Knecht (wielrennen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
George Hincapie doet knechtwerk voor Lance Armstrong in de Tour van 2005 (Courchevel-Briançon).

Een knecht is in de wielersport een renner die de kopman van een wielerploeg in wedstrijden bijstaat. Slechts bij uitzondering zal een knecht voor eigen kansen rijden, maar doorgaans alles in het werk stellen om de kopman de wedstrijd te laten winnen. Het werk van een knecht bestaat onder andere uit het doen van kopwerk om een vlucht ongedaan te maken, het uit de wind houden van de kopman, water halen bij de volgwagen, en het bijstaan van de kopman bij pech (bijvoorbeeld door een wiel af te staan, of de kopman op sleeptouw te nemen terug naar de staart van het peloton).

Laatste kilometers[bewerken]

In de laatste kilometers is de belangrijkste taak van de knechten om ontsnappingen onmogelijk te maken en voor de sprinter uit de ploeg de sprint aan te trekken. Dit betekent doorgaans dat het tempo door meerdere knechten afwisselend hoog gehouden wordt, zodat niemand uit de groep kan ontsnappen. Hierbij worden snelheden van over de 60 kilometer per uur gehaald. In de laatste kilometer moet dan één knecht - die daartoe gespecialiseerd is - de sprint aantrekken (tempo maken voor de sprinter uit). In de laatste 100 meter kan de sprinter dan het karwei afmaken.

Meesterknecht[bewerken]

Een meesterknecht of superknecht is de voornaamste knecht van een kopman. Vooral in bergetappes spelen meesterknechten een belangrijke rol. Ze komen later in actie dan de andere knechten en moeten hun kopman zo lang mogelijk bijstaan en helpen. Ze kunnen bijvoorbeeld kopwerk verrichten om hun kopman terug te brengen of juist een kopgroep uit te dunnen. Hoewel een meesterknecht zelf ook goede resultaten zou kunnen behalen als hij voor zichzelf zou rijden, zet hij zich helemaal in voor zijn kopman. Een voorbeeld is Roberto Heras, die Lance Armstrong naar meerdere Tourzeges leidde, maar zelf drie keer de Ronde van Spanje wist te winnen.

Zie ook[bewerken]