Kleine watersalamander

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine watersalamander
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Mannetje in landfase.
Mannetje in landfase.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Amfibia (Amfibieën)
Orde: Caudata (Salamanders)
Familie: Salamandridae (Echte salamanders)
Geslacht: Lissotriton
Soort
Lissotriton vulgaris
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) is een salamander uit de familie echte salamanders. Het is na de bruine kikker (Rana temporaria) en de gewone pad (Bufo bufo) de meest algemene amfibie in de Benelux.

De kleine watersalamander komt in heel Europa voor en ontbreekt alleen op het Iberisch Schiereiland. Het is niet alleen een van de wijdstverbreide soorten maar ook een van de meest algemeen voorkomende amfibieën in Europa. De salamander komt ook voor in meer gematigde landen als Nederland en België.

Naam[bewerken]

De kleine watersalamander is ondanks de naam niet de kleinste soort die in Nederland en België voorkomt, dit is de vinpootsalamander (Lissotriton helveticus). Ook de naam watersalamander is wat misleidend, omdat het dier in de meeste streken alleen tijdens het broedseizoen in het water te vinden is, de rest van het jaar op het land (landfase). In de Benelux loopt deze zogenaamde waterfase van half maart tot eind juni.

De wetenschappelijke naam was lange tijd Triturus vulgaris, waardoor deze naam nog veel wordt gebruikt in de literatuur. De soort behoorde vroeger ook tot andere geslachten, met als bekendste Triturus, zie ook onder het kopje taxonomie.

Kenmerken[bewerken]

Mannetje in waterfase.

De kleine watersalamander wordt maximaal 11 centimeter lang[2], maar exemplaren in het zuiden van het leefgebied, rond de Middellandse Zee, bereiken maximaal 6 tot 9 centimeter. De mannetjes zijn ook buiten de paartijd meestal makkelijk van vrouwtjes te onderscheiden door een meer afstekende kleur, donkere ronde vlekken op de rug en flanken en een witte buikzijde met naast de vlekken een lichte oranje streep op het midden. Vrouwtjes hebben ook vlekken, maar deze zijn veel kleiner en zitten alleen op de buik, op de rug is de kleur bruin, het midden van de rug is bij vrouwtjes vaak lichter gekleurd, zodat een rugstreep ontstaat. De huid is in de landfase droog, grauw en bruin tot grijs van kleur, de buik en keel hebben vele kleine, vrij ronde zwarte vlekken, die van mannetjes zijn ook hier duidelijk groter. Sommige ondersoorten hebben, net als veel Europese kikkers, twee huidplooien aan weerszijden van de rug, die dorsolaterale lijsten worden genoemd.

Tijdens de voortplantingsperiode leeft de kleine watersalamander in het water en krijgt dan speciale aanpassingen die het uiterlijk drastisch veranderen, vooral bij de mannetjes. De korzelig aandoende, grauw gekleurde en droge huid verandert in een gladde huid met felle kleuren aan de buikzijde. De tenen krijgen huidzomen, randen om de teen die het oppervlak vergroten en waarvan de functie te vergelijken is met die van een zwemvlies. Ook zwelt de cloaca op, vooral die van de mannetjes. De huid past zich aan waardoor deze dunner en gladder wordt en de waterafstotende eigenschappen verdwijnen waardoor de salamander door de huid kan ademen. Om aan voldoende zuurstof te komen tijdens deze actieve periode moet ook steeds adem worden gehaald aan de oppervlakte. Alleen in het water overwinterende dieren, wat bij volwassen salamanders zelden voorkomt, ademen soms maandenlang door de huid maar zijn dan niet actief zodat ze bij de lage watertemperatuur nog maar heel weinig zuurstof nodig hebben.

