Koken (voedsel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Koken is het bereiden van voedsel door middel van verhitting. Door deze voedselverwerkingsmethode verandert de structuur van het rauwe voedsel en worden bacteriën gedood. Daarmee wordt het voedsel makkelijker te verteren en smakelijker, neemt de houdbaarheid toe en de kans op ziektes af. Koken werd mogelijk toen de mens in staat was om vuur te beheersen. Door het koken kon voedsel genuttigd worden dat anders te hard was, giftig, of op een andere manier oneetbaar was.

Het koken van voedsel is uniek voor mensen en heeft waarschijnlijk de nodige veranderingen teweeg gebracht bij de mens. Doordat het eten zachter werd, droeg gekookt voedsel mogelijk bij tot het kleiner worden van de tanden, maar ook de tijd die werd besteed aan eten kon afnemen. In plaats van vrijwel de gehele dag te eten, kon het beperkt blijven tot enkele grotere maaltijden. Wrangham stelt zelfs dat het heeft bijgedragen aan een veranderd darmstelsel en grotere hersenen, maar daar is nog geen algemene consensus over.

Daarnaast bracht het ook sociale veranderingen met zich mee, doordat het leven zich steeds meer af ging spelen rond het vuur.

Naarmate de vaardigheden verbeterden begon smaak een steeds grotere rol te spelen, wat tot uiting komt in de kookkunst waarin gebruik wordt gemaakt van vele verschillende kooktechnieken en door verschillende ingrediënten met elkaar te combineren. Dit heeft geleid tot vele diverse gerechten en keukens.

Literatuur[bewerken]

  • Hublin, J.J.; Richards, M.P. (2009): The Evolution of Hominin Diets. Integrating Approaches to the Study of Palaeolithic Subsistence, Springer.