Kleine maagdenpalm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine maagdenpalm
Kleine maagdenpalm.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Gentianales
Familie: Apocynaceae (Maagdenpalmfamilie)
Geslacht: Vinca (Maagdenpalm)
Soort
Vinca minor
L. (1753)
Kleine maagdenpalm
Kleine maagdenpalm
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kleine maagdenpalm (Vinca minor) is één van de twee maagdenpalmsoorten die in België en Nederland voorkomen. De soort komt van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied.

In de Nederlandse natuurgebieden is de plant beschermd, maar hij komt in België algemeen voor. De bakermat van de twee soorten maagdenpalm ligt in mediterrane streken. De laagblijvende, groenblijvende plant is verhoutend. De soort wordt in de Angelsaksische landen de 'lesser' - of 'common periwinkle' genoemd. In Duitsland wordt de plant 'Kleines Immergrün' genoemd.

De eivormige tot elliptische bladeren zijn slechts 3-4 cm lang, in tegenstelling tot de 8 cm lange bladeren van de grote maagdenpalm. Ook de bloemen zijn kleiner (2,5-3 cm tegen 5-6 cm) en de plant is minder hoog. De kleine maagdenpalm groeit met uitlopers, die tot 0,5 m lang kunnen worden.

Boven: blad van de kleine maagdenpalm met gladde bladrand; onder blad van de grote maagdenpalm met behaarde bladrand

De plant geeft de voorkeur aan de volle zon of enige schaduw, en vraagt om een enigszins vochtige grond.

Voorkomen[bewerken]

De kleine maagdenpalm komt in het wild nog maar op enkele plaatsen in de Lage Landen voor. Het is echter een veel gekweekte tuinplant.

Plantengemeenschap[bewerken]

De kleine maagdenpalm is een kensoort voor het eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum).

Toepassingen[bewerken]

De plant bevat giftige alkaloïden waarvan vincamine het grootste deel uitmaakt. In de reguliere geneeskunde zijn er geen andere toepassingen. In de kruidengeneeskunde wordt hij wel aanbevolen bij een breed assortiment van ziekten als suikerziekte, hoge bloeddruk, verkoudheid, oogirritaties, aderverkalking[1]en infecties. In traditionele Surinaamse medicijnen wordt de plant gebruikt tegen malaria en om de menstruatie te verlichten. Bewijs voor werkzaamheid in deze toepassingen ontbreekt. Gebruik lijkt gezien de grote giftigheid ook niet raadzaam.

Beschermd[bewerken]

De kleine maagdenpalm is een stinsenplant (stins = steenhuis). Stinsenplanten zijn planten die van elders zijn ingevoerd vanaf de Middeleeuwen tot het midden van de vorige eeuw en nu in het wild in Nederland voorkomen.

De plant is in Nederland beschermd en staat ook in België op de rode lijst.

Vorm met witte bloemen

Referenties[bewerken]

  1. Genezende planten - Bruno Vonarburg, Artis-Historia Uitgaven, Brussel, p.33

Externe link[bewerken]