Athene. Pas in 448 v.Chr. werd er vrede met de Perzen gesloten. Daarna brak oorlog uit tussen Athene en Sparta, die in 445 v.Chr. eindigde met de wederzijdse erkenning van de Peloponnesische Bond onder leiding van Sparta en de Delisch-Attische Zeebond onder leiding van Athene.

De tijd van Pericles (461 - 429 v.Chr.) is de "Gouden Eeuw" van Athene; na de Perzische Oorlogen beleefde het geestesleven er zijn hoogste ontplooiing. Pericles maakte van Athene de schoonste, sterkste, rijkste en machtigste stadstaat van Griekenland. De schoonste, door de stad te verfraaien met prachtige bouwwerken; de sterkste, door vloot, haven en vestingwerken (de "Lange Muren") uit te breiden; de rijkste, door de bloeiende handel en nijverheid en de bijdragen van de bondsleden; de machtigste, door de grote vloot van de Zeebond.

De Griekse beschaving[bewerken]

In het Athene van Pericles ontstond een nieuw bewustworden van de menselijke persoonlijkheid, dat zich uitte in onder andere de lyriek, wijsbegeerte, bouw- en beeldhouwkunst. Hippocrates (460 - 377 v.Chr.) van het eiland Kos was de grondlegger van de medische wetenschap. Grote lyrische dichters waren Sappho, de dichteres van het eiland Lesbos, omstreeks 600 v.Chr., en Pindarus (518 - 446 v.Chr.) uit Thebe.

Drie beroemde tragediedichters waren: Aeschylus (525 - 456 v.Chr.), Sophocles (495 - 406 v.Chr.) en Euripides (480 - 406 v.Chr.). De grootste blijspeldichter was Aristophanes (446 - 385 v.Chr.).

Herodotus (484 - 425 v.Chr.) uit Halikarnassos was de geschiedschrijver van de Perzische Oorlogen; Thucydides (455 - 396 v.Chr.) uit Athene beschreef het eerste deel van de Peloponnesische oorlog; Xenophon (431 - 355 v.Chr.) uit Athene zette in zijn Hellèniká het werk van Thoukydidès voort en beschreef in de Anábasis de tocht van 10.000 Griekse huurlingen door Klein-Azië.

Demosthenes (385 - 322 v.Chr.) was de grote Attische redenaar die in felle redevoeringen, Philippica's, opriep tot verzet tegen de groeiende macht van koning Philippus II van Macedonië. Ictinus, Callicrates en Mnesicles waren architecten die de Atheense akropolis van de prachtigste bouwwerken voorzagen. Bekende beeldhouwers in het midden van de 5e eeuw v.Chr. waren: Myron, Polycletus, Phidias en Paeonius; in de 4e eeuw v.Chr.: Skopas, Praxiteles en Lysippus.

Grote natuurfilosofen van de 6e eeuw v.Chr. waren o.a. Heraclitus van Ephese, Thales en Pythagoras, de stichter van een godsdienstig-wijsgerige school; in de 5e eeuw v.Chr.: Democritus met zijn atomenleer, en Empedocles met zijn leer van de vier elementen: vuur, lucht, water en aarde.

De allergrootste wijsgeren van Athene waren: Socrates (469-399 v.Chr.), de vader van de ethiek, Plato (430-347 v.Chr.), de grondlegger van de westerse wijsbegeerte, en zijn leerling Aristoteles (384-322 v.Chr.), de vader van de logica. De Europese filosofie wordt wel omschreven als een reeks voetnoten bij het werk van deze drie.