Naast een andere huidstructuur wordt de oranje lengtestreep op het midden van de verder witte buik breder en veel intenser van kleur. De opvallendste aanpassing van de mannetjes is de grote, sterk afgeplatte kam op de rug en aan de staartzoom aan de onderzijde van de staart. Deze is aan de bovenkant gegolfd tot getand en het deel aan de onderzijde van de staart is vaak blauw gekleurd, hoewel dit niet altijd duidelijk is te zien. Vrouwtjes krijgen slechts een lichte kam op de staart die ophoudt bij de basis en niet doorloopt op de rug en daarnaast een eveneens lichte en nauwelijks zichtbare staartzoom, een kam aan de onderzijde van de staart. Deze aanpassingen verdwijnen weer na de voortplantingsperiode voor de landfase; de huid wordt weer leer-achtig waardoor de salamander minder snel uitdroogt. Er zijn zeven ondersoorten die allemaal iets afwijken en enige variatie kennen in kleur, patroon en gemiddelde lengte.

Andere soorten[bewerken]

De kleine watersalamander is maar met weinig andere soorten te verwarren. De vinpootsalamander (Lissotriton helveticus) valt in de waterfase op door de sterk ontwikkelde zwemvliezen aan de achterpoten en het worm-achtige aanhangsel van de staart. Zwarte vlekjes op de keel ontbreken bij deze soort.

De kamsalamander (Triturus cristatus) wordt groter tot 20 cm en heeft een meer donkere kleur en de mannetjes hebben een meer puntige kam in plaats van een gegolfde kam.

Andere salamanders, zoals de vuursalamander (Salamandra salamandra) hebben een te sterk afwijkend uiterlijk om verward te kunnen worden met de kleine watersalamander.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De soort komt alleen in Europa voor, maar wel in veruit het grootste gedeelte ervan in een groot aantal landen. Landen waar de soort niet voorkomt zijn; zuidelijk Spanje, -Italië, -Frankrijk en -Portugal, noordelijk Scandinavië en het uiterst noordoostelijke deel van Europa. Ook in Turkije komt de soort voor[3] . In Nederland en België is de salamander plaatselijk algemeen, maar lang niet overal, en is een beschermde diersoort. In Nederland is de salamander zelfs op de Waddeneilanden te vinden. De kleine watersalamander komt voor in zowel laaggelegen landen als de Benelux, maar kan zich ook handhaven in uitgesproken berggebieden, in Oostenrijk werd het dier tot op een hoogte van 2150 meter boven zeeniveau aangetroffen[4].

De kleine watersalamander stelt weinig eisen aan zijn biotoop en kan in alle met onderwatervegetatie begroeide kleine watertjes die regelmatig in de zon staan gevonden worden. De kleine watersalamander leeft in stilstaande tot langzaamstromende wateren, snelstromend water is ongeschikt als habitat. De salamander komt voor in kleine stroompjes, vijvers, sloten, vennetjes, moerassen en zelfs in gebieden met hoogveen. Het is een cultuurvolger die zich kan handhaven in uiteenlopende milieus, maar het liefst vertoeft in begroeide, open gebieden. Vooral door de mens aangelegde waterreservoirs zijn geschikt, welke bestaan uit een stilstaand diep water met steile wanden zodat vee er geen toegang toe heeft. Ook in grotere wateren komt de salamander voor, zoals de oeverzones van meren en vijvers en de bochten van rivieren, soms in brakwater. De voorkeur gaat uit naar heldere, niet té dichtbegroeide wateren met stilstaand water en niet al te diep, want hier leven roofvissen en grote waterinsecten of de larven die dol zijn op salamanders.

De salamander kan in zeer hoge aantallen per oppervlakte-eenheid voorkomen, maar de aantallen lopen in de meeste delen van het verspreidingsgebied langzaam terug. Met name in geïndustrialiseerde landen hebben vervuiling en het verdwijnen van het leefgebied een negatieve impact op de populaties. Wel moet gezegd worden dat sommige menselijke activiteiten, zoals het graven en open houden van sloten, een positieve invloed hebben op het in stand houden van de populaties.

In heel Europa is de kleine watersalamander wettelijk beschermd, ook in Nederland en België. Het vangen van de salamanders, zelfs om deze uit te zetten in de vijver of de larven op te kweken, is dus verboden. Beide acties lijken de salamander goed te doen, maar het omgekeerde is waar. In de vijver uitgezette dieren kruipen vrijwel altijd terug naar waar ze vandaan gehaald zijn om de voortplanting weer op te pakken met alle risico's van dien zoals het oversteken van wegen.

