Koersk (onderzeeboot)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Russische marinevlag
Koersk (onderzeeboot)
De Omsk, zusterschip van de Koersk in de Oscar-klasse
De Omsk, zusterschip van de Koersk in de Oscar-klasse
Geschiedenis
Werf Te Severodvinsk
Kiellegging 1992
Tewaterlating 1994
In dienst December 1994
Status Gezonken op 12 augustus 2000
Thuishaven Vidyayevo
Algemene kenmerken
Deplacement 13.400 ton, 16.400 ton
Lengte 154,0 meter
Breedte 18,2 meter
Diepgang 9,0 meter
Voortstuwing en vermogen 2 kernreactoren OK-650b, 2 stoomturbines, 2 7-bladige schroeven
Snelheid 32 knopen onder water, 16 knopen aan de oppervlakte
Type Kernonderzeeboot
Testdiepte 300 tot 600 meter (verschillende schattingen)
Bemanning 44 officieren, 68 bemanning
Bewapening 24 x SS-N-19/P-700 Granit, 4 x 533 mm en 2 x 650 mm boegtorpedobuizen
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Koersk (Russisch: Курск) was een Russische kernonderzeeër, genoemd naar de stad Koersk, waar tussen 5 juli en 22 juli 1943 de grootste tankslag in de geschiedenis plaats vond tussen Duitsland en de Sovjet-Unie, de Slag om Koersk. Op 12 augustus 2000 zonk het in de Barentszzee na een ongeluk. Bij het ongeluk kwamen alle 118 opvarenden om het leven.

Het was een Project 949A Антей (Russisch voor Antaios) onderzeeër. De NAVO-codenaam was Oscar-klasse.

Aanloop[bewerken]

De bouw van de Koersk begon in 1992 in Severodvinsk, vlakbij Archangelsk. De tewaterlating gebeurde in 1994 en in december van dat jaar werd het schip in dienst genomen. Het werd in 1995 door een orthodoxe priester gedoopt. De Koersk was de laatste van de grote Oscar-II klasse onderzeeërs die ontworpen werden in het Sovjet-tijdperk. Met een lengte van 155 meter en een hoogte van vier verdiepingen was het een van de grootste aanvalsonderzeeërs ooit gebouwd. (De Russische Typhoon-klasse is nog groter.) De klasse werd als onzinkbaar beschouwd omdat hij dubbelwandig was. De buitenromp was gemaakt van hooggelegeerd staal van slechts 8,5 mm dikte. Dit is goed bestand tegen oxidatie en corrosie en heeft slechts een zwak magnetisch veld, wat opsporing door Magnetische Anomalie Detectie (MAD) systemen bemoeilijkt. Tussen de buitenromp en de 50 mm dikke binnenromp zat een ruimte van 2 meter.

De Koersk maakte deel uit van de Russische Noordelijke Vloot. De vloot was door gebrek aan financiering gedurende de jaren negentig enorm ingekrompen. Veel onderzeeërs lagen in havens langs de Barentszzee te roesten. Op het meest essentiële materiaal na was alles slecht onderhouden, waaronder ook het Search And Rescue materiaal. Zeelieden van de Noordelijke Vloot zaten zonder salaris doordat het geld een andere bestemming kreeg voor het de Arctis bereikte. Aan het einde van het decennium volgde echter een kleine opleving. In 1999 had de Koersk een succesvolle verkenningsmissie uitgevoerd in de Middellandse Zee, waar het de Amerikaanse Sixth Fleet tijdens de Kosovo-oorlog bespioneerde. De oefening van augustus 2000 zou de grootste zomeroefening moeten worden sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie tien jaar daarvoor. Er waren vier aanvalsonderzeeërs en het vlaggenschip van de vloot, de Peter de Grote bij de oefening betrokken, naast een flottielje van kleinere schepen.

