Knipvlies
Het knipvlies of derde ooglid (membrana nictitans) komt bij vele dieren voor. Verschillende reptielsoorten, vogels (bijvoorbeeld kippen) en haaien hebben een volledig ontwikkeld knipvlies, terwijl in andere diersoorten alleen een overblijfsel zichtbaar is in de ooghoeken. Ook sommige zoogdieren zoals ijsberen en zeeleeuwen hebben een volledig ontwikkeld knipvlies. Bij mensen is een restant zichtbaar als een paars klontje in de ooghoeken.
Het vlies beweegt horizontaal over de oogbollen. Meestal is het doorschijnend en in sommige soorten is het ook doorzichtig. Bij spechten sluit het vlies zich enkele milliseconden voordat hun bek de stam (of iets anders) raakt, waardoor de ogen in de kassen blijven. Bij haaien beschermt het tegen beschadiging als zij hun prooi aanvallen en het beschermt ijsberen tegen sneeuwblindheid.
Bij katten en honden is het vlies wel aanwezig, maar vaak niet zichtbaar. Alleen als een kat ziek is, komt het zogenaamde derde ooglid tevoorschijn.
De reflex van het knipvlies wordt ook gebruikt bij klassiek conditioneren in experimenten met konijnen.