Microhabitat: in de vijver[bewerken]

De kleine watersalamander kan zelfs opduiken in een kleine vijver zoals die van een modale tuin. Om het dier te laten gedijen en zich te laten voortplanten zijn wel een aantal maatregelen nodig:

  • Zorg voor waterplanten, deze zijn essentieel voor de afzet van de eitjes, liefst klein- en veelbladerige soorten zoals waterpest.
  • Verwijder eventuele vissen; deze eten alle eitjes en larven op. Grote vissen eten ook de volwassen exemplaren.
  • Zorg voor schuilplaatsen als lage, struikachtige planten en platte stenen rond de vijver en laat bladafval liggen, hier schuilen de dieren onder.
  • De oevers van de vijver moeten niet te steil zijn, de vijver moet een minimale diepte hebben van een halve meter omdat het water anders te warm wordt. Een vijver van plastic folie heeft als voordeel dat de dieren onder de folie makkelijk overwinteren.

Levenswijze[bewerken]

De kleine watersalamander vertoont het unkenreflex bij bedreiging en draait op de rug waarbij de kwetsbare, maar felgekleurde buikzijde wordt getoond ter afschrikking.

De kleine watersalamander is een van de meest op het land aangepaste soorten salamanders in Europa[5], er zijn twee stadia die zich jaarlijks afwisselen: de landfase in de winter, herfst en zomer en de waterfase in de lente tijdens de voortplantingstijd. De uiterlijke kenmerken zoals huidskleur en morfologie en permeabiliteit van de huid veranderen drastisch, zie het kopje kenmerken. Jonge salamanders die het larvestadium al achter de rug hebben maar nog niet geslachtsrijp zijn leven uitsluitend op het land.

Populaties in het zuiden van het verspreidingsgebied hebben een dusdanig korte winter- en zomerrust dat ze praktisch het hele jaar te vinden zijn. In westelijk Europa zoals in Nederland en België houdt de soort in de winter een winterslaap op het land en in de zomer komen de dieren ook het water uit om op het land te gaan jagen. Ze zijn dan altijd nachtactief en komen overdag alleen bij vochtig weer tevoorschijn. Salamanders in de waterfase zijn zowel dag- als nachtactief en vallen vrij goed op omdat ze felle kleuren hebben en niet erg schuw zijn tijdens de paring, ze moeten bovendien regelmatig komen ademhalen aan de oppervlakte. Tijdens de winterslaap zitten ze vaak verstopt onder stenen of houtblokken, soms vindt de winterslaap plaats in het water. Salamanders zijn op het land slome dieren maar in het water kunnen ze als het moet heel snel wegschieten. Ze drukken dan de pootjes tegen het lichaam en zwemmen snel weg door met de staart te bewegen en kronkelende bewegingen met het lichaam te maken. Ze verschuilen zich een tijdje tussen de onderwaterplanten of duiken naar de bodem en verstoppen zich in de modder. De kleine watersalamander kent net als een aantal andere amfibieën het unkenreflex, waarbij het dier zich bij verstoring op de rug draait en de kwetsbare, maar felgekleurde buikzijde toont om af te schrikken. Als de salamander wordt opgepakt kan deze piepende geluiden maken.

Volwassen salamanders leven dicht bij de bodem maar tijdens de paring en eiafzet leven ze in de waterplanten, waarin vrouwtjes de eieren bevestigen. 's Nachts leven ze meer op de bodem en zijn weinig actief. Larven hebben kieuwen en hoeven geen adem te halen, omdat ze zuurstof opnemen uit het water. Ze leven altijd op of dichtbij de bodem van het water, waar ze niet opvallen vanwege de bruine kleur.

