Koenraad II met de Bult

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koenraad II met de Bult
1260/1265 -1304
Hertog van Steinau
Periode 1278-1284
Voorganger Koenraad I van Glogau
Opvolger Przemko van Steinau
Hertog van Żagań
Periode 1284-1304
Voorganger Przemko van Steinau
Opvolger Jan I van Żagań
Vader Koenraad I van Glogau
Moeder Salome van Groot-Polen
Dynastie Piasten

Koenraad II van Glogau, bijg. met de Bult, (1260/1265 - 11 oktober 1304) was een zoon van Koenraad I van Glogau en Salomea van Groot-Polen. Bij de dood van zijn vader in 1273/1274 kwam hij onder de bescherming van zijn oudste broer Hendrik III. In 1278 kreeg hij zijn erfdeel, het hertogdom Steinau, maar nam het bestuur niet op zich en ging naar Italië (Bologna) om zich voor te bereiden op een geestelijke loopbaan. Hendrik IV de Rechtvaarige nam ondertussen het regentschap waar. Toen Koenraad in 1280 terugkeerde weigert Hendrik IV de Rechtvaardige eerst om het bestuur terug te geven. Dit gebeurt pas onder druk van de bisschop van Breslau.

Op vraag van Hendrik IV de Rechtvaardige ruilde Koenraad in 1284 zijn hertogdom tegen dat van zijn broer Przemko van Steinau en werd hij hertog van Żagań, zodat Hendrik zekerder was van zijn buren. Przemko was immers een trouwe bondgenoot van Hendrik IV de Rechtvaardige.

Koenraad bekleedde diverse kerkelijke functies. Zo was hij in 1292 ook kandidaat voor de bisschopszetel van Breslau, maar dit ging ten slotte niet door.

In het begin had hij een goede verhouding met zijn broer Hendrik III van Glogau en zij gingen ermee akkoord dat Steinau door Hendrik III van Glogau werd ingelijfd na de dood van hun broer Przemko van Steinau in 1289. Koenraad steunde zijn broer ook in dien strijd tegen Hendrik V de Dikke. In 1296 verslechterde de relatie, toen Koenraad in conflict kwam met Bolko I de Strenge over de controle op het hertogdom Breslau. In 1299 kreeg Koenraad opnieuw uitzicht op een belangrijke kerkelijke functie, wanneer hem de functie van bisschop van Aquilea werd aangeboden. Op weg naar Italië vernam hij dat paus Bonifatius VIII zich tegen zijn benoeming verzette en keerde hij terug naar Żagań. Zijn terugkeer ontstemde Hendrik III, die het hertogdom zijn broer al had ingenomen en hij liet Koenraad opsluiten. Pas na tussenkomst van verschillende vazallen en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders (met een dreiging van excommunicatie) liet Hendrik III zijn broer vrij.