Ramp[bewerken]

De 9 compartimenten van de Koersk K-141

Officieel is het ongeluk veroorzaakt door een probleem met een brandstofcomponent (hooggeconcentreerde waterstofperoxide) voor een dummy-torpedo die als oefening moest worden afgeschoten. Door een lasfout lekte de torpedo, waarbij waterstofperoxide (ook wel HTP genoemd) met roest en messing in de vuurbuis in aanraking kwam, begon een ontledingsreactie die met veel warmteontwikkeling gepaard ging en die uiteindelijk leidde tot een explosie. (Ontleding van H2O2 is sterk exotherm.) HTP werd in NATO marines niet meer gebruikt vanwege eerdere ongevallen. De lasnaad was niet gecontroleerd omdat het maar een dummy torpedo betrof. Nochtans bevat de brandstof voor voortstuwing meer energie dan de door ballast vervangen explosieve kop. Doordat het binnenluik van de vuurbuis niet volledig gesloten was, werd de explosieve kracht, overeenkomend met die van ca. 100 kg TNT bijna volledig naar binnen gericht. Aan de binnenkant van het luik bevond zich een elektrische connector, die dient om een verbinding met de torpedo te maken voor een laatste controle en voor de lancering. Helaas moest het luik vaak meerdere keren weer geopend worden om die connector te reinigen. Ervan overtuigd dat dit weer het geval zou zijn en dat ze het luik weer zou moeten openen, zou de bemanning het luik hebben gesloten zonder de knevels ter verankering van het luik vast te zetten. Dit leidde ertoe dat het binnenste luik makkelijker kon loskomen dan het buitenste luik, waardoor de ontploffing zich dus naar binnen richtte.

Daarna volgde een tweede, veel sterkere explosie van 5 tot 8 torpedo's die tegelijk ontploften doordat hun temperatuur 400 graden Celsius bereikte, als gevolg van de brand na de eerste ontploffing. De brand zette zich voort langs een niet versterkt ventilatiekanaal. De dienstdoende technicus in de reactorruimte sloot de reactorruimte hermetisch af en schakelde de twee kernreactoren bijtijds uit. Hij stierf ter plaatse. Zelfs na deze tweede explosie was nog een deel van de bemanning in leven: in het achterste compartiment wachtten 23 man op redding. Hier werden zuurstofschermen (kaliumhydroxide) opgehangen, die hun uitgeademde koolstofdioxide hadden moeten absorberen (om vergiftiging te voorkomen). Als die in aanraking komen met olie of water ontstaat er een felle chemische brand. Ongeveer 8 uur na de eerste explosie zou dit ook zijn gebeurd, waardoor de laatste overlevenden stikten door zuurstofgebrek en koolmonoxidevergiftiging.

Aanvankelijk duldde Rusland geen buitenlandse hulp en probeerde men zelf de bemanning te redden met onder andere Priz-klasse reddingsonderzeeërs. Eerst werd gezegd dat het wrak niet direct kon worden gevonden. Daarna volgde het excuus dat de ontsnappingsluiken onmogelijk geopend konden worden. Toen duikers pas dagen na het ongeluk afdaalden naar het wrak bleek dit niet juist, maar toen was het hele wrak al vol water gelopen en was de bemanning al overleden.

Berging[bewerken]

Een consortium van twee Nederlandse bedrijven, Smit Internationale en Mammoet, heeft de Koersk geborgen. Het voorste deel, met de torpedo's, werd afgezaagd en bleef achter op de zeebodem. Met behulp van de Giant 4 werd de rest van het wrak van zijn positie 100 meter onder het oppervlak van de Noordelijke IJszee gelicht. Het wrak werd hierna naar de Roslyakovo werf van de Russische marine gesleept. Hierna konden 115 van de 118 doden geborgen worden. Alle bemanningsleden kregen postuum de Orde voor Dapperheid. De commandant van de Koersk, Gennady Lyachin, kreeg postuum de titel Held van de Russische Federatie. De boeg werd niet gelicht, maar werd opgeblazen.

Plaats van de schipbreuk in de Barentszzee