Klauwkikker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klauwkikker
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Klauwkikker
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Amphibia (Amfibieën)
Orde: Anura (Kikkers)
Familie: Pipidae (Tongloze kikkers)
Geslacht: Xenopus
Soort
Xenopus laevis
(Daudin, 1802)
Afbeeldingen Klauwkikker op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Klauwkikker op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De klauwkikker, ook wel Afrikaanse- of reuzenklauwkikker (Xenopus laevis) is een kikker uit de familie tongloze kikkers (Pipidae). In veel indelingen hebben de klauwkikkers een eigen (onder)familie, genaamd Xenopodinae.

Beschrijving[bewerken]

Deze soort wordt ongeveer 12 centimeter lang en is makkelijk te herkennen aan het afgeplatte plompe lichaam, de grote zwemvliezen aan de achtertenen, en met name de ogen die bovenop de kop staan. De voorpoten hebben geen zwemvliezen maar 4 lange spitse vingers. Omdat een klauwkikker geen tong heeft, moet de prooi met de voorpoten in de keel worden geduwd, en een kikker die met de handen eet is een vreemd gezicht. De kleur is olijfgroen tot groenbruin met op de rug vale groene vlekken en een lichtere, vaak witte buik. De ogen zijn duidelijk zichtbaar en oranje tot geel van kleur, de achterpoten zijn gespierd en hebben klauwen aan de tenen.

De klauwkikker heeft op iedere flank een rij witte "stikseldraadjes". Deze bevatten zintuigen waarmee de dieren trillingen waarnemen, zodat ze in het modderige water prooien en ook roofvijanden kunnen lokaliseren.

Algemeen[bewerken]

Het voedsel bestaat uit allerlei waterdiertjes zoals kleine vissen, insecten en larven, slakjes en kleine tweekleppigen. Het natuurlijke verspreidingsgebied beperkt zich tot zuidelijk Afrika. De soort is geheel aquatisch en komt nooit uit het water, omdat de huid anders uitdroogt en de lichaamsbouw niet geschikt is om te lopen. Alleen als de poelen waar het dier leeft uit beginnen te drogen worden ze wel eens op het land gevonden. De klauwkikker heeft een voorkeur voor stilstaande wateren met een modderige bodem. De soort is populair in terraria, maar omdat de enorme benodigde leefruimte per dier vaak wordt onderschat worden veel in gevangenschap gehouden exemplaren niet erg oud. Bovendien is het een nachtactieve soort die alleen tevoorschijn komt als het geheel donker is. De regentijd luidt de voortplantingstijd in, dan zetten de vrouwtjes talrijke kleine eitjes af, die ze aan allerlei objecten onder water vasthechten. De larven schrapen geen algen af zoals de meeste ander kikkervisjes, maar filteren hun voedsel. Ze hebben voeldraden op de kop wat ze een meervalachtig uiterlijk geeft.

Larven in een vijver

Modelorganisme[bewerken]

De klauwkikker is een veel gebruikt modelorganisme binnen verschillende takken van de biologie. Twee soorten worden met name gebruikt: Xenopus laevis en Silurana tropicalis. Xenopus laevis kan een lengte bereiken van 10 cm, de Silurana tropicalis is ongeveer twee keer zo klein en bereikt een lengte van 4-5 cm. Verder lijken deze soorten uiterlijk veel op elkaar. Xenopus laevis kan na ongeveer 2 jaar eitjes afzetten, en zet 300-1000 eitjes af per keer. Silurana tropicalis is na ongeveer 4 maanden volwassen en produceert 1000-3000 eitjes per keer. Dit maakt Silurana tropicalis geschikter voor genetische studies.

Xenopus laevis heeft een allotetraploïd genoom, terwijl Silurana tropicalis een diploïd genoom heeft, waarvan de sequentie bekend is. Silurana tropicalis is daarom geschikter voor veel genetische studies.

Oöcyten[bewerken]

Het ingekleurde embryo van de klauwkikker.

Xenopus laevis wordt vooral veel gebruikt vanwege zijn oöcyten, die tijdens de maturatie (rijping) uitgroeien tot de eitjes. In de jaren dertig en veertig werden deze eitjes gebruikt voor een primitieve zwangerschapstest.

De oöcyten van de Xenopus laevis worden tijdens de maturatie 1000-1200 micrometer in doorsnede en zijn dus duidelijk zichtbaar voor het oog. Daarmee is de Xenopus laevis oöcyt een van de grootste celtypen die bekend zijn. Ter vergelijking: een menselijke oöcyt heeft een doorsnede van ongeveer 100 micrometer, en een normale dierlijke cel is ongeveer 15 micrometer in doorsnede. De Silurana tropicalis oöcyt wordt ongeveer 500 micrometer in doorsnede.

Tijdens de maturatie worden de oöcyten gepolariseerd. Deze polarisatie is met het oog zichtbaar: de oöcyt heeft een duidelijk gescheiden wit en zwart gedeelte. In het zwarte gedeelte bevindt zich onder andere het genetisch materiaal. Het witte gedeelte is gevuld met eiwit.

De oöcyten zijn zeer robuust en daardoor geschikt voor invasieve technieken zoals microinjectie en patch-clamping.

Bij microinjectie worden met behulp van een zeer dunne naald stoffen in de oöcyt geïnjecteerd. Deze techniek wordt bijvoorbeeld gebruikt om RNA te injecteren. Xenopus oöcyten zijn namelijk, in tegenstelling tot andere celtypen, in staat om vreemd RNA efficiënt tot expressie te brengen, of in te bouwen in het DNA. Nadat de oöcyten geactiveerd zijn, kan micro-injectie ook gebruikt worden voor fertilisatie. Ook na de bevruchting, tijdens de eerste embryonale stadia, wordt microinjectie gebruikt, vaak met het doel om een gen te inactiveren in een specifiek gedeelte van de embryo. Zo kunnen de functies van bepaalde genen worden bepaald.

Bij patch-clamping worden elektroden over de celmembraan van de oöcyt geplaatst. Zo kunnen elektrofysiologische experimenten worden uitgevoerd. De zogenaamde calcium-waves zijn op deze wijze uitgebreid bestudeerd.

Tenslotte worden Xenopus-oöcyten gebruikt voor de bereiding van celvrije extracten door middel van centrifugatie. In deze celvrije extracten kunnen zeer veel cellulaire processen worden bestudeerd, zonder dat de structuur van een cel aanwezig is. Eiwit-expressie, de opbouw en afbraak van de celkern, de werking van het centrosoom en de vervaardiging van het endoplasmatisch reticulum zijn enkele processen die op deze wijze zijn bestudeerd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties