Kluizenarij Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kluizenarij Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin
De kluiskerk te Warfhuizen
De kluiskerk te Warfhuizen
Plaats Warfhuizen
Gebouwd in 1858
Monumentnummer  24010
Architectuur
Klokkentoren Oude klok afkomstig van toren te Oldenzijl
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Het clausuurhek in de Warfhuister kluiskerk. Links het genadebeeld, rechts het schrijn van Antonius Abt
Het opstellen van een processie van Wehe-den Hoorn naar Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen

De rooms-katholieke Kluis van Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin in Warfhuizen is de jongste van de Nederlandse kluizenarijen, en de enige die op dit moment door een kluizenaar bewoond wordt. De kluis is in 2001 gesticht in de voormalige parochiekerk van Warfhuizen in de provincie Groningen. Na de komst van de 'Bedroefde Moeder van Warfhuizen' is de kapel van de kluis Nederlands noordelijkste Mariabedevaartplaats geworden.

Geschiedenis[bewerken]

De bedevaartkluis in Warfhuizen bouwt voort op de traditie van de Limburgse en Brabantse kluizenaars die ontstond in de tijd van de contrareformatie. De laatste broeder van die traditie is in 1930 gestorven in de Kluis op de Schaelsberg. In tegenstelling tot de meeste kluizen in het buitenland hadden deze kluizen een openbare kapel die vaak een rol speelde in de plaatselijke volksdevotie.

Na een geleidelijke neergang sinds de jaren tachtig van de 19e eeuw begon het aantal rooms-katholieke kluizenaars in Europa sinds het einde van de 20e eeuw weer te stijgen. Nederland bleef in eerste instantie bij die ontwikkeling nog wat achter. Wel zijn er altijd leden van kloosterorden geweest die als heremiet leefden, maar de 'kluizenaars zonder meer' waren na 1930 uitgestorven. De oude kluizen stonden leeg en verdwenen grotendeels. Dit was sommige gelovigen een doorn in het oog. In 2001 kon de leegstaande kerk van het Hogelandster dorp Warfhuizen door katholieken worden verworven, en in de travee tegen de toren werd een eenvoudige kluizenaarswoning gerealiseerd, die sindsdien ook door een heremiet (broeder Hugo) bewoond wordt. De rest van het gebouw doet dienst als kluiskapel. De heremiet valt onder het bisdom Groningen-Leeuwarden en heeft zijn eeuwige geloften afgelegd in de handen van de bisschop van dat diocees (op 18 november 2012).

Sinds het Tweede Vaticaans Concilie het kluizenaarsideaal heeft willen doen heropleven is er in de jaren daarna nieuwe (summiere) regelgeving gekomen. In het kerkelijk wetboek, (de Codex Iuris Canonici, can. 603)[1] wordt voor kluizenaars een striktere vorm van afzondering verlangd dan vroeger in Nederland gebruikelijk was. Zodoende is er in Warfhuizen een afgesloten gebied (clausuur) waarbinnen de kluizenaar werkt en bidt. In de kerk is dit zichtbaar door het grote clausuurhek dat het priesterkoor van het schip scheidt.

Sinds 2014 hoort de kluis bij het Beierse heremietenverband van Frauenbründl.

Officie en gebruiken[bewerken]

Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

Zoals in de contemplatieve kloosters wordt in Warfhuizen het Officie onderhouden. In het Westen wordt dat meestal gebeden volgens de ordening van de heilige Benedictus, maar de kluisbroeder van Warfhuizen is in 2009 overgestapt naar het officie van de heilige Johannes Cassianus uit de 5e eeuw. Cassianus baseerde zijn schema op de gebruiken van de kluizenaars in de Egyptische woestijn, de zogenaamde woestijnvaders. Zodoende is het voor heremieten buitengewoon geschikt.

In plaats van de acht (meest korte) psalmofficies van Benedictus schrijft Cassianus twee (langere) waken voor, één aan het begin, en één aan het einde van de nacht. Deze waken worden in Warfhuizen op fluistertoon gezongen in het Latijn. De andere gebedstijden hebben geen officie met Psalmen, maar worden in stilte gebeden door middel van het Jezusgebed.

Het Warfhuister officie wijkt zodoende tegenwoordig duidelijk af van dat van de oude Nederlandse kluizenaars, die meestal een (kortere variant van) de getijden van Benedictus gebruikten. Toch blijft de invloed van de Limburgse traditie op de sfeer in de kluis duidelijk merkbaar aan verschillende toevoegingen uit de volksdevotie, zoals het hardop gebeden rozenkransgebed en verschillende litanieën die op verschillende tijden van de dag worden gezongen. Ook de inrichting van de kerk verraadt het voortborduren op 17e eeuwse voorbeelden door barokke elementen. De verering van de heilige Gerlachus van Houthem, van wie een reliekschrijn aanwezig is in het retabel van het rechter zijaltaar, neemt in de kluis een bijzondere plaats in. Ook de heilige Antonius Abt wordt er bijzonder vereerd. Van hem wordt er een reliek op het Heilig Kruisaltaar bewaard.

Naast de oude zuidelijke kluizenaarstraditie zijn er in de liturgie nog enkele andere invloeden merkbaar. Het feit dat er enkele vrijwilligers Russisch-orthodox zijn, heeft ertoe geleid dat 's avonds na de Completen het Jezusgebed wordt gezongen (in het Grieks). Verder is vooral in het gebruikte dialect van het Gregoriaans de invloed van de kartuizertraditie merkbaar.

Eucharistische aanbidding[bewerken]

Vanaf mei 2009 heeft de bisschop van Groningen-Leeuwarden de kluis van Warfhuizen aangewezen als plaats waar de uitstelling van het heilig Sacrament mag plaatsvinden. Sindsdien is er dagelijks vanaf 16.00 Sacramentsaanbidding, waarin de rozenkrans voor de bedevaartgangers (om 17.00) is opgenomen.

Warfhuizen als Mariabedevaartplaats[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Bedroefde Moeder van Warfhuizen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De meeste bezoekers van de kerk komen er in het bijzonder om Maria te vereren. Dit is begonnen nadat in 2003 een levensgroot Spaans processiebeeld, de ‘Bedroefde Moeder van Warfhuizen’, in de kapel was geplaatst. Het beeld had zo’n aantrekkingskracht op gelovigen uit binnen- en buitenland dat de kapel een bedevaartsoord werd.

Literatuur[bewerken]

  • Kluis-en Bedevaartkapel Warfhuizen. Kleine Kunstführer Nr. 2717. Schnell & Steiner, Regensburg 2008, ISBN 978-3-7954-6797-5

Externe links[bewerken]

Noten en referenties[bewerken]

  1. Codex Iuris Canonici 1983, can. 603