Zoals vrijwel alle in water levende amfibieën kent ook de kleine watersalamander een sterk ontwikkelde vorm van regeneratie, als een deel van de staart of zelfs een poot wordt afgebeten, groeit dit weer aan. Met name bij larven of exemplaren in de waterfase gaat dit sneller, omdat de metabolisme van de salamander in dit stadium hoger is. Net als alle reptielen en amfibieën groeit de huid niet mee en moet de salamander regelmatig vervellen, wat met een wetenschappelijker woord de ecdysis wordt genoemd. Omdat de salamander geen schubben heeft, is de afgeworpen huid zeer dun en moeilijk te zien. In het water is de huid bijna doorzichtig en vergaat snel. Een groeiende salamander vervelt ongeveer één keer per week [5].

Voortplanting en ontwikkeling[bewerken]

Een jonge larve
Een jonge larve
Een wat oudere larve
Een wat oudere larve
Juvenielen
Juvenielen

Rond februari komen de salamanders massaal uit hun winterslaap en zoeken direct het water op voor de voortplanting. De omgevingstemperatuur moet minstens 0° graden zijn en de watertemperatuur minstens 8°.

Voordat er gepaard wordt voert het mannetje eerst een soort paringsritueel uit door met zijn staart te wapperen naar het vrouwtje. Naast de hierdoor ontstane waterdrukgolfjes geeft het mannetje ook lokstoffen af die hij naar het vrouwtje waaiert om haar te verleiden[5]. Vaak zijn er rond een vrouwtje meerdere mannetjes bezig haar het hof te maken, zie ook de externe link voor een filmpje hiervan. De mannetjes zijn zeer tolerant en vertonen geen vijandig gedrag ten opzichte van andere mannetjes; ze trekken zich niets van elkaars aanwezigheid aan.

Een van de belangrijkste vijanden van de eieren zijn zowel de vrouwtjes als de in de paartijd zeer actieve mannetjes, die wel wat extra energie kunnen gebruiken en er regelmatig eentje opeten, dit wordt ovofagie genoemd. De mannetjes zijn in de paartijd alleen maar bezig met het verleiden van een vrouwtje. Als het vrouwtje geïnteresseerd is zet het mannetje zijn spermapakketje of spermatofoor af, dat door het vrouwtje in de cloaca wordt opgenomen. Ze zet vervolgens de 60 tot 300[3] eieren af aan waterplanten.

De eieren worden één voor een bevestigd aan de blaadjes van waterplanten met kleine blaadjes, zoals waterpest, die om het ei worden gevouwen ter bescherming. De vrouwtjes zijn daar heel secuur in; ieder eitje wordt op het midden van een blad afgezet, waarna met de poten het blad wordt omgevouwen met het ei in het midden. Omdat het ei een beetje kleeft blijft het goed vastzitten.

Als de eieren uitkomen zijn de larven zo'n 6 tot 8 millimeter lang, ze groeien door naar ongeveer 40 mm waarna de metamorfose plaatsvindt en de larve uiterlijk sterk veranderd. Ze zijn lastig van de larven van de vinpootsalamander te onderscheiden[6]. De larven hebben externe kieuwen, die duidelijk te zien zijn als twee roodoranje veerachtige pluimen aan de zijkanten van de kop. Ook hebben de larven een staartzoom en een rugkam die eveneens verdwijnen als de metamorfose plaatsvindt. De larven van de kleine watersalamander heeft in vergelijking met andere in Europa voorkomende soorten relatief grote kieuwen en vrij kleine pootjes. De voorpootjes zijn in tegenstelling tot kikkerlarven al direct ontwikkeld, wat ook wel nodig is want de larve jaagt actief op prooien en leeft niet van algen en ander dood materiaal zoals kikkervisjes. De achterpootjes ontwikkelen zich pas later maar zullen uiteindelijk groter worden dan de voorpoten, net als bij kikkers en padden.

