Kobalt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kobalt / Cobaltum
Periodiek systeem
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Kobalt / Cobaltum
Kobalt / Cobaltum
Algemeen
Naam Kobalt / Cobaltum
Symbool Co
Atoomnummer 27
Groep Platinagroep
Periode Periode 4
Blok D-blok
Reeks Overgangsmetalen
Kleur Zilverkleurig
Chemische eigenschappen
Atoommassa (u) 58,933
Elektronenconfiguratie [Ar]3d7 4s2
Oxidatietoestanden +2, +3
Elektronegativiteit (Pauling) 1,88
Atoomstraal (pm) 125
1e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 760,41
2e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 1648,27
3e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 3232,28
Fysische eigenschappen
Dichtheid (kg·m−3) 8900
Hardheid (Mohs) 5,0
Smeltpunt (K) 1768
Kookpunt (K) 3373
Aggregatietoestand Vast
Smeltwarmte (kJ·mol−1) 16,19
Verdampingswarmte (kJ·mol−1) 376,50
Kristalstructuur Hex
Molair volume (m3·mol−1) 6,61·10-6
Geluidssnelheid (m·s−1) 4720
Specifieke warmte (J·kg−1·K−1) 420
Elektrische weerstandΩ·cm) 6,24
Warmtegeleiding (W·m−1·K−1) 100
SI-eenheden en standaardtemperatuur en -druk worden gebruikt,
tenzij anders aangegeven
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Kobalt is een scheikundig element met symbool Co en atoomnummer 27. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal.

Ontdekking[bewerken]

Door de Egyptenaren, Grieken en Romeinen werden kobaltverbindingen gebruikt voor het kleuren van glas. In Perzië werd een ketting gevonden met door kobaltverbindingen gekleurde blauwe glaskralen uit ongeveer 2250 v.Chr. De Chinezen gebruikten in de tijd van de Tang- en Ming-dynastie kobaltverbindingen voor het kleuren van porselein.

Het element zelf werd omstreeks 1730 ontdekt door Georg Brandt tijdens het onderzoeken van mineralen. Deze Zweedse wetenschapper was toen in staat om aan te tonen dat kobalt zorgde voor de blauwe kleur en niet – zoals eerder aangenomen – bismut.

Naam[bewerken]

Het woord kobalt komt van het Duitse kobold (kabouter). Kobalterts werd vaak verward met ertsen van de metalen die men wilde delven, waardoor de teleurstelling groot was als men het ongewenste kobalt verkreeg. Kobalt trekt het giftige arseen aan en joeg daarom angst aan bij de mijnwerkers. Men geloofde dus dat kobolden uit kwaadaardigheid dit metaal in de mijnen legden.

Toepassingen[bewerken]

Net als in de oudheid wordt kobalt(II)oxide, beter bekend onder de triviale naam kobaltblauw, gebruikt als pigment voor glas en porselein. Andere toepassingen van kobalt zijn:

Verder wordt de isotoop 60Co toegepast bij radiotherapie en de bestraling van voedsel, medische artikelen, verpakkingsmateriaal voor de voedingsmiddelenindustrie, cosmetica, stekpotten voor tuinders en zo nog vele producten.

Als schuimstabilisator voor het schuim van bier werden kobaltzouten (kobalt(II)chloride of -sulfaat) gebruikt. De stabiliserende werking van kobalt op de schuimkraag van bier werd in 1957 in Kopenhagen ontdekt en door de Denen gepatenteerd.[1] Sommige bierfabrikanten voegden de kobaltverbinding aan het bier toe om steviger schuim te verkrijgen, maar dit procedé werd gestopt toen bleek dat kobalt slechter voor de lever was dan alcohol.[2]

Opmerkelijke eigenschappen[bewerken]

Het zilverkleurige kobalt is ferromagnetisch. Samen met nikkel en ijzer wordt het vaak in grote hoeveelheden aangetroffen in meteorieten. Het komt ook voor in het menselijk lichaam als bestanddeel van vitamine B12, in het lichaam van een volwassene komt 1 à 2 gram kobalt voor.

Leo Szillard opperde in februari 1950 voor het eerst in het openbaar de mogelijkheid van een kobaltbom. Een kernwapen met een mantel van kobalt dat een zeer sterke en langdurige radioactive besmetting van de grond met het door bestraling tijdens de detonatie ontstaan Co-60 op zou leveren. Een dergelijke bom wordt een "Doomsday Device" genoemd.

Verschijning[bewerken]

In de aardkorst komt kobalt voor als cobaltiet, erythriet, skutterudiet en andere mineralen. De grootste hoeveelheden kobalterts worden gedolven in Turkije, China, Zambia, Rusland en Australië. Vroeger werd het erts in Europa gedolven, vooral in Saksen.

Isotopen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Isotopen van kobalt voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Stabielste isotopen
Iso RA (%) Halveringstijd VV VE (MeV) VP
56Co syn 77,23 d β+ 4,566 56Fe
57Co syn 271,74 d EV 0,836 57Fe
58Co syn 70,86 d β+ 2,307 58Fe
59Co 100 stabiel met 32 neutronen
60Co syn 1925,1 d β- 2,824 60Ni

In de natuur komt één stabiele isotoop (59Co) voor en een groot aantal (ruim 20) radioactieve, waarvan 60Co de langste halveringstijd heeft. Het vervallen van kobalt-60 naar het stabiele nikkel-60 is de belangrijkste reden om na uitgebruikname zo'n 20 tot 150 jaar te laten afkoelen alvorens te beginnen met de ontmanteling van een kerncentrale.

Kobaltzouten[bewerken]

Kobalt komt als anorganische stof voor in verbinding met zuurresten, om zo kobaltzouten te vormen:

Toxicologie en veiligheid[bewerken]

In poedervorm is kobalt brandbaar. Op een paar uitzonderingen na zijn kobaltverbindingen matig giftig. 60Co is een krachtige γ straler en kan daardoor kankerverwekkend zijn. Kobalt (chloride) kan allergische reacties veroorzaken (kobaltallergie).

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek