Koenraad de Grote
| Koenraad de Grote | ||
| 1098-1157 | ||
| Markgraaf van Meißen | ||
| Periode | 1129-1157 | |
| Voorganger | Herman II | |
| Opvolger | Otto de Rijke | |
| Markgraaf van Neder-Lausitz | ||
| Periode | 1136-1157 | |
| Voorganger | Hendrik van Groitzsch | |
| Opvolger | Diederik van Landsberg | |
| Vader | Thiemo I van Wettin | |
| Moeder | Ida van Northeim | |
| Dynastie | Wettin | |
Koenraad I van Meißen (?, 1098 - Petersberg bei Halle, 5 februari 1157), bijg. de Grote, was de jongste zoon van graaf Thiemo I van Wettin en Ida van Northeim, zelf een dochter van Otto II van Northeim, hertog van Beieren.
In 1124 had hij al Wettin en Camburg van zijn oudere broer Dedo IV geërfd. In 1130 werd hij beleend met het markgraafschap Meißen door keizer Lotharius III, met wie hij naar Italië was getrokken. In 1136 erfde hij Neder-Lausitz en in 1144-1145 Rochlitz en Opper-Lausitz. In 1147 nam hij deel aan de kruistocht tegen de Wenden. In eigen land steunde hij de kolonisatie van de Oostelijke gebieden door de Vlamingen.
Koenraad I geldt als de stichter van de Wettinse macht in Meißen.
Koenraad was in 1119 gehuwd met Luitgard van Ravenstein, dochter van graaf Albrecht van Ravenstein (-1145), en was vader van:
- Hendrik
- Otto (1125-1190), zijn opvolger in Meissen
- Diederik van Landsberg (ca. 1125 - 9 februari 1185), markgraaf van Neder-Lausitz
- Dedo de Dikke (ca. 1130 - 16 augustus 1190), van 1185 tot 1190 markgraaf van Lausitz.
- Hendrik, graaf van Wettin (-1181)
- Frederik van Brehna (-1182)
- Oda, abdis in Gerbstedt
- Bertha, abdis in Gerbstedt
- Adelheid, gehuwd met koning Sven III van Denemarken (-1157) en met graaf Adelbert III van Ballenstedt (-1171)
- Sophia, gehuwd met graaf Gebhard I van Burghausen (-1163)
- Gertrudis, gehuwd met Gunther II van Schwarzberg (-1197)
- Agnes (-1203).