Kleine trap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine trap
IUCN-status: Gevoelig[1] (2012)
Tetrax male 1.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Otidiformes
Familie: Otidae (Trappen)
Geslacht: Tetrax
Soort
Tetrax tetrax
(Linnaeus, 1758)
Verspreidingsgebied.
Verspreidingsgebied.
Kleine trap op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De kleine trap (Tetrax tetrax) is een vogel uit de familie van de trappen (Otidae) die voorkomt op steppen, extensieve landbouwgronden en braakliggende terreinen op het Iberisch Schiereiland, Frankrijk, Italië, Sardinië, de Balkan, Marokko en van Midden-Azië tot het Altajgebergte. Omdat hij intensief gebruikt agrarisch landschap mijdt, is zijn aantal de laatste decennia sterk afgenomen. In Nederland is de kleine trap een zeldzame dwaalgast.

Kenmerken[bewerken]

De kleine is 40-45 cm lang, heeft een spanwijdte van 83 tot 91 cm en weegt ongeveer 900 gram. Het mannetje in broedkleed heeft een grijze kop, een zwart-witte halstekening, een witte buik en een bruin getekende rug. Bij het vrouwtje, de jongen en het mannetje in winterkleed ontbreekt de zwart-witte halstekening. Het vrouwtjes is sterker getekend dan het mannetje in winterkleed en eerstgenoemde is daardoor donkerder. Kleine trappen vliegen snel, waarbij de vleugels bij het opvliegen veel geluid maken, zoals bij hoenderachtigen. De vlucht met een ondiepe vleugelslag, terwijl de veel grotere grote trap een majestueuze vlucht heeft. De vleugels zijn grotendeels wit, met zwarte eindrand en een kommavormige vlek.[2]

Balts en broeden[bewerken]

Het mannetje zet tijdens de balts in mei of juni zijn 'kraag' van halsveren op en spreidt zijn staart. Tevens laat hij zijn vleugels naar beneden hangen en klappert tegelijkertijd met zijn vleugels. Verder springt hij klapwiekend in de lucht. Er wordt een nest, dat bestaat uit een spaarzaam beklede kuil op de grond, gemaakt en er worden 2-4 bruingroene eieren gelegd die in 20-21 dagen door het vrouwtje worden uitgebroed. Het mannetje bewaakt het nest. Nadat de jongen uit het ei zijn gekomen, verlaten ze onmiddellijk het nest.

Voedsel[bewerken]

Kleine trappen voeden zich hoofdzakelijk met bladeren van steppeplanten; hiernaast eten ze knoppen, zaden, sprinkhanen, kevers en andere ongewervelden.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Mondiaal[bewerken]

Deze soort komt voor van zuidwestelijk Europa en noordwestelijk Afrika tot centraal Azië . Het leefgebied bestaat uit vrij droog, extensief beweid terrein met lage vegetatie, hoog genoeg zo dat de vogel hierin net kan verdwijnen.[1]

Voorkomen in Nederland[bewerken]

De vogel is dwaalgast in Nederland, meestal waargenomen in het najaar. Tussen 1824 en 2000 zijn er 41 bevestigde waarnemingen en tussen 2000 en 2012 slechts 3.[3]

Status[bewerken]

De grootte van de wereldpopulatie werd in 1999 geschat op 240.000 individuen. De kleine trap gaat in aantal achteruit. Dit komt omdat veel van zijn leefgebied wordt versnipperd door verstedelijking en infrastructuur, maar vooral ook door ontwikkelingen in de landbouw. Extensief gebruikt land wordt omgezet in veel meer intensieve veehouderij of akkerbouw. Om deze redenen staat de kleine trap als gevoelig op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c (en) Kleine trap op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Svensson, L. et al., 2012. ANWB Vogelgids van Europa, Tirion, Baarn. ISBN 978 90 18 03080 3
  3. Dutch Avifauna. Dutch Birding Geraadpleegd op 8 september 2014