De Peloponnesische Oorlog, 431-404 v.Chr.[bewerken]

Dit was een oorlog tussen de aristocratische landmacht Sparta en de democratische zeemogendheid Athene. Vanaf 431 v.Chr. hield het Spartaanse leger tien jaar lang verwoestende tochten door Attica, terwijl de Atheense vloot de kusten van de Peloponnesos plunderde. Een groot verlies voor Athene was de dood van Pericles die in 429 v.Chr. stierf aan de pest; deze was uitgebroken onder de opeengehoopte bevolking die tegen Sparta bescherming zocht binnen de Lange Muren tussen Athene en Piraeus. De tocht naar Sicilië (415-413 v.Chr.), met als doel het westelijke bekken van de Middellandse Zee te beheersen, bracht opnieuw een grote ramp over Athene. De wispelturige staatsman Alcibiades wilde op Sicilië enkele Griekse steden helpen tegen Syracuse, hopend daardoor zelf grote roem te verwerven. Maar de tocht mislukte, Alcibiades liep over naar Sparta -werd later wéér Atheens vlootvoogd en wéér afgezet- en de Atheense vloot werd vernietigd.

Er volgden moeilijke jaren voor Athene (mislukte staatsgreep in 411 v.Chr.); tenslotte werd in 405 v.Chr. hun nieuwe vloot door de Spartaan Lysandros bij de Hellespont verslagen. Athene moest zich overgeven, de Zeebond werd ontbonden, de vestingwerken en de Lange Muren moesten afgebroken worden. Athene was gekortwiekt; Sparta had de leiding genomen.

Het einde van de Griekse vrijheid[bewerken]

Een dertigtal jaren berustte de hegemonie bij Sparta, maar de ontevredenheid daarover leidde tot verzet. In 371 v.Chr. versloeg de Thebaanse veldheer Epaminondas de Spartanen bij Leuctra (nu Léfktra) en waarmee de hegemonie aan Thebe (nu Thíva) een feit was. Deze was slechts van korte duur, want in 362 v.Chr. sneuvelden Epaminondas en zijn twee onderbevelhebbers in de slag bij Mantineia (nu Mandínia), ook al behaalde Thebe hier een overwinning op een Spartaans-Atheense coalitie.

Griekenland tijdens de Thebaanse hegemonie

De onderlinge oorlogen hadden de Grieken uitgeput. De grote tijd van de dramatische dichtkunst was voorbij, de eeuw van het proza aangebroken. Toen het ten noorden van Griekenland gelegen Macedonië - door de spotlustige Grieken niet voor volwaardige Grieken aangezien - zich tot een belangrijke militaire macht ontwikkelde, betekende dat al spoedig de ondergang van de onafhankelijke, elkaar steeds bestrijdende, Griekse stadstaatjes. Van de verzwakking en verdeeldheid maakte Koning Philippos II van Macedonië (359-336 v.Chr.) gebruik door met zijn uitmuntende leger steeds verder in Griekenland door te dringen. Demosthenes riep de Grieken op hun vrijheid te verdedigen. Enkele Griekse steden verenigden zich, maar in 338 v.Chr. leden ze tegen Macedonië de nederlaag bij Chaeronea (nu Herónia). Dat was het einde van de onafhankelijke Griekse stadstaten; de macht verschoof naar het tot dan toe onbelangrijke Macedonië.

Philippos verbood de Grieken alle onderlinge oorlogen en verbonden, werd zelf de leider van de Griekse staatjes en liet zich kiezen tot opperbevelhebber tegen de Perzen. Maar voor hij de grote veldtocht kon beginnen, werd hij vermoord. Betrekkelijk recent, in 1977, werd de rijke grafkamer van Philippos II gevonden bij Vergina.

Zijn zoon Alexander de Grote volgde hem op. Deze verzamelde een reusachtig leger om wraak te nemen op de Perzen, en van 334 tot zijn dood in 323 v.Chr. hield hij een grootse veroveringstocht om het Perzische Rijk van Egypte tot voorbij de Indus aan de verenigde Macedoniërs en Grieken te onderwerpen. Dit onmetelijke Macedonische Rijk zou echter binnen de twaalf jaren na zijn dood weer uiteenvallen doordat zijn opvolgers, de diadochen, elkaar bestreden om de erfenis te verdelen. Het overlijden van Alexander de Grote geldt als einde van de klassieke periode en het begin van de hellenistische periode.