Klein verlet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In het Belgisch arbeidsrecht wordt de term klein verlet (soms ook kort verzuim genoemd) gehanteerd voor afwezigheid waarop de werknemer recht heeft zonder loonverlies, zoals beschreven in het koninklijk besluit van 28 augustus 1963[1]. Soms kan via een collectieve arbeidsovereenkomst het aantal gevallen of het aantal dagen klein verlet uitgebreid worden.

Het gaat om:

  1. Huwelijk van de werknemer: 2 dagen.
  2. Huwelijk van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder, van een kleinkind van de werknemer: 1 dag, verplicht te nemen op de dag van het huwelijk, als dit een werkdag is.
  3. Overlijden van de echtgenoot of echtgenote, van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder van de werknemer: drie dagen, te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis
  4. Overlijden van een broer, zuster, schoonzuster, schoonbroer, grootvader, grootmoeder, kleinkind, van een overgrootvader, een overgrootmoeder, van een achterkleinkind, van een schoonzoon of schoondochter die bij de werknemer inwoont: 2 dagen
  5. Overlijden van een broer, zuster, schoonzuster, schoonbroer, grootvader, grootmoeder, kleinkind, van een overgrootvader, een overgrootmoeder, van een achterkleinkind, van een schoonzoon of schoondochter die niet bij de werknemer inwoont: de dag van de begrafenis
  6. Bijwonen van een bijeenkomst van de familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter: de nodige tijd (maximaal één dag)
  7. Deelneming aan een assisenjury, oproeping als getuige vóór de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank: de nodige tijd, met een maximum van 5 dagen;
  8. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een stembureau of telbureau bij verkiezingen: de nodige tijd;
  9. De door de werkgever doorbetaalde eerste 3 dagen van het vaderschapsverlof (ook voor meemoeders); de overige 7 dagen zijn onbetaald maar geven recht op een uitkering van de mutualiteit.

Verder nog voor religieuze gebeurtenissen zoals plechtige communie, priesterwijding, kloosterintrede van een familielid. Het Koninklijk besluit vermeldt ook nog "Verblijf van de dienstplichtige werknemer in een rekruterings- en selectiecentrum of in een militair hospitaal ten gevolge van zijn verblijf in een rekruterings- of selectiecentrum: de nodige tijd, met een maximum van 3 dagen", maar dat is achterhaald door de afschaffing van de dienstplicht.

Voor ambtenaren geldt een afzonderlijke (gunstiger) regeling, waar het meestal "omstandigheidsverlof" genoemd wordt.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

  1. Koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten