Koenraad IV de Oudere

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koenraad IV de Oudere
1384 -1447
Hertog van Oels, Koźle, Bytom & Ścinawa
Periode 1412-1416
Voorganger Koenraad III de Oude
Opvolger Koenraad V Kantner, Koenraad VI de Deken, Koenraad VII de Witte & Koenraad VIII de Jonge
Bisschop van Breslau
Periode 1417-1447
Voorganger Wenceslaus II van Legnica
Opvolger Peter II Nowak
Vader Koenraad III de Oude
Moeder Judith
Dynastie Piasten

Koenraad IV de Oudere, Konrad IV Starszy, (ong. 1384 - 9 augustus 1447) was hertog van Oleśnica, Koźle, de helft van Bytom en de helft van Ścinawa in de periode 1412-1416 (samen met zijn broers), sinds 1416 alleen over Kątach (Kanth), Bierutów, Prudnik en Syców en sinds bisschop van Wrocław en hertog van Nysa. Hij was de oudste zoon van Koenraad III de Oude, hertog van Oleśnica en van Judith. De naam Koenraad werd ook aan zijn vier jongere broers gegeven.

Niettegenstaande het feit dat hij de oudste zoon was, koos Koenraad IV voor een kerkelijke loopbaan. Einde 1399 werd hij al geestelijke in Wroclaw en een jaar later kandideerde hij voor het ambt van kanunnik van Wrocław en van proost van Domasław, evenwel zonder succes. In 1410 werd hij dan toch verkozen tot kanunnik van Wroclaw en in de periode 1411-1417 was hij proost van het kapittel. In 1411 concentreerde hij zich op de verkiezing tot bisschop van Ermland, maar ook dit plan mislukte. In 1412 werd hij wel benoemd tot kanunnik van Olomouc.

Koenraad IV was echter ook in de politiek geïnteresseerd. Al in 1402 trad hij toe tot het verbond van Silezische vorsten. In 1409 stond hij met zijn vader aan de zijde van koning Wenceslaus van Bohemen bij het afsluiten van het verdrag tussen Polen en de Duitse Orde. Koenraad IV trad in 1412 op als bemiddelaar in de conflicten tussen de hertog van Opole, koning Wenceslaus IV en de stad Wroclaw. Samen met zijn broers trad hij in 1416 tenslotte toe tot het verbond met de Grootmeester van de Duitse Orde, Michael Küchmeister von Sternberg, tegen Polen.

Na de dood van zijn vader in 1412, werd Koenraad IV hertog van Oleśnica samen met zijn broer Koenraad V Kantner als medebestuurder. In de hoop op een verdere kerkelijke loopbaan, deed hij in 1416 ten voordele van Koenraad V en zijn andere jongere broers afstand van het grootste deel van het hertogdom. Hij behield zelf wel Kątach (Kanth), Bierutów, Prudnik en Syców. Zijn periode aan het hoofd van het bisdom Wroclaw en van het hertogdom Nysa-Otmuchów viel samen met de turbulente periode van de Hussitische Oorlogen.

Na het overlijden van Wenceslaus II van Legnica was Koenraad inderdaad met de steun van Rooms koning Sigismund tot bisschop van Breslau verkozen. Paus Martinus V bevestigde de verkiezing. In de strijd tegen de hussieten stond Koenraad aan de kant van Sigismund, die nu ook koning van Bohemen was. Met de bisschoppelijke troepen bezette hij in 1421 Braunau, dat hij een aantal jaren kon verdedigen. Sigismund stelde hem hierom aan tot eerste commandant van Silezië. Grote delen van Silezië en van het bisdom werden evenwel door de Hussieten verwoest. Hierdoor raakte het bisdom in financiële problemen en toen het kapittel beslag wilde leggen op de opbrengsten van de aflaten, diende Koenraad af te treden. Op bevel van paus Eugenius IV werd Koenraad echter opnieuw als bisschop erkend, maar hij stierf kort nadien.