Kleine zwartkop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine zwartkop
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Sardinian Warbler.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Sylviidae (Zangers van de Oude Wereld)
Geslacht: Sylvia
Soort
Sylvia melanocephala
(Gmelin, 1789)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De kleine zwartkop (Sylvia melanocephala) is een vogel uit de familie van de zangers van de Oude Wereld (Sylviidae). Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied, Noord-Afrika en een deel van Azië in olijfgaarden, pijnboom- en steeneikenbossen, wijngaarden en verwilderde tuinen. Het is een dwaalgast in Nederland.

Kenmerken[bewerken]

De kleine zwartkop is een 13-14 centimeter grote grasmus waarvan het mannetje een grijze rug en onderdelen, een zwarte kop, witte keel en een rode oogring heeft. Het vrouwtje heeft een bruingrijze rug en onderdelen en een grijze kop, tevens een rode oogring. Juveniele vogels lijken op het vrouwtje. De zang is als die van de grasmus, maar langer en voller, gezongen door het mannetje zittend of in baltsvlucht.

Broeden[bewerken]

Sylvia melanocephala

Het nest bestaat uit takjes, droge stengels, gras en wortels en het ligt in de struiken op enige afstand boven de grond. De 3-5 geelwitte eieren, sterk roestbruin gevlekt, worden van april tot juni gelegd en in 13-14 dagen uitgebroed. Beide geslachten broeden. De jongen, die na 11-12 dagen uitvliegen, worden ook door beide ouders verzorgd. Nadat ze het nest hebben verlaten, worden ze nog enige tijd gevoerd. Kleine zwartkoppen broeden twee maal per jaar.

Eten[bewerken]

In het broedseizoen eten kleine zwartkoppen insecten en spinnen, in het najaar ook bessen en andere vruchten.

Gelijkende soorten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties