Klier van Bartholin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klier van Bartholin
Glandula vestibularis major
Skenes gland.jpg
Gegevens
Embryologie sinus urogenneticus
Zenuw nervus ilioinguinalis [1]
Slagader ateria pudendi externa[1]
Naslagwerken
Gray's Anatomy 270,1266
MeSH A05.360.319.887.220
Dorlands/Elsevier g_06/12392850
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De klier van Bartholin,[2] glandula Bartholini,[3] glandula vestibularis major.[4] glandula vestibularis major Bartholini[5] of voorhofklier is een slijmklier.

Elke vrouw heeft er twee, aan weerskanten van de opening van de vagina op 5 en 7 uur. De afvoerbuizen eindigen aan de binnenzijde van de kleine schaamlippen. Het door de klieren geproduceerde slijm vergemakkelijkt het inbrengen van de penis in de vagina. Dit slijm is daarmee onderdeel van de vaginale afscheiding. De klieren van Bartholin komen overeen met de klieren van Cowper bij de man die het voorvocht produceren.

Indien een kanaal van de klieren gedeeltelijk of compleet is afgesloten, kan de secretie niet worden afgescheiden en ontstaat er pijn door de interne druk. Deze pijn situeert zich op een duidelijk punt en ontstaat ongeacht de manier van seksuele stimulatie. Behandeling geschiedt door het wegnemen van de klier of door marsupialisatie. Hierbij wordt er een opening, een 'buidel' gemaakt. Er wordt al dan niet onder narcose een opening gesneden aan de binnenkant van de schede waar de klier dan aangehecht wordt.

Afwijkingen[bewerken]

  • aangeboren aandoeningen;
  • infecties - bartholinitis of abces;
  • traumata
  • goedaardige tumor (zeldzaam);
  • kwaadaardige tumor (zeldzaam);

Historie[bewerken]

De klieren werden voor het eerst beschreven in de 17e eeuw door de Deense anatoom Caspar Bartholin Junior (1655-1738). Soms wordt ten onrechte beweerd dat zijn grootvader, theoloog en anatoom Caspar Bartholin Senior (1585-1629), ontdekker van de klieren is.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b http://summit.stanford.edu/ourwork/PROJECTS/LUCY/lucywebsite/vestib_gl.html
  2. Friedbichler, M., Friedbichler, I. & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2009). Pinkhof Medisch Engels. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  3. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  4. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  5. Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.