De ontwikkelingsduur van de larven hangt sterk af van het voedselaanbod en de temperatuur, eieren die in tijdelijke wateren zijn afgezet, zoals ondiepe plasjes, zullen sneller opwarmen waardoor de larve zich soms al na 6 tot 8 weken volledig ontwikkelt. Er zijn ook minder gunstige omstandigheden, waarbij de larve overwintert en pas het volgende voorjaar metamorfoseert. Daarna duurt het nog 2 tot 3 jaar eer de salamander volwassen is en zich kan voortplanten. Er zijn gevallen van neotenie bekend, waarbij de volwassen enkele kenmerken van de juvenielen behouden zoals de uitwendige kieuwen. De oorzaak hiervan is jodiumgebrek, zodat onvoldoende schildklierhormoon kan worden gevormd. In de praktijk komt dit wel voor in zure vennen op voedselarme gronden.

Voedsel en vijanden[bewerken]

De kleine watersalamander leeft als larve vooral van kleine kreeftachtigen, zoals watervlooien (Daphnia), eenoogjes (Cyclops), larven van dansmuggen en kieuwstaartkreeftjes (Triops). Ze eten vooral prooien die dicht bij of op de waterbodem leven. Grotere salamanders eten meer grote prooien zoals wormachtigen (bv Tubifex), imagines en larven van waterinsecten, kikkervisjes en andere prooien die de salamander aan kan. Vooral vrijzwemmende diertjes worden gegeten en ook amfibieëneieren en -larven zoals de eigen jongen worden gegeten. De kleine watersalamander eet vooral veel eieren en jonge larven van de bruine kikker. De larven zijn onderling eveneens zeer vraatzuchtig, veel larven missen hierdoor delen van de staart en poten, die overigens na verloop van tijd weer aangroeien.

De larven worden door van alles belaagd, vissen, waterinsecten of de larven ervan, berucht zijn de larven van libellen, maar ook waterkevers en roofwantsen als de waterschorpioen en de staafwants eten graag larven van salamanders. Zowel de eitjes als de larven worden ook door grotere salamanders gegeten, zoals de kamsalamander, maar ook door grotere exemplaren van de eigen soort (kannibalisme). Vijanden van volwassen exemplaren zijn rovende vogels als de reiger, maar ook kraaien, spreeuwen, kippen en diverse soorten ooievaars. Ook grotere kikkers en salamanders jagen op de kleine watersalamander. Daarnaast zijn er vele soorten zoetwatervissen die salamanders eten, zoals de snoek. In gevangenschap, zonder vijanden en andere negatieve omgevingsfactoren, kan de kleine watersalamander maar liefst 28 jaar oud worden, in het wild meestal niet meer dan een jaar of 6 à 7.

Taxonomie[bewerken]

De verouderde naam is Triturus vulgaris, maar deze naam wordt nog veel gebruikt. De soort behoorde lange tijd tot het niet meer erkende geslacht Triton en werd in 2005 nog onder het geslacht Lophinus gerekend, ook dit taxon wordt echter niet meer erkend[7]. Er zijn in totaal maar liefst 93 synoniemen voor deze soort, zie ook Wikispecies voor een lijst.

Ondersoorten[bewerken]

Er zijn 7 ondersoorten die zowel in uiterlijk, in verspreidingsgebied en in levenswijze iets kunnen verschillen.

Zie ook[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Reptiles & Amphibians of the UK - Smooth or Common Newt - Triturus vulgaris - Website
  3. a b c Amphibiaweb. Lissotrioton vulgaris
  4. Global Amphibian Assessment - Triturus vulgaris - Smooth Newt - Website
  5. a b c BBC Sciense and Nature. Smooth newt, common newt (Triturus vulgaris)
  6. Stichting Ravon - Kleine watersalamander - Website
  7. American Museum of Natural History - Lissotrioton vulgaris - Website

Bronnen

  • American Museum of Natural History - Lissotrioton vulgaris - Website Geconsulteerd 22 mei 2013
  • Amphibiaweb - Lissotrioton vulgaris - Website
  • Nöllert, A & Nöllert, C; Die Amphibien Europas ISBN 90-5210-419-0, Tirion Natuur
  • BBC Sciense and Nature - Smooth newt, common newt (Triturus vulgaris) - Website
  • Reptiles & Amphibians of the UK - Smooth or Common Newt - Triturus vulgaris - Website
  • Digital Nature - De Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)- Website